id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:
Art. 42
, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 43bis
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen:
Art. 42
, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 43bis- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.
P.23.0310.N M. L., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Raan Colman, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 31 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet en de artikelen 42, 3°, en 43bis, tweede lid, Strafwetboek: het arrest beveelt lastens de eiser de bijzondere verbeurdverklaring (hierna verbeurdverklaring) van een vermogensvoordeel dat het herleidt tot 30.000,00 euro wegens tweemaal het verkopen van een ongekende totale hoeveelheid cocaïne (telastlegging A.1 van zaak I en enige telastlegging van zaak II) en het bezit van cocaïne voor in totaal 34,38 gram (enige telastlegging van zaak II); het arrest bepaalt niet de gegevens op basis waarvan het tot een verbeurdverklaring van het vermelde bedrag komt; bij gebrek aan het toelichten van de concrete gegevens in het strafdossier die in aanmerking komen om een zo nauwkeurig mogelijke berekening van de omvang van de vermogensvoordelen of raming van de geldwaarde ervan toelaten, kan de verbeurdverklaring lastens de eiser niet worden bepaald.
- Het feit dat de rechter, om de door een beklaagde uit een misdrijf verkregen vermogensvoordelen ex aequo et bono te bepalen, de gegevens van het strafdossier in aanmerking dient te nemen die deze bepaling zo nauwkeurig mogelijk toelaten, vereist niet dat de beslissing die gegevens uitdrukkelijk vermeldt. Niettemin moet de beslissing wel de essentiële gegevens bevatten die het Hof toelaten zijn wettigheidscontrole op de toegepaste straf van de verbeurdverklaring uit te oefenen.
- Het arrest voegt de hogere beroepen van de eiser en het openbaar ministerie tegen de beroepen vonnissen van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 25 oktober 2021 (zaak I) en 7 juni 2022 (zaak II) samen en doet uitspraak over het geheel van de aan de eiser in de beide zaken ten laste gelegde feiten zoals in het middel vermeld. Het arrest mildert, met impliciete verwijzing naar de beroepen vonnissen, de verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen die de eiser uit de vermelde misdrijven zou hebben verkregen tot een bedrag ex aequo et bono bepaald op 30.000,00 euro, in het bijzonder “[om de eiser] geen onredelijk zware bestraffing op te leggen en zijn laatste kans op re-integratie niet buitensporig te hypothekeren.”
- Het beroepen vonnis in de zaak I beval lastens de eiser de verbeurdverklaring per equivalent van vermogensvoordelen ten bedrage van 103.125,00 euro op grond van de volgende redenen: “Het openbaar ministerie vordert ten laste van [de eiser] schriftelijk de bijzondere verbeurdverklaring van een bedrag van 103.125 euro ingevolge de feiten zoals voorzien in tenlastelegging A, waarmee voldaan werd aan de artikelen 42 en 43bis van het Strafwetboek. De vermogensvoordelen moeten inderdaad worden verbeurdverklaard. De bekomen vermogensvoordelen maken immers inherent deel uit van het in hoofde van [de eiser] bewezen verklaarde misdrijf. Het gaat niet op om misdrijven bewezen te verklaren en dan te zeggen dat men de bekomen voordelen mag behouden. Dit is een bijkomend signaal naar [de eiser] om hem bewust te maken dat dergelijke misdrijven niet lonend zijn. De begroting van de vermogensvoordelen in hoofde van [de eiser] komt de rechtbank correct voor.” De schriftelijke vordering tot verbeurdverklaring van het openbaar ministerie vermeldde: “Vordert (…) [o]m over te gaan tot verbeurdverklaring van vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats zijn gesteld en uit belegde voordelen voortkomende inkomsten, namelijk: Een geldsom ten bedrage 103.125,00 Euro van vermogensvoordelen bekomen door [de eiser] uit het misdrijf onder tenlastelegging A (…).”
- Het beroepen vonnis in de zaak II beval lastens de eiser de verbeurdverklaring per equivalent van vermogensvoordelen ten bedrage van 4.825,00 euro op grond van onder meer de volgende redenen: “Het Openbaar Ministerie vordert schriftelijk de bijzondere verbeurdverklaring van een bedrag van 4.825,00 euro ten aanzien van eerste en tweede beklaagde. Hiermee is voldaan aan de toepassingsvoorwaarden van artikelen 42 en 43bis van het Strafwetboek. (…) De begroting van de vermogensvoordelen in hoofde van eerste en tweede beklaagde komt de rechtbank correct voor. Gelet op het feit dat de vermogensvoordelen berekend werden op basis van de verklaringen van een aantal maar niet alle afnemers, ziet de rechtbank geen redenen om het bedrag van de verbeurd te verklaren vermogensvoordelen te herleiden of te milderen. Deze verbeurdverklaring van 4.825,00 euro vormt in hoofde van eerste en tweede beklaagde ook geen onredelijk zware straf.” De schriftelijke vordering tot verbeurdverklaring van het openbaar ministerie vermeldde: “Vordert (…) [o]m over te gaan tot verbeurdverklaring van vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats zijn gesteld en uit belegde voordelen voortkomende inkomsten, namelijk een geldsom ten bedrage 9.650,00 bekomen door de eerste en tweede beklaagde uit het misdrijf onder de enige tenlastelegging, ieder voor de helft, hetzij 4.825,00 Euro (…).”
- De redenen waarop het arrest aldus de beslissing steunt, laten het Hof niet toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen op de lastens de eiser bevolen verbeurdverklaring van vermogensvoordelen. Bijgevolg schendt het arrest artikel 149 Grondwet en de artikelen 42, 3°, en 43bis, tweede lid, Strafwetboek. Het middel is in zoverre gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het lastens de eiser de bijzondere verbeurdverklaring van vermogensvoordelen beveelt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot vijf zesden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Bepaalt de kosten op 155,16 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 20 juni 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230620.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241231.2N.21 precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210518.2N.4 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220426.2N.2 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230404.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div