← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.13 Rolnummer: P.23.0832.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 647 - laatst gezien 2026-06-19 04:28 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Het uitspreken van de beveiligingsmaatregel van het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, bepaald in artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet, vereist de vaststelling dat de betrokkene lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig

(1); de rechter oordeelt onaantastbaar of het voor die vaststelling aangewezen is een deskundige of een technisch raadgever aan te stellen en de rechter kan bij die beoordeling de aard van de vervolgde feiten in aanmerking nemen, alsook voorafgaande veroordelingen en dit ongeacht of die een rechtstreeks verband hebben met de vervolgde feiten.
(1)Cass. 20 december 2022, AR P.22.0415.N, AC 2022, nr. 843, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.6; Cass. 11 oktober 2022, AR P.22.0793.N, AC 2022, nr. 619, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.8. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 4 - 6 Indien de rechter oordeelt dat met het oog op de vaststelling van de door artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet bedoelde toestand van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid de aanstelling van een deskundige of technisch raadgever aangewezen is, zijn ingeval de rechter de beklaagde veroordeelt tot straf of de opschorting van de uitspraak van veroordeling of de internering beveelt, de kosten van dit onderzoek door de deskundige of de technisch raadgever kosten waartoe hij de beklaagde bij toepassing van artikel 162, eerste lid, Wetboek van Strafvordering moet veroordelen; het is daarbij niet relevant dat uit het onderzoek door de deskundige of de technisch raadgever niet is gebleken dat de beklaagde lichamelijk of geestelijk ongeschikt is in de zin van artikel 42 Wegverkeerswet en dat de rechter die beveiligingsmaatregel niet beveelt
(1); relevant is dus niet of het resultaat van het onderzoek door de deskundige of de technisch raadgever ervan nuttig is gebleken voor de door de rechter te nemen beslissing, maar wel of het bevelen van dit onderzoek aangewezen dan wel overbodig was.
(1)Zie Cass. 12 november 2002, AR P.02.0135.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021112.13, AC 2002, nr.
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 162, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Allerlei Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 162, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 162, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0832.N D. J. V. D. H., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Michiel Van Kelecom, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, van 12 mei
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. I. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 162, eerste lid, Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis veroordeelt de eiser ten onrechte tot de kosten van het deskundigenonderzoek dat werd bevolen met het oog op de toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet; een dergelijk deskundigenonderzoek is geen onderzoek dat strekt tot de waarheidsvinding en een eventueel negatief resultaat kan geen invloed hebben op de schuld, maar enkel op het uitspreken van een straf of maatregel; de eiser bleek evenwel rijgeschikt, zodat het bevelen van de maatregel geen gevolg had op het vlak van de straftoemeting; de eerste rechter oordeelde dan ook terecht dat de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste dienden te blijven van de Staat; het bestreden vonnis oordeelt verder ten onrechte dat dit deskundigenonderzoek terecht werd bevolen aangezien de voorgaanden inzake drugs (in het verkeer) waarnaar dit vonnis verwijst, dateren van 2010 en 2012 en dus geen direct verband hebben met de thans vervolgde feiten.
  4. Artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet verplicht de rechter om, indien naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig, het verval van het recht tot sturen uit te spreken.
  5. Het uitspreken van deze beveiligingsmaatregel vereist de vaststelling dat de betrokkene lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig.
  6. De rechter oordeelt onaantastbaar of het voor die vaststelling aangewezen is een deskundige of een technisch raadgever aan te stellen. De rechter kan bij die beoordeling de aard van de vervolgde feiten in aanmerking nemen, alsook voorafgaande veroordelingen en dit ongeacht of die een rechtstreeks verband hebben met de vervolgde feiten.
  7. Artikel 162, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat ieder tegen een beklaagde uitgesproken veroordelend vonnis hem veroordeelt tot de kosten.
  8. Indien de rechter oordeelt dat met het oog op de vaststelling van de door artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet bedoelde toestand van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid de aanstelling van een deskundige of technisch raadgever aangewezen is, zijn ingeval de rechter de beklaagde veroordeelt tot straf of de opschorting van de uitspraak van veroordeling of de internering beveelt, de kosten van dit onderzoek door de deskundige of de technisch raadgever kosten waartoe hij de beklaagde bij toepassing van artikel 162, eerste lid, Wetboek van Strafvordering moet veroordelen.
  9. Het is daarbij niet relevant dat uit het onderzoek door de deskundige of de technisch raadgever niet is gebleken dat de beklaagde lichamelijk of geestelijk ongeschikt is in de zin van artikel 42 Wegverkeerswet en dat de rechter die beveiligingsmaatregel niet beveelt.
  10. Relevant is dus niet of het resultaat van het onderzoek door de deskundige of de technisch raadgever ervan nuttig is gebleken voor de door de rechter te nemen beslissing, maar wel of het bevelen van dit onderzoek aangewezen dan wel overbodig was.
  11. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  12. Het bestreden vonnis stelt vast dat de eiser voorgaanden heeft “inzake drugs (in het verkeer)”. Uit het uittreksel van het strafregister blijkt dat de eiser reeds werd veroordeeld voor inbreuken inzake drugs in 2006, 2012, 2015 en 2022 en voor drugs in het verkeer in 2012 (meermaals). In zoverre het middel aanvoert dat de voorgaanden van de eiser dateren van 2010 en 2012, mist het feitelijke grondslag.
  13. Het bestreden vonnis oordeelt dat de eiser moet worden veroordeeld tot de kosten die verband houden met de bewezen verklaarde feiten voor zover de onderzoekshandelingen die de kosten hebben veroorzaakt rechtmatig werden bevolen, de eiser voorgaanden had inzake drugs (in het verkeer) en het onderzoek dan ook terecht werd bevolen en dit ongeacht het gegeven dat de eiser achteraf wel gunstige testresultaten kon voorleggen. Op grond van die redenen kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat de eiser dient te worden veroordeeld tot de expertisekosten. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 12 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.047 precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021112.13 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.8 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.