id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:
Art. 61q
uinquies - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 127
, § 3 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 420
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Regeling van de rechtspleging Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 61q
uinquies - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 127
, § 3 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 420- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.
P.23.0901.N S. K., inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Jorgen Van Laer, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Suikerrui 5, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 1 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De eiser voert in zijn memorie als eerste middel aan dat zijn cassatieberoep tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat uitspraak doet bij toepassing van de artikelen 61quinquies, en 127, § 3, Wetboek van Strafvordering, ontvankelijk is. Dit arrest is volgens de eiser een eindbeslissing in de zin van artikel 418 Wetboek van Strafvordering aangezien de gevraagde bijkomende onderzoekshandelingen het onderzoeksgerecht in staat moeten stellen te oordelen over de aanwezigheid van bezwaren. Volgens de eiser is het de vaste rechtspraak van de correctionele rechtbank Antwerpen om de gevraagde onderzoekshandelingen af te wijzen als niet noodzakelijk en zijn verschillende onderzoekshandelingen tijdsgebonden, wat maakt dat het onmogelijk is om na het eindarrest aan te tonen dat het bij toepassing van de artikelen 61quinquies en 127, § 3, Wetboek van Strafvordering gewezen arrest het recht van verdediging miskent.
- Of een tussenbeslissing vatbaar is voor onmiddellijk cassatieberoep wordt niet geregeld door artikel 418 Wetboek van Strafvordering, maar wel door artikel 420 Wetboek van Strafvordering.
- Volgens artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan cassatieberoep tegen voorbereidende beslissingen en beslissingen van onderzoek slechts worden ingesteld na het eindarrest of eindvonnis.
- Artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering somt de beslissingen op waartegen niettemin onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld.
- Een bij toepassing van de artikelen 61quinquies en 127, § 3, Wetboek van Strafvordering gewezen arrest is geen beslissing als bedoeld door artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.
- Uit artikel 420 Wetboek van Strafvordering en de wetsgeschiedenis ervan volgt dat, behoudens in de in het tweede lid omschreven gevallen, tegen een tussenbeslissing slechts cassatieberoep kan worden ingesteld na de eindbeslissing, dit is de beslissing die uitspraak doet over de gehele vordering en die de rechtsmacht van de rechter over die vordering bijgevolg volledig uitput.
- Een bij toepassing van de artikelen 61quinquies en 127, § 3, Wetboek van Strafvordering gewezen arrest is geen arrest dat uitspraak doet over de gehele strafvordering en dat de rechtsmacht van de strafrechter volledig uitput. Het is bijgevolg een voorbereidende beslissing of beslissing van onderzoek in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.
- Dat tegen het thans bestreden arrest slechts cassatieberoep openstaat na de eindbeslissing, miskent eisers het recht van verdediging niet.
- De eiser kan zijn verzoek om bijkomend onderzoek immers ook indienen bij het onderzoeksgerecht dat moeten oordelen over de regeling van de rechtspleging en vervolgens ook bij het vonnisgerecht en dit in beide aanleggen.
- De aanvoering dat het vonnisgerecht in eerste aanleg zijn verzoek om bijkomend onderzoek zal afwijzen, berust op een loutere veronderstelling. Dat het vonnisgerecht in gelijkaardige zaken reeds in die zin zou hebben beslist, laat niet toe anders te oordelen.
- De aanvoering dat meerdere onderzoekshandelingen tijdsgebonden zijn, blijft bij afwezigheid van enige precisering en concretisering beperkt tot een blote bewering en kan bijgevolg evenmin overtuigen.
- De eiser kan overigens wel degelijk, indien het thans bestreden arrest zijn verzoek om bijkomend onderzoek onwettig zou hebben afgewezen en die onwettigheid niet meer nuttig werd geremedieerd in de verdere fases van de rechtspleging, die onwettigheid alsnog aanvoeren na het eindarrest.
- Het cassatieberoep is wegens voorbarigheid niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel dat geen verband houdt met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 61,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 5 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230905.2N.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211130.2N.13 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div