← België

BELGIAN NEW FRUIT WHARF nv contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230907.1N.2 Rolnummer: C.23.0019.N Zaak: BELGIAN NEW FRUIT WHARF nv contra B. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Unierecht - Overige Invoerdatum: 2023-10-13 Raadplegingen: 924 - laatst gezien 2026-06-17 09:04 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vertaling in voorbereiding Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230907.1N.2 Fiches 1 - 2 De artikelen 2, 5, § 1, 10 Taaldecreet zijn slechts in strijd met artikel 35 VWEU en dienen door de nationale rechter slechts buiten toepassing te worden gelaten, in zoverre zij aan ondernemingen met exploitatiezetel in het Nederlandse taalgebied van België de verplichting opleggen om voor alle vermeldingen op facturen betreffende grensoverschrijdende transacties binnen de Europese Unie uitsluitend het Nederlands te gebruiken, op straffe van door de rechter ambtshalve vast te stellen nietigheid van de facturen, doch niet in zoverre zij een dergelijke verplichting opleggen betreffende zuiver interne transacties binnen België

(1).
(1)Zie concl. OM.
(2)Artt. 2 en 5, § 1, Taaldecreet vóór de wijziging bij Decreet van 7 juli 2017 houdende diverse bepalingen met betrekking tot het beleidsdomein Werk en Sociale Economie. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Beginsels Wettelijke bepalingen: Verdrag van 25 maart 1957 betreffende de werking van de Europese Unie - 25-03-1957 - Art. 35 - 01 Link Justel databank 19570325-01 Decreet van de Vlaamse Overheid 7 juli 2017 houdende diverse bepalingen met betrekking tot het beleidsdomein Werk en Sociale Economie - 07-07-2017 - Art. 2 - 19 ELI link Pub nr 2017030840 Decreet van de Vlaamse Overheid 7 juli 2017 houdende diverse bepalingen met betrekking tot het beleidsdomein Werk en Sociale Economie - 07-07-2017 - Art. 5, § 1 - 19 ELI link Pub nr 2017030840 Decreet van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik der talen voor de sociale betrekking tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de onderneming - 19-07-1973 - Art. 10 - 01 ELI link Pub nr 1973071902 Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - SOCIALE BETREKKINGEN Wettelijke bepalingen: Verdrag van 25 maart 1957 betreffende de werking van de Europese Unie - 25-03-1957 - Art. 35 - 01 Link Justel databank 19570325-01 Decreet van de Vlaamse Overheid 7 juli 2017 houdende diverse bepalingen met betrekking tot het beleidsdomein Werk en Sociale Economie - 07-07-2017 - Art. 2 - 19 ELI link Pub nr 2017030840 Decreet van de Vlaamse Overheid 7 juli 2017 houdende diverse bepalingen met betrekking tot het beleidsdomein Werk en Sociale Economie - 07-07-2017 - Art. 5, § 1 - 19 ELI link Pub nr 2017030840 Decreet van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik der talen voor de sociale betrekking tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de onderneming - 19-07-1973 - Art. 10 - 01 ELI link Pub nr 1973071902 Nota: Artt. 2 en 5, § 1, Taaldecreet vóór de wijziging bij Decreet van 7 juli 2017 houdende diverse bepalingen met betrekking tot het beleidsdomein Werk en Sociale Economie. Tekst van de beslissing Nr. C.23.0019.N BELGIAN NEW FRUIT WHARF nv, met zetel te 2030 Antwerpen, Rostockweg 1 (Haven Kaai 212), ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.754.868, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  1. M.B.,
  2. AGERANT bv, met zetel te 2018 Antwerpen, Balansstraat 117, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0460.347.053, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eerste en tweede verweerder woonplaats kiezen,
  3. J.L., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Antwerpen van 15 november 2021 en 5 september
  4. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft op 1 augustus 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. FEITEN Uit de stukken waarop het Hof vermag acht kan slaan, blijkt dat: - de eiseres, een Belgische handelsvennootschap gevestigd in het Nederlands taalgebied, kaai 228 van de Antwerpse haven uitbaat, die zij in concessie kreeg van het Antwerpse Havenbedrijf; - aan die kaai het cargoschip ms City of Antwerp afgemeerd zou hebben gelegen, dat de eerste verweerder te koop heeft gesteld na diens aanstelling op 27 december 2016 om het schip openbaar te verkopen; - de eiseres op 31 mei 2017 en 7 juli 2017 aan de verweerders, ook gevestigd in het Nederlands taalgebied van België, twee facturen heeft verzonden, als vergoeding voor het gebruik van kaai 228; - nadat die facturen, al dan niet tijdig geprotesteerd, onbetaald waren gebleven, de eiseres een vordering tot betaling ervan heeft ingesteld tegen de verweer-ders; - de appelrechters bij tussenarrest van 15 november 2021 ambtshalve de vraag hebben opgeworpen of de facturen niet op grond van artikel 10 Taaldecreet nietig moesten worden verklaard omdat zij uitsluitend en integraal in het Engels waren opgesteld en, bij eindarrest van 5 september 2022, de nietigheid ervan hebben vastgesteld en de vervanging ervan hebben bevolen in overeenstemming met het Taaldecreet. III. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  5. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt uit het beginsel van voorrang van Unierecht dat een nationale rechterlijke instantie verplicht is om een bepaling van nationaal recht die strijdig is met een Unierechtelijke bepaling met rechtstreekse werking in het geschil dat aan hem is voorgelegd, buiten toepassing te laten (HvJ 24 juni 2019, C-573/17, Poplawski II, r.o. 61-68).
  6. Krachtens artikel 35 VWEU zijn kwantitatieve uitvoerbeperkingen en alle maatregelen van gelijke werking tussen de lidstaten verboden. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat deze bepaling rechtstreekse werking heeft, en dus aan particulieren rechten verleent welke de nationale rechter dient te handhaven, en dat particulieren zich voor de nationale rechter ook in gedingen tussen hen en andere particulieren op die bepaling kunnen beroepen (HvJ 9 juni 1992, C-47/90, Delhaize, r.o. 28-29; HvJ 3 maart 2011, C-161/09, Kakavetsos-Fragkopoulos, r.o. 22). De nationale rechter is bijgevolg verplicht om een nationale bepaling buiten toepassing te laten voor zover deze strijdig is met artikel 35 VWEU.
  7. Het buiten toepassing laten van een nationale bepaling voor zover die strijdig is met een Unierechtelijke bepaling met rechtstreekse werking, staat niet eraan in de weg dat die nationale bepaling haar gelding behoudt met betrekking tot die elementen die de Unieregel onaangeroerd heeft gelaten (HvJ 18 februari 1970, 40/69, Hauptzollamt Hamburg, r.o. 4-5; HvJ 4 februari 1988, 255/86, Commissie t. België, r.o. 8-11).
  8. Krachtens artikel 2, eerste lid, Taaldecreet is dit decreet van toepassing op de natuurlijke personen en rechtspersonen die een exploitatiezetel in het Nederlandse taalgebied hebben. Krachtens artikel 5, § 1, Taaldecreet, zoals van toepassing op het geschil, dit is vóór de wijziging bij decreet van 7 juli 2017, is de te gebruiken taal voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede voor de wettelijk voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen en voor alle documenten die bestemd zijn voor het personeel, het Nederlands. Krachtens artikel 10, eerste lid, Taaldecreet zijn de stukken of handelingen, die in strijd zijn met de bepalingen van dit decreet, nietig. De nietigheid wordt ambtshalve door de rechter vastgesteld. Krachtens het derde lid beveelt het vonnis ambtshalve de vervanging van de betrokken stukken. Krachtens het vierde lid heeft de opheffing van de nietigheid slechts uitwerking vanaf de dag van de vervanging.
  9. Het Hof van Justitie heeft in zijn arrest van 21 juni 2016, C-15/15, New Valmar, geoordeeld dat: - uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat facturen, ook die betreffende grens-overschrijdende transacties, die worden afgegeven door ondernemingen met hun exploitatiezetel in het Nederlandse taalgebied van België, op grond van de bepalingen van het Taaldecreet verplicht in het Nederlands, als enige authentieke taal, moeten worden opgesteld op straffe van door de rechter ambtshalve vast te stellen nietigheid (r.o. 38); - een dergelijke regeling, ofschoon zij betrekking heeft op de verplichte taalversie van de vermeldingen op de factuur en niet op de inhoud van de contractuele verhouding die daaraan ten grondslag ligt, wegens de rechtsonzekerheid die zij teweegbrengt, beperkende gevolgen heeft voor het handelsverkeer die het sluiten of voortzetten van contractuele verhoudingen met een onderneming die is gevestigd in het Nederlandse taalgebied van België, kunnen ontmoedigen (r.o. 42); - deze regeling een weerslag kan hebben zowel op de interne handel van de betrokken lidstaat als op de grensoverschrijdende handel, nu zij zonder onderscheid van toepassing is op elke factuur die wordt afgegeven door een onderneming met haar exploitatiezetel in dat taalgebied, maar de kans groter is dat zij laatstbedoelde handel beïnvloedt, daar het minder waarschijnlijk is dat een koper die is gevestigd in een andere lidstaat dan België, Nederlands begrijpt dan een koper die is gevestigd in België, waar die taal een van de officiële talen is (r.o. 43); - de regeling dus een beperking is in de zin van artikel 35 VWEU (r.o. 47); - een regeling van een lidstaat die niet alleen voorschrijft dat zijn officiële taal moet worden gebruikt voor facturen betreffende grensoverschrijdende transacties, maar bovendien voorziet in de mogelijkheid om daarnaast een rechtsgeldige versie van dergelijke facturen op te stellen in een door de betrokken partijen begrepen taal, minder zou ingrijpen in het vrije verkeer van goederen dan de betrokken regeling, maar toch geschikt zou zijn om de doelstellingen van die regeling te waarborgen (r.o. 54); - artikel 35 VWEU in de weg staat aan een regeling van een gefedereerde eenheid van een lidstaat, zoals de Vlaamse Gemeenschap van België, die elke onderneming die haar exploitatiezetel op het grondgebied van deze eenheid heeft, de verplichting oplegt om voor alle vermeldingen op facturen betreffende grensoverschrijdende transacties uitsluitend de officiële taal van deze eenheid te gebruiken, op straffe van door de rechter ambtshalve vast te stellen nietigheid van deze facturen (r.o. 57).
  10. Uit dit arrest blijkt kennelijk dat de artikelen 2, 5, § 1, 10 Taaldecreet, zoals van toepassing, slechts in strijd zijn met artikel 35 VWEU in zoverre zij aan ondernemingen met exploitatiezetel in het Nederlandse taalgebied van België de verplichting opleggen om voor alle vermeldingen op facturen betreffende grensoverschrijdende transacties binnen de Europese Unie uitsluitend het Nederlands te gebruiken, op straffe van door de rechter ambtshalve vast te stellen nietigheid van de facturen. Deze bepalingen zijn daarentegen niet strijdig met artikel 35 VWEU in zoverre zij een dergelijke verplichting opleggen betreffende zuiver interne transacties binnen België.
  11. Uit het voorgaande volgt dat de nationale rechter voormelde bepalingen van het Taaldecreet slechts buiten toepassing dient te laten met betrekking tot grensoverschrijdende transacties binnen de Europese Unie, maar dat deze bepalingen hun gelding behouden met betrekking tot zuiver interne transacties binnen België, die vreemd zijn aan artikel 35 VWEU.
  12. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de bepalingen van het Taaldecreet geheel strijdig zijn met artikel 35 VWEU en dus geheel buiten toepassing zijn getreden, zodat de verplichting voor ondernemingen met exploitatiezetel in het Nederlandse taalgebied van België om voor alle vermeldingen op de facturen uitsluitend het Nederlands te gebruiken, evenmin nog zou gelden met betrekking tot zuiver interne transacties binnen België, faalt het naar recht.
  13. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 288 tot 292 VWEU en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de scheiding der machten, is het afgeleid en mitsdien niet ontvankelijk.
  14. Anders dan waarvan het middel uitgaat, hebben de appelrechters niet retroactief toepassing gemaakt van artikel 5 Taaldecreet, zoals gewijzigd bij decreet van 7 juli 2017, waarbij § 2/1 in dit artikel werd ingevoegd. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 1 Oud Burgerlijk Wetboek, 1.2, eerste lid, Burgerlijk Wetboek en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de niet-retroactiviteit van wetten, berust het op een onjuiste lezing van de bestreden arresten en mist het mitsdien feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 779,63 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Maxime Marchandise, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 7 september 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230907.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230907.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.