id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 augustus 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 71
- 30 ELI link Pub nr 1980121550 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering
Art. 72
- 30 ELI link Pub nr 1980121550 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Wettelijke bepalingen: Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering
Art. 71
- 30 ELI link Pub nr 1980121550 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering
Art. 72
- 30 ELI link Pub nr 1980121550 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering
Art. 71
- 30 ELI link Pub nr 1980121550 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering
Art. 72- 30 ELI link Pub nr 1980121550 Tekst van de beslissing Nr.
P.23.1011.N I-II T. C. S., vreemdeling, vastgehouden, eiser, met als raadslieden mr. Maarten De Feyter, advocaat bij de balie Brussel en mr. Philippe Roels, advocaat bij de balie te Dendermonde, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Staatssecretaris bevoegd voor Asiel en Migratie, met kantoor te 1000 Brussel, Antwerpsesteenweg 59b, ambtshalve tussenkomende partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 29 juni 2023. De eiser doet afstand van het cassatieberoep I. In het cassatieberoep II voert de eiser in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF 1. Het middel voert schending aan van artikel 3 EVRM iuncto artikel 33 van de Dublin III-verordening en van de artikelen 5.1 (
- f)en 5.4 EVRM: het arrest motiveert niet waarom geen onwettigheid van de initiële beslissing van 3 mei 2023 kan worden afgeleid uit het schorsingsarrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van 26 juni 2023, terwijl daarin werd geoordeeld dat de beslissing van 3 mei is behept met een onwettigheid bestaande in een onzorgvuldigheid in het licht van artikel 3 EVRM door met name een verwijderingsmaatregel en daaraan gekoppeld een vasthouding op te leggen zonder na te gaan of de eiser in de Dublinzone een verzoek om internationale bescherming had ingediend; aangezien aldus vaststaat dat de initiële beslissing tot vrijheidsberoving van 3 mei 2023 is aangetast door een onwettigheid en deze onwettigheid doorwerkt naar de vrijheidsberovende titels die daarna werden genomen, kon het arrest niet wettig oordelen dat de vrijheidsberoving gerechtvaardigd is in het licht van de artikelen 5.1 (
- f)en 5.4 EVRM; bovendien dient de eiser des te meer in vrijheid te worden gesteld aangezien bij beschikking op eenzijdig verzoekschrift van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel van 3 juli 2023 aan de verweerder verbod werd opgelegd om de eiser gedwongen van het grondgebied te verwijderen, zodat enige verwijdering op korte termijn niet realiseerbaar is. 2. De omstandigheid dat een administratieve beslissing tot vasthouding van een vreemdeling behept is met een onwettigheid en dat die onwettigheid doorwerkt in navolgende administratieve beslissingen, heeft niet noodzakelijk tot gevolg dat de vreemdeling in vrijheid moet worden gesteld door het onderzoeksgerecht dat overeenkomstig de artikelen 71 en 72 Vreemdelingenwet oordeelt over de wettigheid van een navolgende administratieve beslissing. Meer bepaald moet de vreemdeling niet in vrijheid worden gesteld wanneer de vroegere onwettigheid inmiddels is hersteld, zodat zij de vreemdeling niet meer kan schaden. Uit de redenen van het arrest blijkt dat dit hier het geval is. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. 3. In zoverre het middel opkomt in het oordeel dat een onwettigheid van de beslissing van 3 mei 2023 evenmin kan worden afgeleid uit het UDN arrest van 26 juni 2023, komt het op tegen een overtollige reden en is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. 4. In zoverre het middel onder verwijzing naar de beschikking op eenzijdig verzoekschrift van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel van 3 juli 2023 aanvoert dat enige verwijdering van de eiser op korte termijn niet realiseerbaar is en dat hij om die reden des te meer in vrijheid moet worden gesteld, vergt het een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is en het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek 5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep I. Verwerpt het cassatieberoep II. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 154,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit raadsheer Erwin Francis, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Bart Wylleman, Marie-Claire Ernotte, Ilse Couwenberg en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 8 augustus 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230808.VAK.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div