← België

C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 augustus 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230822.VAK.7 Rolnummer: P.23.1204.N Zaak: C. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-08-24 Raadplegingen: 1023 - laatst gezien 2026-06-19 02:04 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230822.VAK.7 Fiches 1 - 3 Uit het algemeen rechtsbeginsel van eerbiediging van het recht van verdediging met inbegrip van het recht op tegenspraak volgt, eensdeels, dat het onderzoeksgerecht dat te beslissen heeft over de handhaving van de voorlopige hechtenis in beginsel uitspraak moet doen op grond van een volledig dossier, dit is een dossier dat alle stukken van het onderzoek bevat die verband houden met de handhaving van de voorlopige hechtenis van de inverdenkinggestelde en waarover de onderzoeksrechter beschikt, alsook dat de inverdenkinggestelde kennis moet kunnen nemen van dit volledig dossier; wanneer, anderdeels, een inverdenkinggestelde de nietigheid van een onderzoekshandeling of van een ingezameld bewijselement en de daaruit voortvloeiende rechtspleging aanvoert, dient het onderzoeksgerecht dat niet optreedt met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering, enkel een prima facie onderzoek van de opgeworpen onregelmatigheid en van de weerslag ervan op de wettelijke voorwaarden tot handhaving van de voorlopige hechtenis uit te voeren

(1).
(1)Zie concl. “in hoofdzaak” OM. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Fiche 4 De schriftelijke bevestiging van de machtiging tot observatie door de procureur des Konings, zoals bedoeld in artikel 47septies, § 2, derde lid, Wetboek van Strafvordering, dient niet de periode te vermelden tijdens dewelke de observatie kan worden uitgevoerd
(1).
(1)Zie concl. “in hoofdzaak” OM. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - OPSPORINGSONDERZOEK - Bijzondere opsporingsmethoden Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47septies, § 2, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 5 De termijn om de processen-verbaal bedoeld in artikel 47septies, § 2, derde en vierde lid, Wetboek van Strafvordering bij het strafdossier te voegen, is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid
(1).
(1)Zie concl. “in hoofdzaak” OM. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - OPSPORINGSONDERZOEK - Bijzondere opsporingsmethoden Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47septies, § 2, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 6 - 8 Het recht van verdediging met inbegrip van het recht op tegenspraak vereist als dusdanig niet dat op het moment waarop het onderzoeksgerecht overeenkomstig artikel 21 Voorlopige Hechteniswet oordeelt over de handhaving van de voorlopige hechtenis, de inverdenkinggestelde reeds moet kunnen beschikken over de processen-verbaal bedoeld in artikel 47septies, § 2, derde lid, Wetboek van Strafvordering of over de in deze processen-verbaal op te nemen gegevens; dit is weliswaar anders wanneer de inverdenkinggestelde enigszins aannemelijk maakt dat de observatie onregelmatig is, maar een loutere speculatie over een dergelijke onregelmatigheid volstaat daartoe niet; het onderzoeksgerecht kan in het kader van een prima facie beoordeling oordelen dat de inverdenkinggestelde geen onregelmatigheid in de uitgevoerde observatie aannemelijk maakt en verder op grond van de gegevens die het vaststelt, oordelen dat de observatie zoals die blijkt uit het dossier van de voorlopige hechtenis regelmatig werd uitgevoerd, zonder dat daarvoor de bedoelde processen-verbaal reeds aan het dossier van de rechtspleging moeten zijn gevoegd
(1).
(1)Zie concl. “in hoofdzaak” OM. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47septies, § 2, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47septies, § 2, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Bijzondere opsporingsmethoden Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47septies, § 2, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1204.N K. J. C., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Brian Stuckens, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 8 augustus
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging met inbegrip van het recht op tegenspraak: het arrest oordeelt dat de observatie van 18 juli 2023 aan de loods te (…) regelmatig werd gemachtigd en dat de eiser niet aannemelijk maakt dat een rechtsgeldige machtiging voor die observatie ontbreekt, aangezien het strafdossier beslissingen van de procureur des Konings van 22 mei 2023 en 1 juni 2023 bevat die het bestaan van de machtiging tot observatie en van de aanvulling van die machtiging bevestigen en er geen enkele bepaling is die vereist dat dergelijke beslissingen de periodes van de observaties vermelden; het gerechtelijk dossier zoals voorgelegd ter gelegenheid van de beslissing over de handhaving van eisers voorlopige hechtenis is onvolledig gelet op het ontbreken van enige informatie of enig proces-verbaal met betrekking tot de modaliteiten van de observatie, waaronder de vermelding van de observatieperiode en de geobserveerde personen; aldus ontbreekt de mogelijkheid tot tegenspraak over de regelmatigheid van de observatie.
  3. In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen rechtsmacht heeft, is het niet ontvankelijk.
  4. Uit het algemeen rechtsbeginsel van eerbiediging van het recht van verdediging met inbegrip van het recht op tegenspraak volgt, eensdeels, dat het onderzoeksgerecht dat te beslissen heeft over de handhaving van de voorlopige hechtenis in beginsel uitspraak moet doen op grond van een volledig dossier, dit is een dossier dat alle stukken van het onderzoek bevat die verband houden met de handhaving van de voorlopige hechtenis van de inverdenkinggestelde en waarover de onderzoeksrechter beschikt, alsook dat de inverdenkinggestelde kennis moet kunnen nemen van dit volledig dossier.
  5. Wanneer, anderdeels, een inverdenkinggestelde de nietigheid van een onderzoekshandeling of van een ingezameld bewijselement en de daaruit voortvloeiende rechtspleging aanvoert, dient het onderzoeksgerecht dat niet optreedt met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering, enkel een prima facie onderzoek van de opgeworpen onregelmatigheid en van de weerslag ervan op de wettelijke voorwaarden tot handhaving van de voorlopige hechtenis uit te voeren.
  6. Artikel 47septies, § 2, Wetboek van Strafvordering bepaalt: “De machtiging tot observatie en de beslissingen tot wijziging, aanvulling of verlenging worden bij het vertrouwelijk dossier gevoegd. (…) In een proces-verbaal wordt verwezen naar de machtiging tot observatie en worden de vermeldingen bedoeld in artikel 47sexies, § 3, 1°, 2°, 3° en 5°, opgenomen. De procureur des Konings bevestigt bij schriftelijke beslissing het bestaan van de door hem verleende machtiging tot observatie. De opgestelde processen-verbaal en de in het derde lid bedoelde beslissing worden uiterlijk na het beëindigen van de observatie bij het strafdossier gevoegd.”
  7. De schriftelijke bevestiging van de machtiging tot observatie door de procureur des Konings, zoals bedoeld in artikel 47septies, § 2, derde lid, Wetboek van Strafvordering, dient niet de periode te vermelden tijdens dewelke de observatie kan worden uitgevoerd.
  8. De termijn om de processen-verbaal bedoeld in artikel 47septies, § 2, derde en vierde lid, Wetboek van Strafvordering bij het strafdossier te voegen, is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid.
  9. Het recht van verdediging met inbegrip van het recht op tegenspraak vereist als dusdanig niet dat op het moment waarop het onderzoeksgerecht overeenkomstig artikel 21 Voorlopige Hechteniswet oordeelt over de handhaving van de voorlopige hechtenis, de inverdenkinggestelde reeds moet kunnen beschikken over de processen-verbaal bedoeld in artikel 47septies, § 2, derde lid, Wetboek van Strafvordering of over de in deze processen-verbaal op te nemen gegevens. Dit is weliswaar anders wanneer de inverdenkinggestelde enigszins aannemelijk maakt dat de observatie onregelmatig is, maar een loutere speculatie over een dergelijke onregelmatigheid volstaat daartoe niet.
  10. Het onderzoeksgerecht kan in het kader van een prima facie beoordeling oordelen dat de inverdenkinggestelde geen onregelmatigheid in de uitgevoerde observatie aannemelijk maakt en verder op grond van de gegevens die het vaststelt, oordelen dat de observatie zoals die blijkt uit het dossier van de voorlopige hechtenis regelmatig werd uitgevoerd, zonder dat daarvoor de bedoelde processen-verbaal reeds aan het dossier van de rechtspleging moeten zijn gevoegd.
  11. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  12. Op grond van de redenen die het arrest vermeldt, in het bijzonder dat de eiser niet concreet, noch aannemelijk maakt dat er sprake is van een gebrek aan rechtsgeldige machtiging tot observatie op 18 juli 2023, kan de kamer van inbeschuldigingstelling prima facie beslissen dat de observatie op die datum regelmatig is uitgevoerd en kan zij de voorlopige hechtenis van de eiser handhaven met inachtneming van de uit die observatie voortvloeiende feitelijke gegevens. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  13. Het middel voert schending aan van artikel 15 Grondwet, artikel 41 Wetboek van Strafvordering en artikel 6bis Drugwet: het arrest kan uit zijn vaststellingen niet wettig afleiden dat de speurders vóór de huiszoeking beschikten over ernstige en objectieve aanwijzingen dat de loods werd gebruikt voor het vervaardigen, bewaren, bereiden of opslaan van in de Drugwet genoemde stoffen.
  14. Het arrest oordeelt niet dat de huiszoeking van de loods is gebeurd op grond van artikel 41 Wetboek van Strafvordering, Die bepaling is dan ook vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre faalt het middel naar recht.
  15. In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen rechtsmacht heeft, is het niet ontvankelijk.
  16. Wanneer een inverdenkinggestelde de nietigheid van een onderzoekshandeling of van een ingezameld bewijselement en de daaruit voortvloeiende rechtspleging aanvoert, dient het onderzoeksgerecht dat niet optreedt met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering, enkel een prima facie onderzoek van de opgeworpen onregelmatigheid en van de weerslag ervan op de wettelijke voorwaarden tot handhaving van de voorlopige hechtenis uit te voeren.
  17. Uit de vaststellingen die het arrest vermeldt, in het bijzonder de aanvankelijke politionele inlichtingen, de camerabeelden en de observaties, kan de kamer van inbeschuldigingstelling prima facie het voldaan zijn aan de wettelijke vereisten voor het uitvoeren van de huiszoeking op grond van artikel 6bis Drugwet afleiden. Aldus is de beslissing naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  18. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 116,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit raadsheer Erwin Francis, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Bart Wylleman, Eric de Formanoir, François Stévenart Meeûs en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 22 augustus 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230822.VAK.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230822.VAK.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230829.VAC.5 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240319.2N.22 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250312.2F.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.