← België

C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 augustus 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 5

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35, § 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.3 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35, § 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35, § 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35, § 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1167.N R. C., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Christian Clement, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Haantjeslei 69A, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 1 augustus 2023. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 5.3 EVRM en artikel 35, § 2 tot § 4, Voorlopige Hechteniswet: het arrest bepaalt het bedrag van de borgsom op 200.000,00 euro zonder beoordeling van de financiële draagkracht van de eiser en zonder concrete reden, andere dan het gebrek aan officiële inkomsten van de eiser en de lucratieve aard van de activiteiten waarvan de eiser wordt verdacht, zoals aangehaald in de vordering van het openbaar ministerie; het Hof kan dan ook niet nagaan of de borgsom enkel is opgelegd om de verschijning van de eiser ter rechtszitting te verzekeren, dan wel om zijn invrijheidstelling te onderwerpen aan een voorwaarde waaraan onmogelijk kan worden voldaan. 2. Op grond van artikel 35, § 4, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet kan de rechter de inverdenkinggestelde vrijlaten tegen de voorafgaande en volledige betaling van een borgsom, waarvan hij het bedrag bepaalt. Het tweede lid van die paragraaf bepaalt: “Hij kan zijn beslissing met name gronden op ernstige vermoedens dat gelden of waarden afkomstig van het misdrijf in het buitenland zijn geplaatst ofwel verborgen gehouden.” 3. Uit die bepaling volgt, eensdeels, dat het onderzoeksgerecht onaantastbaar het bedrag van de borgsom bepaalt en, anderdeels, dat dit gerecht niet verplicht is om de schijnbare financiële draagkracht van de inverdenkinggestelde in zijn beoordeling te betrekken. Bij afwezigheid van conclusie op dit punt, dient het onderzoeksgerecht evenmin de gegevens uitdrukkelijk te preciseren op grond waarvan het het bedrag van de borgsom bepaalt. 4. Artikel 5.3 EVRM bevat geen verdergaande verplichtingen. 5. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 6. Het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. 7. Met overname van de redenen van de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie en met eigen redenen oordeelt het arrest onder meer als volgt: - “Er zijn ernstige aanwijzingen van schuld voorhanden dat [de eiser] zich heeft ingeschakeld in een vereniging die zich bezig houdt met de in- en uitvoer van aanzienlijke partijen verdovende middelen, dewelke lijkt te worden aangestuurd vanuit het thuisland van [de eiser] (Verenigd Koninkrijk)”; - “De (straatwaarde van

  1. de)aanzienlijke hoeveelheden aangetroffen verdovende middelen tonen aan dat de activiteiten van de vereniging, waarin [de eiser] zich lijkt te hebben ingeschakeld, gepaard gaan met en gepleegd worden omwille van grof geldgewin”; - “[De eiser] heeft de Britse nationaliteit en woont in het Verenigd Koninkrijk. Hij heeft geen bindingen met België. Er valt dan ook te vrezen dat [de eiser] zich in geval van gebeurlijke invrijheidsstelling terug zal trekken achter de landsgrenzen van diens thuisland ten einde zich - mede gezien het risico op een gebeurlijk aanzienlijke bestraffing - te onttrekken aan het verdere optreden van politie en gerecht”; - “De openbare veiligheid kan ook op afdoende wijze worden beschermd en [de eiser] kan derhalve in vrijheid worden gesteld indien deze de hierna bepaalde voorwaarde naleeft alsook de hierna opgelegde borgsom betaalt”, waarbij die borgsom vervolgens wordt bepaald op 200.000,00 euro. Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat de invrijheidstelling van de eiser slechts kan worden toegestaan tegen onder meer de betaling van een borgsom van 200.000,00 euro. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 84,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit raadsheer Erwin Francis, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Bart Wylleman, Eric de Formanoir, François Stévenart Meeûs en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 16 augustus 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230816.VAK.1 Gerelateerde publicatie(
  2. s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230816.VAK.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241217.2N.25 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.