← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 augustus 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: UITLEVERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 4 - 6 Artikel 5.4 EVRM vereist niet dat de rechter van de lidstaat die een Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd de rechterlijke beslissingen van de lidstaat over de tenuitvoerlegging van dit bevel toetst op hun rechtsgeldigheid. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: UITLEVERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 7 - 8 De Belgische autoriteiten zijn, als autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat, niet verplicht om de gezochte persoon in het land van de uitvoerende lidstaat in kennis te stellen van zijn recht op bijstand van een Belgische advocaat, noch om hem, zonder enig verzoek daartoe, een Belgische advocaat toe te wijzen. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 34/1 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de ... - 22-10-2013 - Art. 10.4 Thesaurus CAS: UITLEVERING Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 34/1 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de ... - 22-10-2013 - Art. 10.4 Fiches 9 - 10 Het is de rechter van de uitvaardigende lidstaat niet toegelaten om de beslissingen van de uitvoerende lidstaat te toetsen op hun rechtsgeldigheid, en met name na te gaan of de autoriteit in de uitvoerende lidstaat de verplichtingen inzake het recht op bijstand van een raadsman, zoals bepaald in Richtlijn 2013/48/EU, heeft gerespecteerd. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 34/1 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de ... - 22-10-2013 - Art. 10.4 Thesaurus CAS: UITLEVERING Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 34/1 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de ... - 22-10-2013 - Art. 10.4 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1148.N S. D. C. persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Frédéric Thiebaut, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 27 juli

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 5.4 EVRM: de appelrechters oordelen ten onrechte dat het schrijven van het Hongaarse ministerie van justitie van 18 mei 2023 voldoende betrouwbaar bewijs oplevert van het bestaan van een rechterlijke beslissing in Hongarije tot overlevering van de eiser, terwijl de rechterlijke beslissingen zelf niet zijn gevoegd; het ontbreken van deze beslissingen maakt elk nazicht van de rechtmatigheid van de gevangenhouding onmogelijk.
  3. Artikel 5.4 EVRM belet niet dat de rechter van de lidstaat die een Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd andere stukken dan de buitenlandse rechterlijke beslissingen in aanmerking neemt om te vast te stellen dat de bevoegde rechterlijke autoriteit in de uitvoerende lidstaat de overlevering heeft bevolen. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. Artikel 5.4 EVRM vereist niet dat de rechter van de lidstaat die een Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd de rechterlijke beslissingen van de lidstaat over de tenuitvoerlegging van dit bevel toetst op hun rechtsgeldigheid. In zoverre het onderdeel in wezen opkomt tegen de Hongaarse rechterlijke beslissing tot overlevering van de eiser, kan het niet worden aangenomen.
  5. Voor het overige verduidelijkt de eiser niet hoe en waarom het arrest artikel 5.4 EVRM schendt. In zoverre is het onderdeel onnauwkeurig en bijgevolg niet ontvankelijk. […] Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 34/1 Wet Europees Aanhoudingsbevel en artikel 10.4 Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (hierna Richtlijn 2013/48/EU): de appelrechters oordelen ten onrechte dat het, in overeenstemming met voormeld artikel 34/1, aan de inverdenkinggestelde is om zijn recht op bijstand van een raadsman in te roepen en dat de eiser het hierbij niet aannemelijk maakt dat hij dit recht in de uitvoerende staat heeft ingeroepen; uit artikel 10.4 Richtlijn 2013/48/EU, dat rechtstreekse werking heeft, volgt immers dat de uitvoerende lidstaat de gezochte persoon actief moet wijzen op zijn recht op bijstand door een Belgische raadsman; uit geen enkel stuk blijkt dat de eiser in kennis werd gesteld van zijn recht om een Belgische advocaat te gelasten.
  7. Overeenkomstig artikel 10.4 en 10.5 Richtlijn 2013/48/EU heeft een persoon die wordt gezocht op grond van een Europees aanhoudingsbevel het recht om, terwijl hij nog in de uitvoerende lidstaat is, reeds in de uitvaardigende lidstaat een advocaat aan te wijzen. Hierbij is het aan de bevoegde autoriteit in de uitvoerende lidstaat om de gezochte persoon van dit recht op de hoogte te brengen en, indien de gezochte persoon dit recht wenst uit te oefenen en nog geen advocaat heeft in de uitvaardigende lidstaat, de bevoegde autoriteit in de uitvaardigende lidstaat hiervan op de hoogte te brengen. Artikel 34/1 Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat indien de betrokken persoon inderdaad zijn recht inroept om in België een advocaat aan te wijzen en hij nog geen advocaat heeft, het openbaar ministerie contact zal opnemen met de permanentiedienst die wordt georganiseerd door de Orde van Vlaamse balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone, en de beschikbare informatie zonder onnodig uitstel zal overmaken aan de uitvoerende autoriteit.
  8. Deze bepalingen verplichten de Belgische autoriteiten, als autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat, niet om de gezochte persoon in het land van de uitvoerende lidstaat in kennis te stellen van zijn recht op bijstand van een Belgische advocaat, noch om hem, zonder enig verzoek daartoe, een Belgische advocaat toe te wijzen. Evenmin laten deze bepalingen de rechter van de uitvaardigende lidstaat toe om de beslissingen van de uitvoerende lidstaat te toetsen op hun rechtsgeldigheid, en met name na te gaan of de autoriteit in de uitvoerende lidstaat de verplichtingen inzake het recht op bijstand van een raadsman, zoals bepaald in Richtlijn 2013/48/EU, heeft gerespecteerd. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. […] Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 146,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit raadsheer Erwin Francis, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Bart Wylleman, Marie-Claire Ernotte, Ilse Couwenberg en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 8 augustus 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230808.VAK.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.