← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.39 Rolnummer: P.23.0641.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-07-04 Raadplegingen: 757 - laatst gezien 2026-06-18 11:15 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het verzoek om taalwijziging kan niet voor het eerst in hoger beroep worden geformuleerd, maar indien de eerste rechter het verzoek om taalwijziging afwijst en ten gronde uitspraak doet, kan tegen de afwijzende beslissing hoger beroep worden ingesteld en dient het appelgerecht daarover uitspraak te doen

(1).
(1)Cass. 26 mei 2020, AR P.19.1338.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200526.2N.13, AC 2020, nr. 316, Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep - Strafzaken Fiches 3 - 5 Indien voor het appelgerecht een beklaagde die om taalwijziging heeft verzocht, afstand doet van zijn grief betreffende de schuldbeoordeling door de eerste rechter en zich dus verenigt met die beoordeling, houdt dit noodzakelijkerwijze een verzaking in van zijn verzoek om taalwijziging
(1).
(1)Cass. 26 mei 2020, AR P.19.1338.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200526.2N.13, AC 2020, nr. 316 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep - Strafzaken AFSTAND (RECHTSPLEGING) - AFSTAND VAN RECHTSVORDERING Tekst van de beslissing Nr. P.23.0641.N A. D., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Ibrahim El Ouahi, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 31 maart
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 23 Taalwet Gerechtszaken: het bestreden vonnis weigert ten onrechte eisers verzoek om taalwijziging.
  3. Uit artikel 6.3.a EVRM, dat bepaalt dat eenieder die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd het recht heeft om onverwijld in een taal die hij verstaat en in bijzonderheden op de hoogte te worden gesteld van de aard en de reden van de tegen hem ingebrachte beschuldiging, volgt niet dat een beklaagde het recht heeft om te worden berecht door een rechtscollege met als taal van de rechtspleging de door hem gekozen taal. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. Volgens artikel 23, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken kan de beklaagde die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt wanneer hij terechtstaat voor een politierechtbank waarvan de taal van de rechtspleging het Nederlands is, vragen dat de rechtspleging in het Frans geschiedt. Indien het rechtscollege ingaat op dat verzoek gelast het overeenkomstig artikel 23, vierde lid, Taalwet Gerechtszaken de verwijzing naar het dichtst bijgelegen gerecht van dezelfde rang waarvan de taal van de rechtspleging die is welke door de beklaagde is gevraagd.
  5. Het verzoek om taalwijziging kan niet voor het eerst in hoger beroep worden geformuleerd, maar indien de eerste rechter het verzoek om taalwijziging afwijst en ten gronde uitspraak doet, kan tegen de afwijzende beslissing hoger beroep worden ingesteld en dient het appelgerecht daarover uitspraak te doen.
  6. Indien evenwel voor het appelgerecht een beklaagde die om taalwijziging heeft verzocht, afstand doet van zijn grief betreffende de schuldbeoordeling door de eerste rechter en zich dus verenigt met die beoordeling, houdt dit noodzakelijkerwijze een verzaking in van zijn verzoek om taalwijziging.
  7. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  8. In het proces-verbaal van de rechtszitting van 3 maart 2023 en met het bestreden vonnis wordt vastgesteld dat de eiser afstand heeft gedaan van zijn grief betreffende de schuld. Daaruit volgt dat de eiser heeft verzaakt aan zijn verzoek om taalwijziging.
  9. In zoverre het middel is gericht tegen overtollige redenen, kan het niet tot cassatie leiden en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 107,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 27 juni 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.39 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200526.2N.13 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.9 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250513.2N.27 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260421.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.