id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230613.2N.19 Rolnummer: P.23.0481.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-06-22 Raadplegingen: 709 - laatst gezien 2026-06-15 08:32 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Artikel 37quinquies, § 3, tweede lid, Strafwetboek bepaalt dat de rechter die weigert een door de beklaagde gevraagde werkstraf uit te spreken zijn beslissing met redenen moet omkleden en de rechter kan die weigering ook laten steunen of mede laten steunen op redenen die het opleggen van een andere straf dan een werkstraf verantwoorden en op de vaststelling dat praktische moeilijkheden zoals de anderstaligheid van de beklaagde een zinvolle uitvoering van een werkstraf beletten. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Allerlei Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 37quinquies, § 3, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 37quinquies, § 3, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0481.N K. H. W. A.-F., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. David Frejlich, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 9 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 37ter Strafwetboek, de artikelen 8.1.1° “en verder” Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1319 “e.v.” oud Burgerlijk Wetboek: de afwijzing van het verzoek om een autonome werkstraf is in het licht van de mondelinge conclusie en de ingediende stukken niet naar recht verantwoord en niet regelmatig gemotiveerd; uit de ingediende stukken blijkt dat de Iraakse oorsprong van de eiser een correcte uitvoering van zijn professionele werkzaamheden niet belemmert; het oordeel dat een werkstraf niet passend is, kan de keuze voor een gevangenisstraf en een geldboete niet verantwoorden; met het oordeel over de anderstaligheid van de eiser miskennen de appelrechters de bewijskracht van de ingediende stukken.
- In zoverre het middel verwijst naar de wetsbepalingen die volgen op artikel 8.1.1° Burgerlijk Wetboek en op artikel 1319 oud Burgerlijk Wetboek, zonder die bepalingen te preciseren, is het bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
- Artikel 8.1.1° Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de bewijsregeling in strafzaken.
- Artikel 37ter Wetboek van Strafvordering heeft betrekking op de straf onder elektronisch toezicht en niet op de werkstraf.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- In zoverre het middel is gegrond op de mondelinge conclusie van de eiser en dus op een gegeven dat niet blijkt uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, is het niet ontvankelijk.
- Er is miskenning van de bewijskracht van een akte indien de rechter aan een akte, waarnaar hij verwijst, een uitlegging geeft die volstrekt onverenigbaar is met de bewoordingen ervan.
- Het arrest verwijst voor het oordeel betreffende de anderstaligheid van de eiser niet naar de door de eiser ingediende stukken. Het kan dan ook de bewijskracht van die stukken niet miskennen. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- Artikel 37quinquies, § 3, tweede lid, Strafwetboek bepaalt dat de rechter die weigert een door de beklaagde gevraagde werkstraf uit te spreken zijn beslissing met redenen moet omkleden. Die rechter kan die weigering ook laten steunen of mede laten steunen op redenen die het opleggen van een andere straf dan een werkstraf verantwoorden en op de vaststelling dat praktische moeilijkheden zoals de anderstaligheid van de beklaagde een zinvolle uitvoering van een werkstraf beletten. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest houdt bij de straftoemeting rekening met de persoonlijkheid van de eiser, zijn strafrechtelijke verleden, dat naast de veroordeling op grond waarvan de wettelijke herhaling wordt aangenomen ook melding maakt van drie veroordelingen in verkeerszaken, alsook met de omstandigheden, de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit, dat blijk geeft van een gewelddadige ingesteldheid en een gebrek aan respect voor andermans fysieke integriteit en eigendom. Het oordeelt dat het niet ingaat op het ondergeschikte verzoek van de eiser om hem een werkstraf op te leggen, omdat dit geen gepaste straf zou zijn gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit, alsook op het gegeven dat de uitvoering van een werkstraf moeilijk realiseerbaar is omwille van de anderstaligheid van de eiser. Het oordeelt verder dat de door de eerste rechter opgelegde hoofdgevangenisstraf van twee jaar en een geldboete van 150,00 euro aangepast is aan de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit, dit nodig is om hem het ontoelaatbare van zijn handelen te doen inzien en om hem ertoe aan te zetten zich in de toekomst van dergelijk gedrag te onthouden. Aldus is de weigering een werkstraf uit te spreken regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 84,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 13 juni 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230613.2N.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div