id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.11 Rolnummer: P.23.0770.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 482 - laatst gezien 2026-06-17 14:34 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Het bewijs van de door artikel 35 Wegverkeerswet bedoelde staat is aan geen bijzondere regel onderworpen en de rechter kan oordelen dat die toestand vaststaat op basis van alle hem regelmatig overgelegde bewijzen, zoals vaststellingen van de verbalisanten en verklaringen van getuigen betreffende de houding, de gedragingen en de toestand van de bestuurder; de schuldigverklaring aan dit wanbedrijf vereist niet het opleggen van een bloedproef of de vaststelling van een bepaalde graad van intoxicatie en uit het enkele feit dat aan een bestuurder die wordt vervolgd voor een inbreuk op artikel 35 Wegverkeerswet geen bloedproef is opgelegd, kan geen miskenning van zijn recht van verdediging worden afgeleid. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 35 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 35 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 35 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 35 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 5 - 6 Uit artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering volgt voor de correctionele rechtbank die uitspraak doet in hoger beroep de verplichting om het opleggen van een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig en de maat van die bijkomende straf nauwkeurig te motiveren, indien de wet die straf en de maat ervan aan de vrije beoordeling van de rechter overlaat; indien die bijkomende straf een verplicht karakter heeft en de rechter die straf slechts oplegt voor een duur die overeenkomt met het wettelijk minimum rust op de rechter dan ook geen bijzondere motiveringsplicht. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, tweede en zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 35 Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, tweede en zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 7 - 9 De toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet vereist niet dat de beoordeling van deze ongeschiktheid geschiedt op basis van dezelfde bewijsgegevens als die op grond waarvan de rechter heeft besloten tot een veroordeling wegens een overtreding van de Wegverkeerswet; zo kan de rechter de ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig afleiden uit andere gegevens dan die op grond waarvan hij heeft beslist dat de beklaagde een voertuig heeft bestuurd in een door artikel 35 Wegverkeerswet bedoelde staat en meer bepaald de gegevens die zijn gebleken ingevolge een door de rechter daartoe specifiek bevolen deskundigenonderzoek. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 35 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 35 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 35 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0770.N N. E. A. S., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Freddy Mols, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout, van 20 april
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en de artikelen 35 en 42 Wegverkeerswet: er kan gelet op het ontbreken van een bloedproef of enig andere intoxicatiemeting en gelet op het verslag van de aangestelde deskundige die tot het besluit komt van een bescheiden alcoholgebruik of abstinentie geen simultane toepassing van de artikelen 35 en 42 Wegverkeerswet worden gemaakt; het medicatiegebruik daterend van na het ongeval kan geen aanleiding geven tot een rijverbod wegens inbreuken begaan op 8 juni 2022; er werd zowel in eerste aanleg als in hoger beroep geen deugdelijke motivering gegeven voor de bestraffing en het verval; er wordt niet duidelijk gemotiveerd of de eiseres schuldig is aan alcoholmisbruik dan wel aan medicatiemisbruik; de eiseres heeft steeds bereidwillig meegewerkt met de verbalisanten, maar ze slaagde niet erin een geldige ademtest of ademanalyse af te leggen; de verbalisanten hebben aan de eiseres geen bloedproef opgelegd, waardoor haar recht van verdediging is miskend; de tijdens het deskundigenonderzoek gedane onderzoeken kunnen niet a posteriori worden aangewend voor de beoordeling van de feiten.
- In zoverre het middel is gericht tegen het beroepen vonnis en dus niet tegen het bestreden vonnis, is het niet ontvankelijk.
- In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is, of opkomt tegen de beoordeling van de feiten door het bestreden vonnis, is het niet ontvankelijk.
- De eiseres wordt met de telastlegging C schuldig verklaard aan het besturen van een voertuig op een openbare plaats terwijl zij in staat van dronkenschap verkeerde of in een soortgelijke staat, zijnde een inbreuk op artikel 35 Wegverkeerswet.
- Het bewijs van de door artikel 35 Wegverkeerswet bedoelde staat is aan geen bijzondere regel onderworpen en de rechter kan oordelen dat die toestand vaststaat op basis van alle hem regelmatig overgelegde bewijzen, zoals vaststellingen van de verbalisanten en verklaringen van getuigen betreffende de houding, de gedragingen en de toestand van de bestuurder. De schuldigverklaring aan dit wanbedrijf vereist niet het opleggen van een bloedproef of de vaststelling van een bepaalde graad van intoxicatie.
- Uit het enkele feit dat aan een bestuurder die wordt vervolgd voor een inbreuk op artikel 35 Wegverkeerswet geen bloedproef is opgelegd, kan geen miskenning van zijn recht van verdediging worden afgeleid.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis steunt zich voor de schuldigverklaring van de eiseres aan het feit omschreven onder de telastlegging C niet op de bevindingen van de gerechtsdeskundige. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
- Het bestreden vonnis grondt de schuldigverklaring van de eiseres op de door de verbalisanten in het aanvankelijk proces-verbaal opgenomen vaststellingen (overduidelijke alcoholgeur, wankelende gang, moeilijke spraak, stotteren, geen oriëntatie in tijd en ruimte, slaperig voorkomen en steeds in herhaling vallen), het gegeven dat voor deze concrete symptomen geen tegenbewijs wordt geleverd en het feit dat deze uiterlijke tekenen in hun geheel en onderlinge samenhang niet kunnen worden herleid tot gevolgen van de impact van de aanrijding. Het wijst verder op het niet in staat zijn van de eiseres om na een tiental verwoede pogingen een geldige blaasprestatie af te leggen, naar de verklaring van de objectieve getuige die melding maakte van een zwalpende rijbeweging op de rijbaan van het door de eiseres bestuurde voertuig voorafgaand aan het ongeval zonder concrete aanleiding of reden en van de uiterlijke tekenen van dronkenschap zoals alcoholgeur en moeilijke spraak, en naar de verklaring van de eiseres die bij haar verhoor toegaf alcohol te hebben gedronken, zij het beperkt tot één glas cava, maar ook aangaf dat zij sinds anderhalve week ’s morgens op voorschrift van haar huisarts het medicament Deanxit nam, dat volgens de bijsluiter de versuffende effecten van alcohol kan versterken. Volgens het bestreden vonnis volgt uit de combinatie van die elementen dat buiten elke redelijke twijfel vaststaat dat de eiseres door een combinatie van alcohol- en medicatiegebruik niet meer bestendig haar daden onder controle had. Aldus verantwoordt het bestreden vonnis zonder enige onduidelijkheid de schuldigverklaring van de eiseres aan het feit van de telastlegging C naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Uit artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering volgt voor de correctionele rechtbank die uitspraak doet in hoger beroep de verplichting om het opleggen van een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig en de maat van die bijkomende straf nauwkeurig te motiveren, indien de wet die straf en de maat ervan aan de vrije beoordeling van de rechter overlaat. Indien die bijkomende straf een verplicht karakter heeft en de rechter die straf slechts oplegt voor een duur die overeenkomt met het wettelijk minimum rust op de rechter dan ook geen bijzondere motiveringsplicht. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Bij een veroordeling wegens inbreuk op artikel 35 Wegverkeerswet is de rechter verplicht een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uit te spreken voor de duur van minstens één maand. De appelrechters, die aan de eiseres een verval opleggen voor die minimumduur, dienen deze beslissing niet nader te motiveren. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Uit artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet volgt dat de rechter verplicht is het door die bepaling bedoelde verval wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid uit te spreken indien aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan: - een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader; - de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig op het ogenblik van de rechterlijke beslissing.
- De toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet vereist niet dat de beoordeling van deze ongeschiktheid geschiedt op basis van dezelfde bewijsgegevens als die op grond waarvan de rechter heeft besloten tot een veroordeling wegens een overtreding van de Wegverkeerswet. Zo kan de rechter de ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig afleiden uit andere gegevens dan die op grond waarvan hij heeft beslist dat de beklaagde een voertuig heeft bestuurd in een door artikel 35 Wegverkeerswet bedoelde staat en meer bepaald de gegevens die zijn gebleken ingevolge een door de rechter daartoe specifiek bevolen deskundigenonderzoek.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis grondt het oordeel over de ongeschiktheid van de eiseres tot het besturen van een motorvoertuig niet op haar alcoholgebruik. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
- Het bestreden vonnis dat zich aansluit bij het advies van de gerechtsdeskundige grondt het oordeel over de ongeschiktheid van de eiseres tot het besturen van een motorvoertuig wel op een onaanvaardbaar en actueel gebruik van een combinatie van meerdere psychotrope medicaties. Aldus verantwoordt het bestreden vonnis zonder enige onduidelijkheid de beslissing dat de eiseres rijongeschikt moet worden verklaard overeenkomstig artikel 42 Wegverkeerswet naar recht en is die beslissing regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 87,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 12 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div