← België

V. contra BELGISCHE STAAT

Obsah (5)Art. 1319Art. 1320Art. 1709Art. 1719Art. 1720

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:

Art. 1319

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1320

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 2 - 4 Aangezien een ondernemer, enerzijds, niet het rustig genot van zijn cliënteel en de daarmee samenhangende lopende overeenkomsten die hij met zijn cliënten heeft gesloten, van zijn commerciële en zakelijke relaties en van zijn naambekendheid kan verschaffen in de zin van artikel 1719, 3°, Oud Burgerlijk Wetboek en, anderzijds, deze vermogensbestanddelen na verhuring aan een derde niet in een goede staat kan onderhouden in de zin van artikel 1719, 2°, Oud Burgerlijk Wetboek, kunnen zij niet los van de handelszaak waarvan zij deel uitmaken het voorwerp zijn van een huurovereenkomst

(1).
(1). Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: oud

Art. 1709

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1719

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1720

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Inkomsten uit roerende goederen Wettelijke bepalingen: oud

Art. 1709

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1719

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1720

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: oud

Art. 1709

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1719

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1720- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr.

F.21.0118.N

  1. A.V.D.L.,
  2. S.B., eisers, met als raadsman mr. Jan Sandra en mr. Dries Verhaeghe, advocaten bij de balie West-Vlaanderen, beiden met kantoor te 8500 Kortrijk, President Kennedypark 41, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Adviseur-generaal-directeur van het Centrum KMO Aalst, met kantoor te 9300 Aalst, André Sierensstraat 16 B1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.159, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 22 december
  3. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 15 mei 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  4. De bewijskracht van een overeenkomst wordt niet miskend door het arrest dat die overeenkomst ter zijde laat omdat ze fictief en gesimuleerd is.
  5. Door uit de overeenkomst af te leiden dat beide partijen niet de bedoeling hebben gehad een huurovereenkomst te sluiten en dat de huurovereenkomst fictief is, zeggen de appelrechters bijgevolg geenszins dat die akte niet vermeldt dat een huurovereenkomst met betrekking tot een architectenpraktijk als algemeenheid werd gesloten en miskennen zij de bewijskracht van die akte niet.
  6. In zoverre het onderdeel schending van de bewijskracht van de huurovereenkomst aanvoert, kan het niet worden aangenomen.
  7. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 170 Grondwet, artikel 1156 Oud Burgerlijk Wetboek en de artikelen 17, § 1, 3°, en 32, tweede lid, 1°, WIB92, is het geheel afgeleid uit de vergeefs aangevoerde miskenning van de bewijskracht van de huurovereenkomst en is het mitsdien niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  8. In fiscale zaken is er sprake van veinzing wanneer een belastingplichtige met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden een inbreuk pleegt op de fiscale wet door de veruitwendiging van een juridische akte die niet overeenstemt met een andere geheim gehouden overeenkomst. De veinzing blijkt uit de vaststelling dat de veruitwendigde akte in werkelijkheid niet is gesteld of dat de partijen niet alle gevolgen ervan aanvaarden.
  9. Krachtens artikel 1709 Oud Burgerlijk Wetboek is de huur van goederen een contract waarbij de ene partij zich verbindt om de andere het genot van een zaak te doen hebben gedurende een zekere tijd en tegen een bepaalde prijs die laatstgenoemde zich verbindt te betalen. Krachtens artikel 1719, 2° en 3°, Oud Burgerlijk Wetboek is de verhuurder, uit de aard van het contract, zonder dat daartoe enig bijzonder beding nodig is, verplicht dat goed in zodanige staat te onderhouden dat het kan dienen tot het gebruik waartoe het verhuurd is en de huurder het rustig genot daarvan te doen hebben zolang de huur duurt. Krachtens artikel 1720 Oud Burgerlijk Wetboek is de verhuurder verplicht het goed in alle opzichten in goede staat van onderhoud te leveren. Hij moet daaraan gedurende de huurtijd alle herstellingen doen, die nodig mochten worden, behalve de herstellingen ten laste van de huurder.
  10. Aangezien een ondernemer, enerzijds, niet het rustig genot van zijn cliënteel en de daarmee samenhangende lopende overeenkomsten die hij met zijn cliënten heeft gesloten, van zijn commerciële en zakelijke relaties en van zijn naambekendheid kan verschaffen in de zin van artikel 1719, 3°, Oud Burgerlijk Wetboek en, anderzijds, deze vermogensbestanddelen na verhuring aan een derde niet in een goede staat kan onderhouden in de zin van artikel 1719, 2°, Oud Burgerlijk Wetboek, kunnen zij niet los van de handelszaak waarvan zij deel uitmaken het voorwerp zijn van een huurovereenkomst.
  11. De appelrechters stellen vast dat: - de eerste eiser samen met D.B. sinds 1 augustus 1986 een zelfstandige architectenpraktijk uitoefende in naam en voor rekening van de commerciële vennootschap FV […]; - beiden ook zaakvoerder waren van de vennootschap […] bvba, opgericht in 1996, die eigenaar was van het gebouw waarin de architectenpraktijk werd uitgeoefend en de overige infrastructuur van de architectenpraktijk en waarin het personeel dat tewerkgesteld werd in de architectenpraktijk was ingeschreven; - op 20 december 2010 de naam, de aard en de rechtsvorm van […] bvba werd gewijzigd in BVDL architecten bv ovv cvba, met als bestuurders de eerste eiser en D.B. en met als doel het uitoefenen van het beroep van architect in de meest brede zin; - de eerste eiser en D.B. hun zelfstandige activiteit op 31 december 2010 hebben stopgezet en op 1 januari 2011 de commerciële vennootschap FV […] hebben ontbonden, wat tot gevolg had dat de architectenpraktijk aan de eerste eiser en D.B. elk voor de helft toeviel; - op 1 januari 2011 tussen de eerste eiser en D.B., als verhuurders, enerzijds, en de vennootschap BVDL, als huurder, anderzijds een overeenkomst tot verhuur van een architectenpraktijk werd afgesloten, voor een duur van negen jaar, tegen een te indexeren huurprijs van 108.000 euro per jaar. Vervolgens stellen de appelrechters vast en oordelen dat: - in de overeenkomst wordt verduidelijkt dat de verhuurde praktijk samengesteld is uit enerzijds goodwill bestaande uit het cliënteel, de naambekendheid en de commerciële en zakelijke relaties die van belang zijn voor de exploitatie van de architectenpraktijk en anderzijds het voordeel van de lopende architectenovereenkomsten die in een bijlage zijn opgelijst; - het voordeel van de lopende architectenovereenkomsten in wezen verweven is met de waarde van het cliënteel, aangezien de lopende overeenkomsten zijn aangegaan met klanten; - de eerste eiser op 1 januari 2011 elke activiteit van architect in persoonlijke naam heeft stopgezet, het in een consequente toepassing van deze werkelijkheid vanaf die stopzetting niet meer mogelijk is voor de eerste eiser en D.B. om het voorwerp van de verhuring nog verder te beïnvloeden of er controle over uit te oefenen en dat hier meer dan alleen maar cliënteel verhuurd werd en ook niet alleen het cliënteel dat op het moment van de overeenkomst in hoofde van de eerste eiser en D.B. bestond, daar niets aan verandert; - het tot de essentie van de huurovereenkomst behoort dat het rustig genot over dat wat wordt verhuurd, door de verhuurder moet kunnen worden gegarandeerd en dit gedurende de hele duur van de huurovereenkomst; - de verhuurder ook een onderhoudsplicht heeft die ertoe strekt er voor te zorgen dat het huurgoed in stand wordt gehouden; - waar de betreffende overeenkomst het cliënteel tot voorwerp heeft, moet worden vastgesteld dat (i) het op het moment van de contractsluiting bestaande cliënteel geen goed is dat voor de volle negen jaar van de overeenkomst zal bestaan, in de regel ervan moet worden uitgegaan dat architectenprojecten niet gedurende zoveel jaren voortduren; de afwerking van de opdrachten meebrengt dat dit deel van het voorwerp wegvalt; en (ii) de klanten die tot 31 december 2010 op de architectendiensten van de eerste eiser en D.B. beroep hadden gedaan, in niets gebonden zijn om klant te blijven of worden van de huurder; dat dit des te meer het geval is met klanten die pas na de start van de huurovereenkomst met de vennootschap BVDL contracteerden; consequent zijnde aan de aanname dat de architectenopdrachten nu niet meer door de eerste eiser en D.B. worden uitgeoefend, maar door de vennootschap, zelfs niet kan worden aangenomen dat de invloed in dat verband uitgaat van de verhuurders; - het vanaf de stopzetting van de feitelijke vereniging tussen de eerste eiser en D.B. alleen nog de vennootschap BVDL is die door haar wijze van uitoefening van de architectenpraktijk de mate waarin de klanten enige binding of interesse tot samenwerking met de architectenpraktijk hebben, zal beïnvloeden; - de bestaande en potentiële klanten trouwens vrij zijn om zich te wenden tot de architect van hun keuze; - cliënteel derhalve niet vatbaar is voor verhuring; - hetzelfde geldt voor commerciële en zakelijke relaties die op het moment van de contractsluiting bestonden in hoofde van de verhuurders, aangezien de rechtspersonen waarmee die relaties bestonden, in niets gebonden zijn om met de huurder samen te werken, vanaf de stopzetting in eigen naam van de praktijk door de verhuurders, moet worden aangenomen dat het in stand houden van die relaties nog enkel de verdienste is van de huurder zelf, exploitant van de architectenpraktijk en de verdienste niet meer van de verhuurders uitgaat; - hetzelfde geldt voor de naambekendheid, aangezien, zo kan worden aangenomen dat deze nog enige tijd waarde behoudt, het onderhouden en in stand houden van die waarde verbonden aan de architectenpraktijk, algauw de verdienste zal zijn van de nieuwe uitbater ervan, namelijk de huurder en de verhuurders hun invloed door de stopzetting van het beroep van architect in eigen naam, maar ook zelfs door de verhuring ervan, uit handen hebben gegeven.
  12. Aldus verantwoorden de appelrechters, gelet op hun vaststelling dat de verhuurde ‘architectenpraktijk’ uit niets anders bestond dan goodwill en het voordeel van de lopende architectenovereenkomsten, naar recht hun beslissing dat er sprake is van simulatie, aangezien het reeds in de overeenkomst zelf begrepen is dat de partijen de gevolgen van hun naar buiten gebrachte keuze niet zullen kunnen respecteren, en de contractanten in werkelijkheid geen andere bedoeling hebben gehad dan, eenmaal beslist was om de architectenactiviteit in de vennootschap BVDL uit te oefenen, een extra vergoeding uit de vennootschap te ontvangen onder het mom van een roerend inkomen.
  13. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van enerzijds de artikelen 1709, 1719 en 1720 Oud Burgerlijk Wetboek en anderzijds van de artikelen 1134, 1156 en 1319 tot 1322 Oud Burgerlijk Wetboek, kan het niet worden aangenomen.
  14. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 17, § 1, 3°, WIB92 en artikel 32, tweede lid, 1°, WIB92, is het geheel afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van de artikelen 1709 en 1719, 3°, Oud Burgerlijk Wetboek en is het mitsdien niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 265,96 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, François Stévenart Meeûs en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 16 juni 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230616.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230616.1N.9 geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2025:ARR.20250521.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.