← België

N.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.5 Rolnummer: P.23.0851.N Zaak: N. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-07-04 Raadplegingen: 956 - laatst gezien 2026-06-15 13:00 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Uit de samenlezing van de artikelen 23, § 1, 28, § 1, en 38, Wet Strafuitvoering volgt dat de strafuitvoeringsrechter, zo een veroordeelde aan de tijdsvoorwaarde voldoet, de door de veroordeelde gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit slechts kan afwijzen indien hij vaststelt dat één of meerdere van de wettelijk bepaalde tegenaanwijzingen, waaraan niet kan worden verholpen door het opleggen van bijzondere voorwaarden, aanwezig is. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 23, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 38 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiche 2 De enkele vaststelling dat het de strafuitvoeringsrechter, gelet op het niet afgerond zijn van het PSD-onderzoek, niet mogelijk is het bestaan van de in artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalde tegenaanwijzingen te beoordelen, kan de afwijzing van het verzoek om een strafuitvoeringsmodaliteit niet verantwoorden; de strafuitvoeringsrechter moet ingeval van het ontbreken van een afgerond PSD-onderzoek zijn oordeel betreffende het bestaan van de tegenaanwijzingen baseren op de informatie waarover hij wel beschikt dan wel binnen de wettelijk bepaalde mogelijkheden aanvullende informatie inwinnen en of zijn beslissing uitstellen; het vonnis van de strafuitvoeringsrechter die de verzoeken om de strafuitvoeringsmodaliteiten van het elektronisch toezicht en de beperkte detentie afwijst louter op de grond dat het dossier slechts een beperkte PSD-verslaggeving bevat, eisers dossier nog steeds wordt onderzocht door de PSD en enige beoordeling van de tegenindicaties dan ook niet mogelijk is, is niet naar recht verantwoord

(1).
(1)Zie Cass. 5 februari 2014, AR P.14.0058.F ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140205.3, AC 2014, nr. 96; zie ook Cass. 14 maart 2023, AR P.23.0265.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.8, AC 2023, nr. 199 en Cass. 28 juni 2022, AR P.22.0828.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.24, AC 2022, nr.
  1. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Tekst van de beslissing Nr. P.23.0851.N E. M. R. N., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Joost Huysmans, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Antwerpen van 31 mei
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 23, § 1, 28, § 1 en 38 Wet Strafuitvoering: het vonnis wijst eisers verzoeken om elektronisch toezicht en beperkte detentie af zonder vast te stellen dat één of meer van de in artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalde tegenaanwijzingen aanwezig zijn; het enkele feit dat de strafuitvoeringsrechter over onvoldoende informatie beschikt omdat de psychosociale dienst (PSD) eisers dossier nog niet volledig heeft onderzocht, verantwoordt op zich niet de afwijzing van de verzoeken; de strafuitvoeringsrechter had het voorhanden zijn van de tegenaanwijzingen moeten beoordelen op basis van de wel beschikbare gegevens of de beslissingstermijn moeten verlengen om het dossier te vervolledigen; de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit kan niet afhangen van de snelheid van de PSD-verslaggeving.
  4. Artikel 23, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de strafuitvoeringsmodaliteiten van de beperkte detentie en het elektronisch toezicht kunnen worden toegekend aan de veroordeelde die zich, op zes maanden na, in de tijdsvoorwaarden bevindt voor de toekenning van de voorwaardelijke invrijheidstelling en die bovendien voldoet aan de in artikel 28, § 1, of in voorkomend geval, aan de in de artikelen 47, § 1, en 48 bedoelde voorwaarden. Artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt dat deze strafuitvoeringsmodaliteiten kunnen worden toegekend voor zover er bij de veroordeelde geen van de in dat artikel vermelde tegenaanwijzingen bestaan, waaraan niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden. Artikel 38 Wet Strafuitvoering bepaalt dat de strafuitvoeringsrechter de strafuitvoeringsmodaliteit toekent wanneer hij vaststelt dat alle wettelijk vastgestelde voorwaarden zijn vervuld.
  5. Uit de samenlezing van deze bepalingen volgt dat de strafuitvoeringsrechter, zo een veroordeelde aan de tijdsvoorwaarde voldoet, de door de veroordeelde gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit slechts kan afwijzen indien hij vaststelt dat één of meerdere van de wettelijk bepaalde tegenaanwijzingen, waaraan niet kan worden verholpen door het opleggen van bijzondere voorwaarden, aanwezig is.
  6. De enkele vaststelling dat het de strafuitvoeringsrechter, gelet op het niet afgerond zijn van het PSD-onderzoek, niet mogelijk is het bestaan van de in artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalde tegenaanwijzingen te beoordelen, kan de afwijzing van het verzoek om een strafuitvoeringsmodaliteit niet verantwoorden. De strafuitvoeringsrechter moet ingeval van het ontbreken van een afgerond PSD-onderzoek zijn oordeel betreffende het bestaan van de tegenaanwijzingen baseren op de informatie waarover hij wel beschikt dan wel binnen de wettelijk bepaalde mogelijkheden aanvullende informatie inwinnen en of zijn beslissing uitstellen.
  7. De strafuitvoeringsrechter die de verzoeken om de strafuitvoeringsmodaliteiten van het elektronisch toezicht en de beperkte detentie afwijst louter op de grond dat het dossier slechts een beperkte PSD-verslaggeving bevat, eisers dossier nog steeds wordt onderzocht door de PSD en enige beoordeling van de tegenindicaties dan ook niet mogelijk is, is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de strafuitvoeringsrechter Antwerpen, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 27 juni 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140205.3 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.24 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.