id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230905.2N.9 Rolnummer: P.23.0703.N Zaak: L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2023-11-09 Raadplegingen: 435 - laatst gezien 2026-06-15 08:52 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Krachtens artikel 23, tweede en vierde lid, Taalwet Gerechtszaken heeft een beklaagde die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt, in beginsel het recht om de verwijzing te vragen naar een gerecht waar de rechtspleging in het Frans geschiedt
(1); indien de rechter vaststelt dat de beklaagde niet voldoet aan de voorwaarde dat hij alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt, moet hij het verzoek om taalverwijzing afwijzen; indien blijkt dat de beklaagde wel aan deze voorwaarde voldoet, kan de rechter het verzoek om taalverwijzing slechts afwijzen indien hij vaststelt dat er omstandigheden van de zaak zijn die maken dat niet op het verzoek moet worden ingegaan; dit veronderstelt dat er objectiveerbare omstandigheden zijn, eigen aan de zaak, die maken dat het aangewezen is dat de rechter de zaak zelf beoordeelt; de rechter oordeelt onaantastbaar of aan de vermelde voorwaarde is voldaan en of er dergelijke objectiveerbare omstandigheden eigen aan de zaak zijn; het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord
(2).
(1)Cass. 22 september 2020, AR P.20.0424.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200922.2N.7, AC 2020, nr. 563, T. Strafr. 2021, 34; Cass. 15 oktober 2019, AR P.19.0615.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191015.7, AC 2019, nr. 523.
(2)Cass. 9 juni 2020, AR P.20.0501.N, arrest niet gepubliceerd, T. Strafr. 2021, 30; Cass. 19 november 2019, AR P.19.0758.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191119.2N.11, AC 2019, nr. 607; Cass. 15 oktober 2019, AR P.19.0615.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191015.7, AC 2019, nr.
- Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In eerste aanleg - Strafzaken Wettelijke bepalingen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0703.N C. J. M. H. L., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Cavit Yurt, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 7 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk en oordeelt dat de grieven procedure, schuld en straf ter beoordeling voorliggen. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is eisers cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 23 Taalwet Gerechtszaken: het bestreden vonnis verwerpt eisers verzoek om verzending van de zaak naar een rechtbank met het Frans als taal van de rechtspleging, zonder een objectiveerbare omstandigheid eigen aan de zaak in acht te nemen; het feit dat de eiser het Nederlands heeft gebruikt voor zijn schriftelijke verklaring is geen objectiveerbare omstandigheid eigen aan de zaak, die maakt dat de politierechtbank de zaak zelf diende te beoordelen; het enige criterium voor een taalverwijziging is dat de betrokkene de andere taal beter kent dan wel zich er beter in uitdrukt.
- Krachtens artikel 23, tweede en vierde lid, Taalwet Gerechtszaken heeft een beklaagde die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt, in beginsel het recht om de verwijzing te vragen naar een gerecht waar de rechtspleging in het Frans geschiedt.
- Indien de rechter vaststelt dat de beklaagde niet voldoet aan de voorwaarde dat hij alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt, moet hij het verzoek om taalverwijzing afwijzen.
- Indien blijkt dat de beklaagde wel aan deze voorwaarde voldoet, kan de rechter het verzoek om taalverwijzing slechts afwijzen indien hij vaststelt dat er omstandigheden van de zaak zijn die maken dat niet op het verzoek moet worden ingegaan. Dit veronderstelt dat er objectiveerbare omstandigheden zijn, eigen aan de zaak, die maken dat het aangewezen is dat de rechter de zaak zelf beoordeelt.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of aan de vermelde voorwaarde is voldaan en of er dergelijke objectiveerbare omstandigheden eigen aan de zaak zijn.
- Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- Het bestreden vonnis grondt de afwijzing van het verzoek om taalverwijzing enkel op het gegeven dat de eiser een e-mail en een brief in het Nederlands heeft opgesteld en het antwoordformulier in het Nederlands heeft ingevuld. Uit die loutere vaststellingen kan niet worden afgeleid dat de eiser niet voldoet aan de voorwaarde dat hij alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt. Uit die loutere vaststellingen kan het bestreden vonnis evenmin wettig afleiden dat er objectiveerbare omstandigheden zijn, eigen aan de zaak, die maken dat het aangewezen is dat het gevatte rechtscollege zelf van de zaak kennis dient te nemen. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behoudens in zoverre het eisers hoger beroep ontvankelijk verklaart en de saisine van het appelgerecht bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 107,14 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 5 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230905.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191015.7 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191119.2N.11 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200922.2N.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241231.2N.29 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251202.2N.6 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div