← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

Art. 37q

uinquies, § 3, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 37o

cties, § 3 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Allerlei Wettelijke bepalingen:

Art. 37q

uinquies, § 3, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 37o

cties, § 3 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1538.N A. S., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 6 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 37quinquies, § 3, tweede lid, en 37octies, § 3, tweede lid, Strafwetboek: hoewel de eiser in zijn regelmatig ingediende pleitnota van 8 april 2022 om een werkstraf of een autonome probatiestraf heeft verzocht, blijkt niet dat de appelrechters dit verzoek in aanmerking hebben genomen; de weigering een werkstraf of een autonome probatiestraf uit te spreken kan regelmatig met redenen zijn omkleed door opgave van de redenen om een andere straf op te leggen, maar er moet wel blijken dat de rechter zich bewust was dat een dergelijke straf werd gevraagd.
  3. Volgens de artikelen 37quinquies, § 3, tweede lid, en 37octies, § 3, tweede lid, Strafwetboek moet de rechter die weigert een door de beklaagde gevraagde werkstraf of autonome probatiestraf uit te spreken zijn beslissing met redenen omkleden.
  4. De rechter kan de weigering van een verzoek om een werkstraf of een autonome probatiestraf regelmatig met redenen omkleden door opgave van de redenen die het opleggen van een andere straf dan de werkstraf of de autonome probatiestraf verantwoorden. Wel is vereist dat uit de beslissing blijkt dat de rechter het verzoek om een werkstraf of een autonome probatiestraf in aanmerking heeft genomen.
  5. Het arrest vermeldt weliswaar de redenen ter verantwoording van het opleggen van een effectieve hoofdgevangenisstraf en een effectieve geldboete, maar er blijkt uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan niet dat de appelrechters de vraag om een werkstraf of een autonome probatiestraf in aanmerking hebben genomen. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
  6. De onwettigheid van de weigeringsbeslissing om een werkstraf of een autonome probatiestraf uit te spreken leidt tot de vernietiging van de gehele beslissing betreffende de straf met inbegrip van de veroordeling tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Ze laat de overige beslissingen van het arrest onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest maar enkel in zoverre het de eiser veroordeelt tot straf en tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Bepaalt de kosten op 293,26 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 5 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230905.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241105.2N.14 precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.16 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220125.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.