← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het gegeven dat het onderzoekgerecht bij eerdere beslissingen betreffende de voorlopige hechtenis heeft geoordeeld dat de inverdenkinggestelde in vrijheid kan worden gesteld onder voorwaarden

tegen betaling van een borgsom, belet het onderzoeksgerecht niet om bij een navolgende toetsing van het voorhanden zijn van de voorwaarden tot de voorlopige hechtenis op het tijdstip van haar beslissing

in het licht van de voortgang van het onderzoek, te oordelen dat een borgsom geen afdoende waarborg biedt voor de openbare veiligheid; het onderzoeksgerecht dient, behoudens bij daartoe strekkende conclusie, niet te vermelden op grond van welke gegevens zij tot dit gewijzigd oordeel komt. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Redenen Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Redenen Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1237.N I. V. L., inverdenkinggestelde, aangehouden onder elektronisch toezicht, eiser, met als raadsman mr. Toon Muysewinkel, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 21 augustus 2023. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel 1. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 16, § 5, tweede lid, 22, 30, § 1,

§ 4

,

35 Voorlopige Hechteniswet: het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd; het oordeelt

erzijds dat de in het aanhoudingsbevel

de in de beroepen beschikking vermelde omstandigheden

motieven onverkort blijven gelden; in de beroepen beschikking is vermeld dat een borgsom noodzakelijk is als garantie voor het reëel gevaar voor onttrekking; het arrest oordeelt anderzijds dat een voorlopige invrijheidstelling mits het naleven van voorwaarden of het betalen van een borgsom geen afdoende waarborg biedt voor de openbare veiligheid. 2. Uit de wijze waarop de beroepen beschikking

het arrest zijn opgebouwd

het gegeven dat in het bevel tot aanhouding geen melding wordt gemaakt van een vrijlating onder voorwaarden of tegen betaling van een borgsom, volgt dat met het oordeel dat de in het bevel tot aanhouding

de beroepen beslissing vermelde omstandigheden

motieven onverkort blijven gelden (arrest, p. 2 voorlaatste alinea), de appelrechters

kel de redenen van de beroepen beschikking (p. 2, behalve de drie laatste alinea’s) overnemen betreffende het gevaar voor de openbare veiligheid, de ernstige aanwijzingen van schuld, de voortgang van het onderzoek

het gevaar voor recidive

onttrekking, maar niet die betreffende een vrijlating onder voorwaarden of tegen betaling van een borgsom. De aangevoerde tegenstrijdigheid is gesteund op die onjuiste lezing. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel 3. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 16, § 5, tweede lid, 22

30, § 1,

§ 4

, Voorlopige Hechteniswet: hoewel de kamer van inbeschuldigingstelling met arresten van 23 januari 2023

3 april 2023 heeft geoordeeld dat de eiser in vrijheid kon worden gesteld mits het naleven van voorwaarden

de voorafgaande betaling van een borgsom van 200.000,00 euro, beslissen de appelrechters met de bestreden beslissing dat een voorlopige invrijheidstelling mits het naleven van voorwaarden of het betalen van een borgsom geen afdoende waarborg biedt voor de openbare veiligheid, zonder evenwel de actuele gegevens te vermelden op grond waarvan zij tot dat gewijzigd oordeel komen. 4. Het gegeven dat het onderzoekgerecht bij eerdere beslissingen betreffende de voorlopige hechtenis heeft geoordeeld dat de inverdenkinggestelde in vrijheid kan worden gesteld onder voorwaarden

tegen betaling van een borgsom, belet het onderzoeksgerecht niet om bij een navolgende toetsing van het voorhanden zijn van de voorwaarden tot de voorlopige hechtenis op het tijdstip van haar beslissing

in het licht van de voortgang van het onderzoek, te oordelen dat een borgsom geen afdoende waarborg biedt voor de openbare veiligheid.

  1. Het onderzoeksgerecht dient, behoudens bij daartoe strekkende conclusie, niet te vermelden op grond van welke gegevens zij tot dit gewijzigd oordeel komt.
  2. Het onderdeel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Derde onderdeel
  3. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 16, § 5, tweede lid, 22

30, § 1,

§ 4

, Voorlopige Hechteniswet: het arrest kan op grond van de

kele overweging, overgenomen uit de beroepen beschikking, dat de eiser voor de raadkamer heeft verklaard dat hij op dat ogenblik in de onmogelijkheid was om een borgsom, van welke orde ook, te betalen, niet oordelen dat een invrijheidstelling onder voorwaarden of het betalen van een borgsom geen afdoende waarborg biedt voor de openbare veiligheid; een dergelijke beslissing kan niet uitsluitend steunen op de beperkte financiële draagkracht van de eiser.

  1. Zoals blijkt uit het antwoord op het eerste onderdeel, heeft het arrest de door het onderdeel geviseerde reden van de beroepen beschikking betreffende de borgsom, niet overgenomen. Het onderdeel dat berust op een onjuiste lezing van het arrest, mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  2. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen

de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 57,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman

Eric Van Dooren,

in openbare rechtszitting van 5 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230905.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.