← België

E. contra A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.44 Rolnummer: P.23.0822.N Zaak: E. contra A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2023-07-04 Raadplegingen: 748 - laatst gezien 2026-06-15 08:37 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 429, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en artikel 837, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek volgt dat de eiser die cassatieberoep instelt tegen een beslissing die zijn vordering tot wraking verwerpt, weet dat de zaak voor het Hof spoedeisend is en het voorwerp zal uitmaken van een rechtsdagbepaling op korte termijn; die eiser dient dan ook niet te wachten op de ontvangst van een rechtsdagbepaling alvorens een memorie in te dienen, maar dient dit zo snel als mogelijk te doen na het instellen van zijn cassatieberoep

(1).
(1)Cass. 6 december 2016, AR P.16.1113.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161206.6, AC 2016, nr.
  1. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 429, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 837, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 429, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 837, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 3 Artikel 1107, derde lid, Gerechtelijk Wetboek heeft tot doel de partijen in de gelegenheid te stellen te reageren op het standpunt van de advocaat-generaal betreffende het ingestelde cassatieberoep en de aangevoerde middelen; het recht van een partij op een verdaging is evenwel niet absoluut; het Hof kan oordelen dat in het licht van de omstandigheden van de zaak een verdaging niet noodzakelijk is en dat de rechten van de partijen voldoende zijn gewaarborgd door de mogelijkheid om dadelijk op de rechtszitting mondeling te repliceren op de conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Allerlei Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1107 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0822.N N. E.H., beklaagde, verzoeker tot wraking, eiser, met als raadsman mr. Louis De Groote, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, burgerlijke kamer, van 15 mei
  2. De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Verzoek om rechtzetting van de procedure of om uitstel
  3. Ter rechtszitting van het Hof van 20 juni 2023 vraagt de raadsman van de eiser, met verwijzing naar zijn faxbericht dat dezelfde ochtend is ontvangen ter griffie van het Hof, om ter vrijwaring van zijn recht van verdediging over te gaan tot een rechtzetting van het procedureverloop, hetzij via een nieuw oproepingsbericht, hetzij door middel van een uitstel op redelijke termijn na het advies van het openbaar ministerie te hebben aanhoord. De raadsman van de eiser verwijst naar het feit dat de oproepingsbrief om ter rechtszitting van 20 juni 2023 te verschijnen pas aan de post is toevertrouwd op 8 juni 2023, zodat hij niet meer in de mogelijkheid was een memorie in te dienen binnen de termijn bepaald in artikel 429, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.
  4. Krachtens artikel 429, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan de eiser in cassatie zijn middelen slechts aanvoeren in een memorie die hij uiterlijk vijftien dagen vóór de rechtszitting ter griffie van het Hof doet toekomen. Die termijn is voorgeschreven opdat de advocaat-generaal bij het Hof en het Hof de in de memorie aangevoerde middelen op een gedegen manier zouden kunnen onderzoeken en beoordelen. Slechts in geval van overmacht kan een later neergelegde memorie alsnog ontvankelijk worden verklaard.
  5. Artikel 837, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kent aan de wraking een schorsende werking toe die de rechter verbiedt de procedure voort te zetten. Aan de schorsende werking komt een einde wanneer de beslissing tot verwerping van de wrakingsvordering kracht van gewijsde krijgt, dit is na verloop van de termijn om cassatieberoep in te stellen of, in geval van cassatieberoep, wanneer het Hof het cassatieberoep tegen die beslissing verwerpt. Bovendien volgt uit artikel 838 Gerechtelijk Wetboek dat binnen korte termijn uitspraak moet worden gedaan over een vordering tot wraking.
  6. Hieruit volgt dat de eiser die cassatieberoep instelt tegen een beslissing die zijn vordering tot wraking verwerpt, weet dat de zaak voor het Hof spoedeisend is en het voorwerp zal uitmaken van een rechtsdagbepaling op korte termijn. Die eiser dient dan ook niet te wachten op de ontvangst van een rechtsdagbepaling alvorens een memorie in te dienen, maar dient dit zo snel als mogelijk te doen na het instellen van zijn cassatieberoep.
  7. De eiser heeft op 26 mei 2023 cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van de burgerlijke kamer van het hof van beroep te Antwerpen van 15 mei 2023, dat zijn verzoek tot wraking van de rechters van de AC8 kamer van de correctionele rechtbank te Antwerpen, afdeling Antwerpen, heeft verworpen. Aldus beschikte de eiser over voldoende tijd en faciliteiten om middelen aan te voeren in een tijdig ingediende memorie, die kon worden neergelegd tot vrijdag 2 juni 2023 en eventueel later, indien de eiser overmacht aannemelijk kon maken. De eiser heeft echter geen memorie ingediend. Het verzoek om rechtzetting van de procedure of om uitstel wordt verworpen. Verzoek om uitstel teneinde een door artikel 1107, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde noot neer te leggen
  8. Volgens artikel 1107, derde lid, Gerechtelijk Wetboek kan elke partij ter rechtszitting van het Hof vragen dat de zaak wordt verdaagd om mondeling dan wel schriftelijk te antwoorden op de schriftelijke of mondelinge conclusie van het openbaar ministerie. De raadsman van de eiser vraagt ter rechtszitting van het Hof om hem een dergelijk uitstel toe te staan.
  9. Artikel 1107, derde lid, Gerechtelijk Wetboek heeft tot doel de partijen in de gelegenheid te stellen te reageren op het standpunt van de advocaat-generaal betreffende het ingestelde cassatieberoep en de aangevoerde middelen.
  10. Het recht van een partij op een verdaging is evenwel niet absoluut.
  11. Het Hof kan oordelen dat in het licht van de omstandigheden van de zaak een verdaging niet noodzakelijk is en dat de rechten van de partijen voldoende zijn gewaarborgd door de mogelijkheid om dadelijk op de rechtszitting mondeling te repliceren op de conclusie van het openbaar ministerie.
  12. De eiser heeft zoals vermeld geen memorie ingediend en de advocaat-generaal heeft ter rechtszitting enkel geconcludeerd dat de bestreden beslissing naar recht verantwoord is en dat hij geen ambtshalve aan te voeren middelen kon ontdekken, zonder enige grond van onbevoegdheid van het Hof of van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan te voeren.
  13. In die omstandigheden en gelet op het hoogdringende karakter van de zaak zijn de rechten van de eiser voldoende gewaarborgd door de mogelijkheid om ter rechtszitting mondeling te reageren op de conclusie van het openbaar ministerie.
  14. Het verzoek om uitstel teneinde een door artikel 1107, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde noot neer te leggen wordt verworpen. Ambtshalve onderzoek
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 27 juni 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.44 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161206.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240305.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.