id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.1 Rolnummer: P.22.0028.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Bestuursrecht - Internationaal publiekrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2023-07-04 Raadplegingen: 953 - laatst gezien 2026-06-19 00:31 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vertaling in voorbereiding Fiches 1 - 2 Uit het arrest nr. 54/2023 van 23 maart 2023 van het Grondwettelijk Hof en de dragende redenen ervan (B.2.1 tot B.14) volgt dat bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van eisers cassatieberoep tegen de beslissing tot vervallenverklaring van nationaliteit het Hof geen rekening houdt met de in artikel 23, § 6, eerste lid, WBN bepaalde beperkende voorwaarden
(1). Zie GwH 23 maart 2023, nr. 54/2023, www.const-court.be Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen Wettelijke bepalingen: Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23, § 6 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Thesaurus CAS: NATIONALITEIT Wettelijke bepalingen: Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23, § 6 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Fiche 3 De door artikel 23 WBN ingevoerde vervallenverklaring van nationaliteit is een maatregel van burgerlijke aard die wordt beoordeeld door het hof van beroep dat zitting houdt in burgerlijke zaken en noch uit de kwalificatie van deze maatregel noch uit het doel ervan noch uit de gevolgen ervan volgt dat die maatregel een straf is; leedtoevoeging is geen doel van deze maatregel en de omstandigheid dat de maatregel als gevolg kan hebben dat de betrokkene van zijn gezin wordt gescheiden, verleent aan die maatregel niet het karakter van een straf. Thesaurus CAS: NATIONALITEIT Wettelijke bepalingen: Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Fiches 4 - 6 Gezien de vervallenverklaring van nationaliteit overeenkomstig artikel 23 WBN een maatregel van burgerlijke aard is en geen straf, is artikel 2.1 Zevende Aanvullend Protocol EVRM dan ook niet van toepassing
(1).
(1)Cass. 18 januari 2023, AR P.21.0228.F ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230118.2F.2, AC 2023, nr. 52, met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230118.2F.2. Thesaurus CAS: NATIONALITEIT Wettelijke bepalingen: Protocol nr. 7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 2.1 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Allerlei Wettelijke bepalingen: Protocol nr. 7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 2.1 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei Wettelijke bepalingen: Protocol nr. 7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 2.1 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Fiches 7 - 8 Er bestaat behalve in strafzaken geen algemeen rechtsbeginsel waarbij de dubbele aanleg wordt gewaarborgd
(1).
(1)Cass. 18 januari 2023, AR P.21.0228.F ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230118.2F.2, AC 2023, nr. 52, met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230118.2F.2. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - ALGEMEEN RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Fiches 9 - 12 Uit de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof (nr. 122/2015, 17 september 2015, B.7; GwH nr. 116/2021, 23 september 2021, B.4.2) volgt dat het gegeven dat in de door artikel 23 WBN geregelde bijzondere procedure van vervallenverklaring van nationaliteit, anders dan in de door artikel 23/1 en 23/2 WBN bepaalde procedures, hoger beroep is uitgesloten, niet zonder redelijke verantwoording is en bijgevolg niet discriminerend
(1).
(1)zie GwH 17 september 2015, nr. 122/2015, B.7; GwH 23 september 2021, nr. 116/2021, B.4.2., www.const-court.be. Thesaurus CAS: NATIONALITEIT Wettelijke bepalingen: Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23/1 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23/2 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Allerlei Wettelijke bepalingen: Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23/1 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23/2 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 10 Wettelijke bepalingen: Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23/1 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23/2 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 11 Wettelijke bepalingen: Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23/1 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23/2 - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0028.N S. M’N., persoon van wie het verval van de Belgische nationaliteit wordt gevorderd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, familiekamer, van 14 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Bij arrest van 28 juni 2022 heeft het Hof aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag gesteld betreffende de verenigbaarheid van artikel 23, § 6, eerste lid, Wetboek van 28 juni 1984 van de Belgische Nationaliteit (hierna WBN) met de artikelen 10 en 11 Grondwet. Het Grondwettelijk Hof heeft met het arrest nr. 54/2023 van 23 maart 2023 deze prejudiciële vraag beantwoord. Op de rechtszitting van 27 juni 2023 heeft raadsheer Filip Van Volsem verslag uitgebracht en heeft advocaat-generaal Dirk Schoeters geconcludeerd. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het Grondwettelijk Hof heeft bij arrest nr. 54/2023 van 23 maart 2023 de door het Hof bij arrest van 28 juni 2022 gestelde prejudiciële vraag, namelijk: “Schendt artikel 23, § 6, eerste lid, WBN de artikelen 10 en 11 Grondwet in zoverre dit de ontvankelijkheid van een cassatieberoep van de verweerder in een procedure waarbij het verval van zijn Belgische nationaliteit wordt gevorderd aan de dubbele voorwaarde onderwerpt dat hij voor het hof van beroep tevergeefs heeft aangevoerd dat hij de staat van Belg heeft verkregen door een ouder die op zijn geboortedag zelf Belg was en dat het cassatiemiddel de schending of de onjuiste toepassing van de wettelijke bepalingen waarop dit rechtsmiddel is gegrond dan wel het ontbreken van een reden tot afwijzing inroept, terwijl een cassatieberoep van een beklaagde tegen een beslissing tot vervallenverklaring van zijn Belgische nationaliteit, uitgesproken samen met een gevangenisstraf bij toepassing van artikel 23/1, 1° en 2° en 23/2, § 1, WBN, niet aan dergelijk restrictieve voorwaarden is onderworpen?” als volgt beantwoord: “Artikel 23, § 6, eerste lid, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.”
- Uit dit arrest en de dragende redenen ervan (B.2.1 tot B.14) volgt dat bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van eisers cassatieberoep het Hof geen rekening houdt met de in artikel 23, § 6, eerste lid, WBN bepaalde beperkende voorwaarden. Het cassatieberoep is ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert aan dat het arrest ten onrechte oordeelt dat de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit geen straf is en dat bijgevolg de daarmee in verband te brengen waarborgen, zoals het non bis in idem-beginsel, niet van toepassing zijn; die vervallenverklaring is wel degelijk een straf omdat daardoor de eiser wordt gescheiden van zijn gezin en die vervallenverklaring, net als een gevangenisstraf, tot doel heeft om aan de eiser leed te veroorzaken; de appelrechters hadden zich wel degelijk onbevoegd moeten verklaren aangezien de eiser opnieuw wordt vervolgd met het oog op een tweede bestraffing, nadat hij reeds definitief is veroordeeld. Ondergeschikt wordt gevraagd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie de volgende prejudiciële vraag te stellen: “Wordt het non bis in idem-beginsel miskend wanneer een persoon die definitief werd veroordeeld bij een in kracht van gewijsde gegaan arrest tot een gevangenisstraf en een geldboete, vervolgens wordt vervolgd met het oog op het ontnemen van zijn nationaliteit?”
- De door artikel 23, § 1, 2°, WBN geregelde vervallenverklaring van de nationaliteit maakt het mogelijk te verzekeren dat de verplichtingen die iedere Belgische burger heeft, in acht worden genomen door de Belgen die hun nationaliteit noch door een ouder of een adoptant die Belg was op het ogenblik van hun geboorte, noch door toepassing van artikel 11 WBN hebben verkregen, alsook dat die Belgen, wanneer zij door hun gedrag tonen dat zij de fundamentele regels van het samenleven niet aanvaarden en ernstig afbreuk doen aan de rechten en vrijheden van hun medeburgers, van de nationale gemeenschap worden uitgesloten.
- De door artikel 23 WBN ingevoerde vervallenverklaring van nationaliteit is een maatregel van burgerlijke aard die wordt beoordeeld door het hof van beroep dat zitting houdt in burgerlijke zaken. Noch uit de kwalificatie van deze maatregel noch uit het doel ervan noch uit de gevolgen ervan volgt dat die maatregel een straf is. Leedtoevoeging is geen doel van deze maatregel. De omstandigheid dat de maatregel als gevolg kan hebben dat de betrokkene van zijn gezin wordt gescheiden, verleent aan die maatregel niet het karakter van een straf.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- De prejudiciële vraag die berust op die onjuiste rechtsopvattingen, wordt niet gesteld. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 2.1 Zevende Aanvullend Protocol, de artikelen 10, 11, 22 en 23 Grondwet en artikel 616 Gerechtelijk Wetboek: het arrest verwerpt eisers stelling dat de aanhangigmaking van de vordering tot vervallenverklaring van de nationaliteit voor het hof van beroep op grond van artikel 23, § 3, WBN in plaats van een dergelijke vordering voor het strafgerecht op grond van artikel 23/2 WBN discriminerend is; hij kan immers tegen het arrest geen hoger beroep aantekenen, maar enkel cassatieberoep.
- Zoals is vermeld in het antwoord op het eerste middel is de vervallenverklaring van nationaliteit overeenkomstig artikel 23 WBN een maatregel van burgerlijke aard en geen straf. Artikel 2.1 Zevende Aanvullend Protocol EVRM is dan ook niet erop van toepassing.
- Er bestaat behalve in strafzaken geen algemeen rechtsbeginsel waarbij de dubbele aanleg wordt gewaarborgd.
- Uit de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof (nr. 122/2015, 17 september 2015, B.7; GwH nr. 116/2021, 23 september 2021, B.4.2 ) volgt dat het gegeven dat in de door artikel 23 WBN geregelde bijzondere procedure van vervallenverklaring van nationaliteit, anders dan in de door artikel 23/1 en 23/2 WBN bepaalde procedures, hoger beroep is uitgesloten, niet zonder redelijke verantwoording is en bijgevolg niet discriminerend.
- Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 44,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 27 juni 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.11 precedenten: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230118.2F.2 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230118.2F.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div