← België

A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 185, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 185, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 185, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 185, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.3,

  1. d)- 31 Link Justel databank 19661219-31 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 185, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0316.N F. A., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Lennert Dierickx, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 31 januari 2023. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.c EVRM en artikel 14.3.d IVBPR, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces: de appelrechters hebben ten onrechte geweigerd gevolg te geven aan het verzoek van eisers raadsman om de behandeling van de zaak uit te stellen teneinde de eiser toe te laten persoonlijk ter rechtszitting aanwezig te zijn; de eiser is tijdens de nacht vóór de rechtszitting getroffen door een ernstige ziekte; het verzoek tot uitstel was gestaafd met een e-mail van eisers raadsman aan de medische diensten van de gevangenis, waarin werd verwezen naar eisers medische toestand en om een medisch attest werd gevraagd; het verzoek tot uitstel betrof een inleidingszitting en bracht de redelijke termijn voor de behandeling van eisers zaak niet in het gedrang; ingevolge de weigering tot uitstel hebben de appelrechters zich niet kunnen vergewissen van eisers persoon en hebben zij hem de mogelijkheid ontnomen om ter rechtszitting deel te nemen aan een debat over de feiten, die hij betwistte, en over zijn persoonlijkheid; de appelrechters motiveren niet waarom eisers recht van verdediging niet is miskend; de enkele vertegenwoordiging van de eiser door zijn advocaat ter rechtszitting volstaat daartoe niet; de appelrechters verwijzen bovendien naar een stuk, meer bepaald een bevel tot uithaling, dat niet werd gevoegd bij het dossier van de rechtspleging en waarvan de eiser geen kennis heeft kunnen nemen. 2. Volgens artikel 6.1 EVRM heeft eenieder bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak. Volgens artikel 6.3.c EVRM heeft eenieder die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd het recht bijstand te hebben van een raadsman naar zijn keuze. Artikel 14.3.d IVBPR bepaalt dat iedereen bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging het recht heeft om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, zichzelf te verdedigen of de bijstand te hebben van een raadsman naar eigen keuze. Artikel 185, § 1, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de beklaagde persoonlijk of in de persoon van een advocaat verschijnt. 3. Uit die bepalingen en het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces volgt dat een beklaagde het recht heeft om tegenwoordig te zijn bij het tegen hem gevoerde strafproces. Hij moet zijn strafproces daadwerkelijk kunnen volgen en eraan deelnemen, als hij dat wenst. Hij moet onder meer verklaringen kunnen afleggen en met de rechter in interactie kunnen treden over de feiten, het bewijs en zijn persoonlijkheid. Het enkele feit dat een advocaat de beklaagde vertegenwoordigt, volstaat niet om deze laatste de voormelde rechten te ontzeggen. 4. In beginsel is de rechter dan ook ertoe gehouden de behandeling van een strafzaak uit te stellen indien dit noodzakelijk is opdat de beklaagde die dat wil, effectief zijn proces kan bijwonen. Indien de rechter uitstel weigert, moet hij de concrete omstandigheden vaststellen waarop hij zich baseert. 5. De voormelde rechten zijn evenwel niet absoluut en de eerbiediging ervan dient geval per geval te worden beoordeeld. In de regel dient een beklaagde die de nodige tijd en faciliteiten heeft gekregen om zijn verdediging voor te bereiden, ter rechtszitting te verschijnen om er zijn verdediging voor te dragen. Hij heeft niet het recht om zonder aannemelijke en ernstige redenen te vragen de behandeling van zijn zaak uit te stellen. Wanneer bijgevolg een beklaagde op de rechtszitting waarvoor hij tijdig is opgeroepen, via zijn advocaat vraagt om een uitstel wegens gezondheidsproblemen die hem zouden beletten in persoon te verschijnen, oordeelt de rechter onaantastbaar of die reden aannemelijk en ernstig is. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk te verantwoorden zijn. 6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat eisers raadsman ter rechtszitting een e-mail heeft neergelegd waarbij die advocaat aan een bestemmeling met als e-mailadres “dld.mep.nurcing.dendermonde@just.fgov.be” een bericht heeft gestuurd met de volgende inhoud: “(…) Ik verwijs naar ons telefonisch onderhoud van zo-even. Zoals gemeld ben ik de raadsman van [de eiser], die in de gevangenis van Dendermonde verblijft. Cliënt meldt mij deze nacht ziek te zijn geworden (hij hoestte blijkbaar bloed op). Cliënt dient deze middag aanwezig te zijn voor een zitting van het Hof van Beroep te Gent. Gelet op zijn medische toestand meldt hij evenwel niet in staat te zijn om ter zitting aanwezig te zijn. Mag ik u vriendelijk verzoeken mij ter zake een medisch attest te willen bezorgen waarbij u bevestigt dat cliënt deze nacht inderdaad ziek is geworden zodoende dit kan worden voorgelegd aan het Hof. Gelet op het feit dat de zitting reeds deze middag is voorzien dank ik u alvast voor het spoedige gevolg dat u zult willen geven aan dit verzoek. (…)”. 7. Het arrest oordeelt: “Ter terechtzitting van 3 januari 2023 heeft de raadsman van [de eiser] verzocht om de behandeling van de zaak uit te stellen teneinde laatstgenoemde toe te laten persoonlijk aanwezig te zijn. Het hof (van beroep) is niet ingegaan op dit verzoek tot uitstel om de hierna volgende redenen. Het stond [de eiser] vrij om persoonlijk aanwezig te zijn op de terechtzitting van 3 januari 2023. De dagvaarding om te verschijnen op voormelde terechtzitting werd [de eiser] persoonlijk in de gevangenis betekend op 29 september 2022. Aangaande de regelmatigheid van de dagvaarding werden door de raadsman van [de eiser] trouwens geen bemerkingen geformuleerd. Op de terechtzitting van 3 januari 2023 heeft de raadsman van [de eiser] aangevoerd dat laatstgenoemde ziek was. Deze bewering werd evenwel op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. Daarenboven werd door het openbaar ministerie ter terechtzitting het bevel tot uithaling voorgelegd waaruit bleek dat [de eiser] niet persoonlijk wenste te verschijnen op de voormelde terechtzitting. Er werd daarin geen gewag gemaakt van ziekte. In die omstandigheden is niet aannemelijk gemaakt dat er voor [de eiser] enige belemmering bestond om persoonlijk aanwezig te zijn op de terechtzitting van 3 januari 2023, en was het hof er dienvolgens niet toe gehouden de behandeling van de zaak uit te stellen. Ter terechtzitting van 3 januari 2023 werd [de eiser] vertegenwoordigd door zijn raadsman.” 8. Gelet, eensdeels, op het feit dat het recht van een beklaagde om aanwezig te zijn op zijn proces een grondrecht is waarop de uitzonderingen strikt dienen te worden geïnterpreteerd en, anderdeels, dat het verzoek tot uitstel van de behandeling van de zaak was gestaafd met een aan de medische dienst van de gevangenis gerichte e-mail van de raadsman van de eiser en het arrest evenmin bijzondere omstandigheden vaststelt waardoor het toestaan van eisers verzoek tot uitstel de behoorlijke uitoefening van de strafvordering of behandeling van de zaak in de weg zou staan, konden de appelrechters op grond van die redenen niet wettig beslissen het gevraagde uitstel te weigeren. Het middel is in zoverre gegrond. Tweede middel 9. Het middel dat niet kan leiden tot ruimere cassatie, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre dit het hoger beroep van de eiser ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 206,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 13 juni 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230613.2N.2 Gerelateerde publicatie(
  2. s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160920.6 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200407.2N.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221005.2F.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240430.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.