← België

N.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230613.2N.20 Rolnummer: P.23.0818.N Zaak: N. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-06-22 Raadplegingen: 823 - laatst gezien 2026-06-15 08:32 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De in artikel 35, § 4, Voorlopige Hechteniswet bedoelde borgsom strekt ertoe de aanwezigheid van de inverdenkinggestelde bij verdere proceshandelingen te verzekeren en te vermijden dat hij zich aan het optreden van het gerecht zou onttrekken; de rechter oordeelt onaantastbaar over het bedrag van de borgsom, rekening houdend met de in dat artikel bedoelde criteria en wanneer de rechter oordeelt dat het bedrag van de door een inverdenkinggestelde aangeboden borgsom onvoldoende garanties biedt om het onttrekkingsgevaar te neutraliseren, is hij niet ertoe verplicht in zijn beslissing te vermelden of een hogere borgsom hiertoe wel zou kunnen volstaan noch of een borgsom in geen enkel geval kan volstaan

(1).
(1)Cass. 11 februari 2020, AR P.20.0126.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200211.2N.13, AC 2020, nr. 121; Cass. 12 oktober 1993, AR P.93.1339.N ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19931012.15, AC 1993, nr.
  1. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - INVRIJHEIDSTELLING ONDER VOORWAARDEN Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35, § 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35, § 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0818.N O. A. N., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 30 mei
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 5.3 EVRM: het arrest oordeelt dat de redelijke termijn van de strafvordering niet is overschreden, maar oordeelt niet over de redelijke termijn van eisers vrijheidsberoving die een andere beoordeling en een ander onderzoek vereist; aldus steunt het arrest niet op een geactualiseerd, precies en individueel onderzoek van eisers vrijheidsberoving; minstens laat het arrest na te onderzoeken of de nationale autoriteiten bij het gerechtelijk onderzoek extra voortvarendheid aan de dag hebben gelegd, terwijl dat nochtans was aangevoerd in eisers appelconclusie.
  4. Volgens artikel 5.3 EVRM heeft eenieder die is gearresteerd of wordt gevangen gehouden, het recht om binnen een redelijke termijn te worden berecht of hangende het proces in vrijheid te worden gesteld. Die redelijketermijnvereiste is te onderscheiden van de redelijketermijnvereiste die volgt uit artikel 6.1 EVRM.
  5. Uit die verdragsbepaling, die beoogt de individuele vrijheid te beschermen, volgt dat indien de duur van de voorlopige hechtenis niet langer redelijk is, de betrokkene in vrijheid moet worden gesteld.
  6. Het staat aan het onderzoeksgerecht om op concrete wijze te oordelen of in het licht van de feitelijke omstandigheden van de zaak onder meer wat betreft de aard en de complexiteit van de feiten, de houding van de inverdenkinggestelde en de houding van de met opsporing belaste instanties, het door artikel 5.3 EVRM gewaarborgde recht van een persoon die van zijn vrijheid is beroofd om binnen een redelijke termijn te worden berecht, is miskend. Het onderzoeksgerecht kan bij die beoordeling ook rekening houden met de voortgang van het onderzoek naar de feiten waarvoor de inverdenkinggestelde van zijn vrijheid is beroofd, alsook het gevaar voor recidive, collusie en onttrekking.
  7. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  8. De verwijzing naar de redelijke termijn van de strafvordering in het arrest berust op een verschrijving die uit dit arrest zelf blijkt, aangezien de redenen die het arrest bevat, specifiek betrekking hebben op de redelijke termijn van de voorlopige hechtenis zoals aangevoerd in eisers appelconclusie en waarop het arrest antwoordt. Het Hof vermag het arrest zo te lezen. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.
  9. Met de concrete, nauwkeurige en actuele redenen die het bevat onder de randnummers 3.2 tot en met 3.6, onderzoekt het arrest de redelijke termijn van eisers voorlopige hechtenis, houdt het rekening met de houding van de met opsporing belaste instanties en kan het wettig oordelen dat er nog steeds een gevaar is voor de openbare veiligheid, de redelijketermijnvereiste niet is miskend en de voorlopige hechtenis van de eiser wegens feiten van georganiseerde drughandel moet worden gehandhaafd. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  10. Het onderdeel voert schending aan van artikel 5.3 EVRM: het arrest wijst eisers verzoek tot invrijheidstelling onder betaling van een borgsom van 50.000,00 euro af met de enkele reden dat dit niet aangewezen is in functie van het omschreven onttrekkingsgevaar en ter zake onvoldoende garanties biedt; die weigering kan niet uitsluitend steunen op onttrekkingsgevaar; bovendien blijkt uit die redenen niet of de appelrechters hebben onderzocht of een hogere borgsom wel voldoende garanties zou kunnen bieden noch dat zij hebben vastgesteld dat hoe dan ook geen enkele borgsom het onttrekkingsgevaar kan neutraliseren.
  11. De in artikel 35, § 4, Voorlopige Hechteniswet bedoelde borgsom strekt ertoe de aanwezigheid van de inverdenkinggestelde bij verdere proceshandelingen te verzekeren en te vermijden dat hij zich aan het optreden van het gerecht zou onttrekken.
  12. De rechter oordeelt onaantastbaar over het bedrag van de borgsom, rekening houdend met de in dat artikel bedoelde criteria. Wanneer de rechter oordeelt dat het bedrag van de door een inverdenkinggestelde aangeboden borgsom onvoldoende garanties biedt om het onttrekkingsgevaar te neutraliseren, is hij niet ertoe verplicht in zijn beslissing te vermelden of een hogere borgsom hiertoe wel zou kunnen volstaan noch of een borgsom in geen enkel geval kan volstaan.
  13. In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  14. Het arrest oordeelt over de door de eiser aangeboden borgsom zoals het onderdeel vermeldt. Met die redenen, die niet betekenen dat de appelrechters de in het onderdeel aangehaalde omstandigheden niet hebben onderzocht, verantwoordt het arrest naar recht de beslissing dat de invrijheidstelling van de eiser tegen de aangeboden borgsom niet kan worden toegestaan. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 13 juni 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230613.2N.20 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19931012.15 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200211.2N.13 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240604.2N.12 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241217.2N.25 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.