id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230620.2N.16 Rolnummer: P.23.0707.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2023-07-11 Raadplegingen: 656 - laatst gezien 2026-06-15 08:38 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De uit artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering voortvloeiende verplichting voor de correctionele rechtbank die uitspraak doet in hoger beroep om de keuze voor de bijkomende straf van het verval en de maat van die straf nauwkeurig te motiveren, geldt enkel indien de rechter vrij kan oordelen over het opleggen van die straf en de maat ervan; zij is niet van toepassing indien de wetgever de rechter verplicht die straf op te leggen voor de door hem bepaalde duur en de rechter zich daartoe beperkt; aldus is de bijzondere motiveringsplicht niet van toepassing op het opleggen van het verval van het recht tot sturen voor drie maanden, als verplichte en minimale bijkomende straf in geval van veroordeling wegens rijden spijts verval van het recht tot sturen
(1).
(1)Voor dezelfde principes, toegepast op het misdrijf van art. 35 Wegverkeerswet, zie Cass. 19 april 2022, AR P.22.0192.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220419.2N.3, AC 2022, nr.
- Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, tweede en zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 48 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, tweede en zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0707.N E. C., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Gino Houbrechts, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Tongeren, van 15 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis vermeldt niet artikel 48 Wegverkeerswet, terwijl de eiser werd veroordeeld tot een in dit artikel bepaalde straf.
- Het bestreden vonnis verklaart de eiser schuldig aan het feit omschreven onder de enige telastlegging en veroordeelt hem daarvoor tot straf. De omschrijving van de enige telastlegging vermeldt artikel 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet. Bijgevolg vermeldt het bestreden vonnis het artikel betreffende de tegen de eiser uitgesproken straf. Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis, mist feitelijk grondslag. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van de motiveringsplicht van de rechter: het bestreden vonnis verwijst voor de motivering van het verval naar de door de eerste rechter gegeven motivering, maar het beroepen vonnis bevat geen enkele motivering betreft het rijverbod; aldus verwijst het bestreden vonnis naar een niet bestaande motivering en is het dus zelf ook niet gemotiveerd.
- De uit artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering voortvloeiende verplichting voor de correctionele rechtbank die uitspraak doet in hoger beroep om de keuze voor de bijkomende straf van het verval en de maat van die straf nauwkeurig te motiveren, geldt enkel indien de rechter vrij kan oordelen over het opleggen van die straf en de maat ervan. Zij is niet van toepassing indien de wetgever de rechter verplicht die straf op te leggen voor de door hem bepaalde duur en de rechter zich daartoe beperkt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Artikel 48, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de rechter ingeval van een overtreding van die bepaling niet enkel een gevangenisstraf en of een geldboete moet opleggen, maar ook een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden. Het bestreden vonnis legt aan de eiser door bevestiging van het beroepen vonnis een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig op voor een duur van drie maanden. De bijzondere motiveringsplicht is daarop niet van toepassing. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Het middel is dan ook gericht tegen overtollige motieven en kan bijgevolg niet tot cassatie leiden. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 20 juni 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230620.2N.16 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220419.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div