id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 23quater, eerste en vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 23quater, eerste en vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 23quater, eerste en vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0621.N C. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Ibrahim El Ouahi, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 16 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis spreekt de eiser vrij voor het feit omschreven onder de telastlegging B. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is eisers cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis beantwoordt niet eisers grief betreffende het verzoek om taalwijziging; het motiveert evenmin het bedrag van de geldboete voor het feit omschreven onder de telastlegging A niettegenstaande de eiser daarover in het grievenformulier een duidelijke betwisting heeft gevoerd.
- De eiser heeft in zijn grievenformulier door aankruising van de rubriek Procedure gevolgd door de bewoordingen “Taalwijziging werd geweigerd” aangevoerd dat de eerste rechter ten onrechte zijn verzoek om taalwijziging heeft geweigerd.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiser tegen het in eerste aanleg gewezen vonnis op verzet van 31 januari 2022 dat zijn verzet onontvankelijk had verklaard het door artikel 23quater Taalwet Gerechtszaken bedoelde beroep bij de Franstalige arrondissementsrechtbank Brussel en de Nederlandstalige arrondissementsrechtbank Brussel in verenigde vergadering heeft ingesteld; - bij vonnis van 13 juni 2022 deze arrondissementsrechtbanken in verenigde vergadering hebben geoordeeld dat niet bleek dat de eiser de politierechtbank om een taalwijziging heeft verzocht en dat een dergelijk verzoek niet kan worden geformuleerd voor deze arrondissementsrechtbanken in verenigde vergadering; - de eiser tegen dit vonnis geen rechtsmiddel heeft ingesteld.
- Volgens artikel 23quater, eerste en vierde lid, Taalwet Gerechtszaken zijn de Franstalige arrondissementsrechtbank Brussel en de Nederlandstalige arrondissementsrechtbank Brussel in verenigde vergadering bij uitsluiting bevoegd om kennis te nemen van een aangevoerde schending van de in die bepaling vermelde artikelen van de Taalwet Gerechtszaken door de politierechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel en is hun beslissing niet vatbaar voor beroep.
- Daaruit volgt dat eisers aanvoering voor het appelgerecht dat de eerste rechter ten onrechte heeft geweigerd in te gaan op zijn verzoek om taalwijziging doelloos is en de appelrechters dit verweer dan ook niet dienen te beantwoorden. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Het bestreden vonnis oordeelt met betrekking tot de aan de eiser voor het feit van de telastlegging A op te leggen geldboete als volgt: - bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de feiten, met het rijk gevulde strafverleden van de eiser en zijn persoonlijke situatie; - met de bestraffing beoogt de rechtbank uiting te geven aan de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de begane overtreding en de bescherming van de maatschappij, in het bijzonder andere weggebruikers; - gezien de ernst van de overtreding (172 km/u gecorrigeerd waar maximaal 120 km/u is toegelaten), de vele antecedenten van de eiser en de belangen van een veilig wegverkeer is de in het dictum bepaalde effectieve geldboete een noodzakelijke en gepaste sanctie. Met die redenen beantwoordt het bestreden vonnis het verweer betreffende het bedrag van die geldboete. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 20 juni 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230620.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191015.7 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251014.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div