id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:
Art. 16
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: MISBRUIK VAN VERTROUWEN Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 16
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 16, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr.
P.23.0398.N
- P. J. T.,
- J. H. G. G. V.D.B.,
- SLEEP4YOU bvba, met zetel te 2018 Antwerpen, Brusselstraat 51, vertegenwoordigd door de lasthebber ad hoc Constant Talboom, met kantoor te 2000 Antwerpen, Lombardenvest 34, 2° V, beklaagden, eisers, met als raadsman mr. Dennis Muñiz Espinoza, advocaat bij de balie Leuven, met kantoor te 3000 Leuven, Diestsevest 47/001, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen Dennis STEFFENS, met kantoor te 3521 Utrecht (Nederland), Stadsplateau 17, in zijn hoedanigheid van curator van de gefailleerde SLEEP4YOU bv, burgerlijke partij, verweerder, met als raadsman mr. Lauranne Truyens, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Havenlaan 88C, bus 414, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 22 februari
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 16 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en artikel 19 Wetboek IPR, alsmede miskenning van het recht van verdediging: de appelrechters onderzoeken het verweer van de eisers niet grondig; zij oordelen ten onrechte dat zij de werkwijze van de eisers niet moeten toetsen aan het Nederlands burgerlijk en fiscaal recht om uit te maken of er effectief sprake is van een op het Belgisch grondgebied gepleegd misdrijf; de vrije beoordeling van de bewijswaarde van het strafgerecht is in die zin beknot dat men zich dient te richten naar het oordeel over de geldigheid van de burgerrechtelijke overeenkomst, in het bijzonder de burgerrechtelijke en fiscaalrechtelijke geldigheid naar Nederlands recht van het door de eiser 1 overgelegde document genaamd “verkoopsmodel Sleep4you BV”; eenmaal de geldigheid van de overeenkomst was beoordeeld, had deze analyse moeten worden onderworpen aan de tegenspraak van de partijen.
- Artikel 16, tweede lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt dat, indien de toelaatbaarheid van getuigenbewijs afhangt van een geschrift dat wordt ontkend door hem tegen wie het is aangevoerd, een onderzoek naar de echtheid ervan voor de bevoegde burgerlijke rechter wordt bevolen. Deze bepaling is hier niet van toepassing. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Artikel 3 Strafwetboek bepaalt dat het misdrijf dat op het grondgebied van het Rijk door Belgen of door vreemdelingen wordt gepleegd, wordt gestraft overeenkomstig de bepalingen van de Belgische wetten.
- Krachtens artikel 16, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering dient de strafrechter zich te gedragen naar de bewijsregeling in burgerlijke zaken wanneer het misdrijf verband houdt met een overeenkomst die tegen de beklaagde wordt ingebracht en waarvan deze het bestaan ontkent of de uitlegging betwist. Die bepaling is niet van toepassing wanneer de beklaagde zelf een overeenkomst voorlegt met het oog op zijn verweer tegen het hem verweten misdrijf. In dat geval gelden zowel de vrije bewijswaardering in strafzaken als de autonomie van het strafrecht, op grond waarvan de rechter niet gebonden is door begrippen die worden gehanteerd in het burgerlijk recht en het vennootschapsrecht. In een dergelijk geval is artikel 19 Wetboek IPR dan ook niet van toepassing.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Eensdeels oordeelt het arrest (p. 45-49) dat de appelrechters zich niet hoeven uit te spreken over de rechtsgeldigheid naar Nederlands recht van de fiscale structuur gebaseerd op het door de eiser 1 bijgebrachte verkoopmodel, maar dat zij enkel naar Belgisch recht de schuld van de eisers aan de hen ten laste gelegde feiten, gekwalificeerd als misdrijven naar Belgisch recht, dienen te beoordelen, alsook dat het fiscaal gedreven model ontworpen door de eiser 1 de appelrechters niet verhindert te besluiten dat hij de sommen van 135.804,12 euro (samen met de eiseres 2) en 50.469,59 euro (samen met de eiseres 3) bedrieglijk heeft verduisterd ten nadele van de Nederlandse vennootschap Sleep4you bv, die hij bestuurde. Anderdeels oordeelt het arrest, met de redenen zoals nader toegelicht in het antwoord op het tweede middel, in essentie dat de eiser 1, ongeacht de door hem opgezette vennootschapsrechtelijke en verbintenisrechtelijke constructies, gelden die toebehoorden aan de Nederlandse vennootschap Sleep4you bv en waarover hij als bestuurder van die vennootschap het precair bezit had, met de strafbare deelneming van de eiseressen 2 en 3 heeft verduisterd en zich als eigenaar ervan heeft gedragen door die gelden te doen toekomen aan de eiseres 3, teneinde die gelden te kunnen aanwenden voor persoonlijke doeleinden en ze te onttrekken aan het verhaalsrecht van de verweerder als curator van het failliete Sleep4you bv en van twee andere in Nederland failliet verklaarde vennootschappen waarvan de eiser 1 eveneens bestuurder was. Met het geheel van die redenen verantwoordt het arrest naar recht de beslissing dat de eisers schuldig zijn aan de vervolgde feiten van misbruik van vertrouwen gepleegd op Belgisch grondgebied, zonder dat de voorgehouden rechtsgeldigheid naar Nederlands recht van de door de eiser 1 bijgebrachte overeenkomst of stukken daarop een impact heeft. In zoverre kan het middel evenmin worden aangenomen.
- De aangevoerde schending van artikel 6.1 EVRM en miskenning van het recht van verdediging van de eisers zijn afgeleid uit de hiervoor vergeefs aangevoerde onwettigheid. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 491, eerste lid, Strafwetboek, alsmede miskenning van het motiveringsbeginsel: het arrest veroordeelt de eisers voor feiten van misbruik van vertrouwen omschreven als: “Door een totaal bedrag van € 135.804,12, toebehorend aan Sleep4You BV, te onttrekken aan de vennootschap en over te schrijven of over te laten schrijven naar rekening BE(…) 7421 op naam van [de eiseres 2], terwijl dit geen verband hield met de reguliere bedrijfsvoering van Sleep4You BV”; het arrest (p. 50, nr. e.6) oordeelt verder “De overige middelen en argumenten in de conclusies van [de eisers] doen niets af aan hoger vermelde beoordeling, zijn niet van aard om aan de voorgaande besluiten van het hof (van beroep) afbreuk te kunnen doen of zijn niet pertinent en behoeven derhalve geen verdere beantwoording”; het arrest licht de constitutieve bestanddelen van de aan de eisers verweten misdrijven van misbruik van vertrouwen niet toe; na lezing van het arrest blijft het nog steeds volledig onduidelijk of de gelden werkelijk een verbintenis of een schuldbevrijding inhielden of teweegbrachten; dit wordt niet beschreven of gestaafd door het arrest; het arrest preciseert niet wat de reguliere bedrijfsvoering van Sleep4you bv inhield en welke transacties daarmee verband hielden; het arrest beantwoordt het desbetreffende verweer van de eisers niet; Sleep4you bv had geen reguliere bedrijfsvoering en dus geen in- en uitgaande geldstromen die daarmee verband hielden; het arrest bevat ernstige tegenstrijdigheden en onduidelijkheden, onder meer over de bankrekeningen van Sleep4you bv; ook kan Sleep4you bv geen geld onttrekken als het geld niet op een rekening van die vennootschap staat; dat volgens het hof van beroep Sleep4you bv de rekeningeigenaar is van bepaalde bankrekeningen betekent niet dat de vennootschap tevens de eigenaar is van de daarop gestalde gelden; de oorsprong van de gelden op die rekeningen werd niet onderzocht; ook betekent het feit dat iemand een bankrekening opent of aanhoudt niet noodzakelijk dat die persoon de eigenaar is van die rekening.
- In zoverre het middel, zij het onder het mom van beweerde motiveringsgebreken of onwettigheden, opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het arrest of verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
- Na de bij het tussenarrest van 15 december 2021 gevraagde bijkomende informatie te hebben ontvangen in verband met rekeningnummers, ondernemingen en betalingen die het voorwerp van door de eisers gevoerde betwistingen uitmaakten, oordeelt het arrest (p. 18-50) zoals vermeld in het antwoord op het eerste middel en steunt het dat oordeel samengevat op de volgende redenen: • Met betrekking tot de feiten van de telastlegging 2 (p. 18-35): - de telastleggingen 1 en 2 dienen te worden begrepen tegen de achtergrond dat de eiser 1 van 15 augustus 2018 tot 5 september 2019 in hechtenis verbleef in een Nederlandse penitentiaire instelling wegens het niet-voldoen aan zijn medewerkings- en inlichtingenplicht bepaald in de Nederlandse faillissementswet; - op de rekening van de eiseres 3 werd op drie tijdstippen een totaal bedrag van 50.470,59 euro overgeschreven vanuit de rekening van Sleep4you bv; - deze drie overschrijvingen hielden geen verband met de reguliere bedrijfsvoering van Sleep4you bv en hadden voor deze vennootschap geen enkel nut, belang of meerwaarde: er werden geen facturen mee betaald en evenmin werd het geld tijdelijk uitgeleend met het oog op een toekomstige terugbetaling; - de eiser 1 verduisterde bedrieglijk het totale bedrag van 50.469,59 euro dat de eiseres 3 zich definitief heeft toegeëigend ten nadele van Sleep4you bv, wiens vermogen bij gebrek aan inkomende geldstroom en verdienmodel daardoor effectief en ook nodeloos werd verarmd; - de eiseres 3 leverde noodzakelijke hulp aan de eiser 1 voor het plegen van het feit 2 door het ter beschikking stellen van haar Belgische bankrekening. Het is niet vereist dat het bedrieglijk opzet bij de mededader aanwezig is. Het is duidelijk dat het bedrieglijk opzet aanwezig was bij de eiser 1; - de vervolging voor feit 2 heeft hierop betrekking dat de eiser 1 met actieve bijstand en noodzakelijke hulp van de eiseres 3 de rechtspersoonlijkheid en vermogensgrenzen van de door hem in Nederland bestuurde vennootschap Sleep4you bv heeft miskend. De eiser 1 diende de aanwezige en beschikbare gelden van deze Nederlandse vennootschap op haar Nederlandse bankrekening te beheren in het belang van de vennootschap en hij deed dit niet door zich de gelden definitief toe te eigenen door overschrijving naar een Belgische bankrekening van een Belgische vennootschap die hij had opgericht en waartoe hij aan zijn echtgenote, vanuit zijn “inbewaringstelling’ in een Nederlandse penitentiaire inrichting, een volmacht had gegeven; - het hof van beroep hecht geen geloof aan de vele beweringen van de eiser 1, waaronder deze vervat in de documenten die hij bezorgde aan de politie met zijn e-mails van 20 en 25 januari
- Het hof van beroep is, om de redenen die het verder in het arrest preciseert, van oordeel dat deze beweringen en verklaringen niet overtuigen, dikwijls inconsistent en met elkaar tegenstrijdig zijn, de stukken van het dossier miskennen en absoluut niet geloofwaardig zijn; - de bewering dat de gelden op de bankrekening van Sleep4you bv niet toebehoorden aan Sleep4you bv wordt niet ondersteund door de stukken van het dossier; • Met betrekking tot de feiten van de telastlegging 1 (p. 35-50): - de eiseres 2 schreef vanop de bankrekening geopend op haar naam op drie tijdstippen een totaal bedrag van 135.804,12 euro over op de rekening van de eiseres 3; - deze gelden waren in werkelijkheid afkomstig van Sleep4you bv, ongeacht het gebruik van diverse rekeningen via het internetplatform MyPos, het tussenschuiven van de Dubai-vennootschap Sleep To Live Management Services Ltd., de andersluidende verklaringen van de eisers 1 en 2 en hun uitleg over onder meer het gebruikte bedrijfsmodel; - de eiser 1 had gezien zijn “inbewaringstelling” kennis van de Nederlandse faillissementsprocedures van zijn vennootschappen The Select Comfort Company bv en The Energy+ Company bv en vreesde dat de verweerder aanspraak zou willen maken op de gelden op Nederlandse bankrekening van Sleep4you bv, opgericht na de beide voormelde Nederlandse faillissementen. Om de gelden buiten bereik van deze Nederlandse curator te stellen, werden ze overgeschreven naar een Belgische privérekening van de eiseres 2; - zonder twijfel hebben de eisers 1 en 2 de totale som van 135.804,12 euro, die integraal toebehoorde aan Sleep4you bv, bedrieglijk verduisterd: de som werd onttrokken aan deze vennootschap door overschrijving naar de privérekening van de eiseres 2, terwijl dit geen verband hield met de reguliere bedrijfsvoering van Sleep4you bv. Met deze overschrijvingen werden geen eigen schulden van Sleep4you bv aan de eiseres 2 of aan wie dan ook gedelgd en evenmin werden door de eiseres 2 voorgeschoten kosten terugbetaald; - nooit lag het voornemen voor om de gelden ooit terug te betalen of terug over te schrijven naar Sleep4you bv: integendeel wou de eiseres 2 110.000,00 euro van de gelden cash afhalen, waaruit zonder twijfel de “animus domini” blijkt; - de beoogde cashafnames van de veilige Belfius-bankrekening waren niet in het belang of voordeel van Sleep4you bv, evenmin als ze in het belang of voordeel waren van de consumenten die een bed, boxspring, matras, lattenbodem annex “cadeaubon” hadden gekocht of van de Dubai-vennootschap Sleep To Live Management Services Ltd. of van de Stichting Livingcomfort; het gegeven dat als betalingsmededeling “in bewaring stelling livingcomfort” werd geschreven, doet hieraan om de verder vermelde redenen geen afbreuk; - de eiseres 2 is mededader, minstens omdat zij noodzakelijke hulp leverde aan de eiser 1 voor het plegen van het feit 1 door het ter beschikking stellen van haar Belgische bankrekening; - de argumenten in de conclusies van de eisers 1 en 2 doen om de verder in het arrest vermelde redenen niets af aan deze beoordeling.
- Met deze redenen, waaruit onder meer het oordeel van de appelrechters blijkt dat de eiser 1 als bestuurder van Sleep4you bv wel degelijk het precair bezit had van de aan de eiseres 3 overgemaakte gelden, die afkomstig waren van de rekeningen van Sleep4you bv en die aan deze vennootschap toebehoorden, beantwoordt het eisers’ verweer, preciseert het de constitutieve bestanddelen van de misdrijven waaraan het de eisers schuldig verklaart, is het regelmatig met redenen omkleed en is het naar recht verantwoord. Daarvoor is niet vereist dat het arrest antwoordt op elk argument dat de eiser heeft aangevoerd tot staving van zijn verweer over het niet-vervuld zijn van de constitutieve bestanddelen van de misdrijven van misbruik van vertrouwen, maar dat geen zelfstandig verweer uitmaakte. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 269,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 13 juni 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230613.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div