id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230616.1N.11 Rolnummer: F.22.0001.N Zaak: C. contra BELGISCHE STAAT, MIN VAN FINANCIËN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-10-03 Raadplegingen: 1348 - laatst gezien 2026-06-19 01:03 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230616.1N.11 Fiches 1 - 2 De natrekking van de eventuele opstallen treedt in principe slechts in bij de beëindiging van het opstalrecht; het is slechts op dat ogenblik dat de opstalgever-bedrijfsleider desgevallend van een gunstige natrekking geniet en hem derhalve een voordeel van alle aard wordt toegekend, ongeacht of zulks reeds was bedongen in de opstalovereenkomst
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Bezoldigingen Wettelijke bepalingen: Wet 10 januari 1824 over het recht van opstal - 10-01-1824 - Art. 1 - 31 ELI link Pub nr 1824011051 Wet 10 januari 1824 over het recht van opstal - 10-01-1824 - Art. 6 - 31 ELI link Pub nr 1824011051 Thesaurus CAS: OPSTAL (RECHT VAN) Wettelijke bepalingen: Wet 10 januari 1824 over het recht van opstal - 10-01-1824 - Art. 1 - 31 ELI link Pub nr 1824011051 Wet 10 januari 1824 over het recht van opstal - 10-01-1824 - Art. 6 - 31 ELI link Pub nr 1824011051 Tekst van de beslissing Nr. F.22.0001.N K.C., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen 1, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Adviseur-generaal-directeur van het P Centrum Hasselt, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.159, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 29 juni
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 15 mei 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling […] Derde onderdeel
- Artikel 32 WIB92 bepaalt dat de bezoldigingen van bedrijfsleiders alle beloningen zijn verleend of toegekend aan een natuurlijk persoon die: 1° een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functies uitoefent en 2° in de vennootschap een leidende functie of een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur, van commerciële, financiële of technische aard, uitoefent buiten een arbeidsovereenkomst. Daartoe behoren inzonderheid voordelen, vergoedingen en bezoldigingen die in wezen gelijkaardig zijn aan die vermeld in artikel 31, tweede lid, 2° tot 5°. Krachtens artikel 31, tweede lid, 2°, WIB92 behoren inzonderheid tot de bezoldigingen van werknemers de voordelen van alle aard verkregen uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid. Artikel 204, 3°, b), KB/WIB92 bepaalt dat als beroepsinkomsten van het belastbare tijdperk worden aangemerkt de tijdens dat tijdperk aan de belastingplichtige betaalde of toegekende bezoldigingen.
- Uit deze bepalingen volgt dat het voordeel van alle aard dat aan de bedrijfsleider wordt toegekend uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid belastbaar is in het belastbare tijdperk waarin hem dat voordeel wordt toegekend.
- Krachtens artikel 1, eerste lid, Opstalwet van 10 januari 1824, zoals van toepassing voor de opheffing van deze wet bij wet van 4 februari 2020, is het recht van opstal een zakelijk recht om gebouwen, werken of beplantingen te hebben voor het geheel of een deel, op, boven of onder andermans grond. Krachtens artikel 6 van voormelde Opstalwet treedt de grondeigenaar bij het eindigen van het recht van opstal in de eigendom van de gebouwen, werken of beplantingen, en is hij ertoe gehouden de actuele waarde daarvan te betalen aan de opstalhouder die over een retentierecht beschikt zolang de betaling niet is voldaan. Partijen kunnen daarvan, met toepassing van artikel 8, afwijken.
- Uit deze bepalingen volgt dat de natrekking van de eventuele opstallen in principe slechts intreedt bij de beëindiging van het opstalrecht. Het is slechts op dat ogenblik dat de opstalgever-bedrijfsleider desgevallend van een gunstige natrekking geniet en hem derhalve een voordeel van alle aard wordt toegekend, ongeacht of zulks reeds was bedongen in de opstalovereenkomst. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 269,29 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, François Stévenart Meeûs en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 16 juni 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230616.1N.11 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230616.1N.11 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250227.1F.29 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div