← België

A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230613.2N.10 Rolnummer: P.23.0632.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2023-06-22 Raadplegingen: 693 - laatst gezien 2026-06-15 09:22 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Het onderzoeksgerecht dat uitspraak moet doen over de uitvoerbaarheid in België van een met het oog op uitlevering door een buitenlandse overheid uitgevaardigd bevel tot aanhouding, dient na te gaan of de overgelegde titel aan de wettelijke en verdragsrechtelijke vorm- en grondvoorwaarden inzake uitlevering voldoet en mag zich niet uitspreken over de opportuniteit of de mogelijke gevolgen van de gevraagde uitlevering; het onderzoeksgerecht dient tevens na te gaan of het overgelegde bevel tot aanhouding een geldige en voldoende titel van vrijheidsberoving uitmaakt maar noch artikel 5.1.c EVRM noch artikel 3 Uitleveringswet 1874 noch een andere verdrags- of wetsbepaling vereist behoudens in geval van ter kennis gebrachte wijzigingen aan het uitvoeringsverzoek door de verzoekende staat dat het onderzoeksgerecht bij dat onderzoek ook rekening houdt met de voortgang van de vervolgingsprocedure in de verzoekende staat

(1).
(1)S. DEWULF, Handboek uitleveringsrecht, Intersentia 2013, 115 en M. DE SWAEF en M. TRAEST, “Uitlevering: uitvoerbaarverklaring van het buitenlands bevel tot aanhouding”, Comm. Sr. 2012, 7-
  1. Thesaurus CAS: UITLEVERING Wettelijke bepalingen: Wet van 15 maart 1874 op de uitleveringen - 15-03-1874 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1874031550 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.1.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet van 15 maart 1874 op de uitleveringen - 15-03-1874 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1874031550 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.1.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Wettelijke bepalingen: Wet van 15 maart 1874 op de uitleveringen - 15-03-1874 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1874031550 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.1.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0632.N I. A., vreemdeling, persoon van wie de uitlevering wordt gevraagd, eiser, met als raadsman mr. Maarten Vandermeersch, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8000 Brugge, Tijl Uilenspiegelstraat 26, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 23 maart
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. Het arrest verklaart het verzoek tot overdracht van in beslaggenomen gelden, voorwerpen en papieren zonder voorwerp met uitzondering van de overdracht van een blank wapen. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 5.1.c EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 3 Uitleveringswet 1874: met het oordeel dat het Moldavische bevel tot aanhouding van 16 december 2021 en het verzoek tot uitlevering van 3 maart 2022 alle wettelijk vereiste vermeldingen bevatten en dat die documenten regelmatig en rechtsgeldig voorkomen, verantwoordt het arrest de beslissing niet naar recht; dit bevel tot aanhouding is inmiddels achterhaald door het tijdsverloop en doordat de zaak in Moldavië reeds ten gronde door een bevoegde rechterlijke instantie werd behandeld; bijgevolg heeft dit bevel, dat nog uitgaat van een niet langer bevoegde onderzoeksrechter, zijn actuele gelding verloren; minstens beantwoordt het arrest niet het specifieke verweer dat de eiser daarover in zijn appelconclusie heeft aangevoerd.
  5. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die uitspraak doen over de uitvoerbaarheid van een met het oog op uitlevering door de buitenlandse overheid uitgevaardigd bevel tot aanhouding.
  6. Het onderzoeksgerecht dat uitspraak moet doen over de uitvoerbaarheid in België van een met het oog op uitlevering door een buitenlandse overheid uitgevaardigd bevel tot aanhouding, dient na te gaan of de overgelegde titel aan de wettelijke en verdragsrechtelijke vorm- en grondvoorwaarden inzake uitlevering voldoet. Het mag zich niet uitspreken over de opportuniteit of de mogelijke gevolgen van de gevraagde uitlevering. Daarbij dient het onderzoeksgerecht tevens na te gaan of het overgelegde bevel tot aanhouding een geldige en voldoende titel van vrijheidsberoving uitmaakt. Artikel 5.1.c EVRM noch artikel 3 Uitleveringswet 1874 noch een andere verdrags- of wetsbepaling vereist behoudens in geval van ter kennis gebrachte wijzigingen aan het uitvoeringsverzoek door de verzoekende staat dat het onderzoeksgerecht bij dat onderzoek ook rekening houdt met de voortgang van de vervolgingsprocedure in de verzoekende staat.
  7. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  8. Met de redenen die het bevat onder randnummers 1 (al. 5 en 6) en 4.1, beantwoordt en verwerpt het arrest het door het middel bedoelde verweer. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 84,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 13 juni 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230613.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.