← België

C. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiches 4 - 7 Indien de rechter de strafvordering onontvankelijk verklaart omdat de overschrijding van de redelijke termijn het recht van verdediging van een beklaagde ernstig en onherstelbaar aantast, heeft dit tot gevolg dat hij geen kennis kan nemen van de burgerlijke rechtsvordering die is gesteund op de feiten voorwerp van die onontvankelijk verklaarde strafvordering. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Aaaaart. 4 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 4 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 4 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 4 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0708.N

  1. F. C., burgerlijke partij,
  2. S. H., burgerlijke partij, beiden met als raadsman mr. Daphne Van Eynde, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, tegen L. E. D. K., beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 20 april
  3. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 210 Wetboek van Strafvordering: het arrest verklaart de strafvordering niet ontvankelijk zonder evenwel de partijen en het openbaar ministerie te verzoeken zich over de aldus ambtshalve opgeworpen grief uit te spreken.
  5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat zowel de verweerder als het openbaar ministerie hebben aangevoerd dat de overschrijding van de redelijke termijn zou worden vastgesteld. Die overschrijding en de gebeurlijk de sanctionering ervan maakte bijgevolg deel uit van het voor de appelrechters gevoerde debat en de eisers konden desgevallend daarover verweer voeren. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het arrest verklaart de strafvordering niet ontvankelijk, terwijl deze bepaling niet in die sanctie voorziet.
  7. De omstandigheid dat artikel 21ter, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bij een overschrijding van de redelijke termijn enkel melding maakt van het uitspreken van een veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring of van een straf die lager kan zijn dan de wettelijke minimumstraf, belet de rechter niet om indien hij op basis van de concrete gegevens van de zaak vaststelt dat door de overschrijding van de redelijke termijn de uitoefening van het recht van verdediging van een beklaagde ernstig en onherstelbaar is aangetast, de onontvankelijkheid van de strafvordering uit te spreken. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Derde middel
  8. Het middel voert schending aan van artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek en de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: de appelrechters laten in het midden of hun oordeel dat zij niet bevoegd zijn om kennis te nemen van de burgerlijke rechtsvordering is gesteund op de reden dat de ten laste gelegde feiten niet bewezen zijn dan wel op de reden van de strafvordering niet ontvankelijk is; bovendien vermeldt het arrest niet dat de ten laste gelegde feiten niet bewezen zijn en kan de onontvankelijkheid van de strafvordering de beoordeling van een tijdig ingestelde strafvordering niet verhinderen.
  9. Met de redenen die het arrest (p. 13) bevat onder de rubriek “III. Op burgerlijk gebied” oordelen de appelrechters dat gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en de weerslag daarvan op de bewijsgaring en het recht van verdediging van de verweerder het niet mogelijk is te onderzoeken of de feiten die als grondslag kunnen dienen voor de burgerlijke rechtsvordering van de verweerders bewezen zijn. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  10. Indien de rechter de strafvordering onontvankelijk verklaart omdat de overschrijding van de redelijke termijn het recht van verdediging van een beklaagde ernstig en onherstelbaar aantast, heeft dit tot gevolg dat hij geen kennis kan nemen van de burgerlijke rechtsvordering die is gesteund op de feiten voorwerp van die onontvankelijk verklaarde strafvordering. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 58,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 5 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230905.2N.11 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240314.1N.3 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.17 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250225.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100915.2 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110907.1 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170510.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241105.2N.13 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.