id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.26 Rolnummer: P.23.0831.N Zaak: T. contra S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2023-07-04 Raadplegingen: 632 - laatst gezien 2026-06-15 08:36 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Overeenkomstig artikel 421, tweede lid, Wetboek van Strafvordering moet de door een partij tegen een arrest van verwijzing naar het hof van assisen gedane verklaring van cassatieberoep op straffe van verval de redenen van de voorziening preciseren; indien de gedane verklaring van cassatieberoep de redenen van de voorziening niet vermeldt, is het cassatieberoep tegen de beslissing waarbij de eiser wordt verwezen naar het hof van assisen niet ontvankelijk. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 421, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - RECHTSPLEGING TOT DE VERWIJZING NAAR HET HOF Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 421, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0831.N M. T., inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Jurgen Millen, advocaat bij de balie Limburg, tegen
- R. S., burgerlijke partij,
- M. L., burgerlijke partij,
- W. C., burgerlijke partij,
- E. S., burgerlijke partij,
- S. C., burgerlijke partij,
- M. C., burgerlijke partij,
- P. C., burgerlijke partij,
- P. P., burgerlijke partij,
- K. V., burgerlijke partij,
- L. V.D.V., burgerlijke partij,
- C. F., burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 16 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, grieven aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Artikel 421, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat op straffe van verval de door een partij tegen een arrest van verwijzing naar het hof van assisen gedane verklaring van cassatieberoep de redenen van de voorziening moet preciseren.
- De door de eiser op 17 mei 2023 gedane verklaring van cassatieberoep vermeldt niet de redenen van de voorziening. In zoverre het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing waarbij de eiser wordt verwezen naar het hof van assisen, is het niet ontvankelijk.
- Het arrest bekrachtigt de beslissing van de raadkamer waarbij tegen de eiser een bevel tot gevangenneming wordt verleend. Het beveelt evenwel niet de onmiddellijke tenuitvoerlegging van dit bevel. De eiser is niet van zijn vrijheid beroofd. In zoverre het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing waarbij het verlenen van een bevel tot gevangenneming wordt bekrachtigd, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel dat geen betrekking heeft op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 222,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 27 juni 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.26 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div