id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230907.1N.4 Rolnummer: C.22.0437.N Zaak: AMERICAN CLOTHING ASSOCIATES nv c. IMMORENTE scpi Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-10-13 Raadplegingen: 1812 - laatst gezien 2026-06-18 13:23 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiche De bepaling van artikel 1722 Oud Burgerlijk Wetboek onderstelt dat de genotsstoornis van het onroerend goed, waarvan de feitenrechter oordeelt of ze geheel of gedeeltelijk is en wat de gevolgen hiervan zijn voor de vordering tot ontbinding of huurprijsvermindering, het gevolg is van de definitieve of tijdelijke onmogelijkheid voor de verhuurder om de huurder door een toevallige gebeurtenis of overmacht het in de huurovereenkomst beloofde genot te verschaffen, en is dus vreemd aan de contractuele aansprakelijkheid van de verhuurder. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1722 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: TBH-Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht - 2024, nr. 5, p. 581-585. - AERTS, Michelle; Noot'Genotstoornissen bij huur: het belang van de (on)toerekenbaarheid aan de verhuurder' Tekst van de beslissing Nr. C.22.0437.N AMERICAN CLOTHING ASSOCIATES nv, met zetel te 9940 Evergem, Noorwegenstraat 17, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0456.606.219, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen IMMORENTE scpi, vennootschap naar Frans recht, met zetel te 91080 Evry (Frankrijk), Square des Champs Elysées 303, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0882.219.651, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen, van 14 juni 2022. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel 1. Krachtens artikel 1722 Oud Burgerlijk Wetboek is de huur van rechtswege ontbonden indien het verhuurde goed tijdens de looptijd van de huurovereenkomst door toeval geheel is tenietgegaan. Indien het goed slechts gedeeltelijk is tenietgegaan, kan de huurder naargelang de omstandigheden, ofwel vermindering van de prijs, ofwel zelfs ontbinding van de huur vorderen. Deze bepaling onderstelt dat de genotsstoornis van het onroerend goed het gevolg is van de definitieve of tijdelijke onmogelijkheid voor de verhuurder om de huurder door een toevallige gebeurtenis of overmacht het in de huurovereenkomst beloofde genot te verschaffen. Zij is dus vreemd aan de contractuele aansprakelijkheid van de verhuurder. Het staat aan de feitenrechter om te beoordelen of de genotstoornis geheel of gedeeltelijk is en wat de gevolgen hiervan zijn voor de vordering tot ontbinding of huurprijsvermindering. 2. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - het niet betwist kan worden dat de uitbating van de eiseres in het gehuurde goed tijdens de periodes van verplichte sluiting van de winkels onmogelijk is geworden; - artikel 1719, 3°, Oud Burgerlijk Wetboek stelt dat de verhuurder, uit de aard van het contract, en zonder dat daartoe enig bijzonder beding nodig is, verplicht is de huurder het rustig genot van het gehuurde goed te doen hebben zolang de huur duurt; - de artikelen 1719 tot en met 1727 Oud Burgerlijk Wetboek één geheel vormen en de verplichtingen in hoofde van de verhuurder regelen; - artikel 1719 Oud Burgerlijk Wetboek aldus samen gelezen dient te worden met de artikelen 1721 en 1725 Oud Burgerlijk Wetboek; - uit artikel 1721 Oud Burgerlijk Wetboek volgt dat de eiseres moet bewijzen dat de derving van het huurgenot waarover zij zich beklaagt en waarvoor zij haar verhuurder aansprakelijk acht, het gevolg is van gebreken van het verhuurde goed zelf die het gebruik van het verhuurde goed verminderen; - aan de basis van de derving van het huurgenot die de eiseres aanvoert, echter de maatregelen van de overheid om de verspreiding van het coronavirus te beperken, lagen, zodat het verstoorde genot niet het gevolg was van een gebrek in het verhuurde goed zelf; - de verhuurder krachtens artikel 1725 Oud Burgerlijk Wetboek niet verplicht is de huurder te vrijwaren voor de stoornis die derden hem in zijn genot toebrengen; - aangezien er, in het geval van de sanitaire maatregelen die door de overheid werden genomen, principieel geen sprake is van een rechtsstoornis, de verhuurder daar niet voor dient in te staan; - de verhuurder in deze dan ook niet aansprakelijk is voor stoornissen die de huurder ondervindt in de exploitatie van het gehuurde goed aangezien deze niet de schuld zijn van de verhuurder, maar het gevolg van de maatregelen door de overheid opgelegd in het algemeen belang; - aangezien er geen inbreuk van de verhuurder bewezen is, er ook geen tijdelijke of definitieve onmogelijkheid tot uitvoering van de overeenkomst bewezen is; - de eiseres geen beroep kan doen op overmacht om zich te bevrijden van haar betalingsverbintenis. 3. De appelrechter die aldus te kennen geeft dat er slechts sprake kan zijn van een definitieve of tijdelijke onmogelijkheid voor de verhuurder om het in de huurovereenkomst beloofde genot te verschaffen indien de genotsstoornis toerekenbaar is aan de verhuurder, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Limburg. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Maxime Marchandise, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 7 september 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230907.1N.4 Gerelateerde publicatie(
- s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240913.1N.1 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241004.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.