← België

N.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

Art. 195

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 211

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 195

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 211- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.

P.23.0767.N G. N. L., persoon tegen wie de herroeping van het probatie-uitstel wordt gevorderd, eiser, met als raadsman mr. Gino Houbrechts, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 3 mei

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195, eerste lid, Wetboek van Strafvordering: het arrest herroept het aan de eiser toegekende probatie-uitstel zonder te vermelden op grond van welke paragraaf van artikel 14 Probatiewet die herroepingsbeslissing wordt genomen.
  3. Uit artikel 195, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, dat overeenkomstig artikel 211 Wetboek van Strafvordering van toepassing is op de hoven van beroep, volgt voor de rechter de verplichting om in een veroordelende beslissing melding te maken van de wetsbepalingen die het bewezen verklaarde strafbare feit omschrijven en die betreffende de toegepaste straffen. Daaruit volgt niet dat de rechter die een probatie-uitstel herroept melding moet maken van de toepasselijke bepaling uit de Probatiewet of de relevante paragraaf uit die bepaling. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. Het arrest stelt uitdrukkelijk vast dat het aan de eiser met het arrest van 21 maart 2021 toegekende probatie-uitstel wordt herroepen wegens niet-naleving van de probatievoorwaarde dat hij een cursus agressiebeheersing diende te volgen. Aldus kent de eiser de wettelijke basis voor deze herroeping. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag. Tweede middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wetboek van Strafvordering en artikel 14, § 2, Probatiewet, alsook miskenning van de motiveringsplicht: aangezien het arrest niet verduidelijkt of het probatie-uitstel wordt herroepen op grond van paragraaf 1 dan wel paragraaf 2 van artikel 14 Probatiewet, beantwoordt het arrest eisers appelconclusie niet; het arrest beantwoordt evenmin het in de appelconclusie aangevoerde verweer dat het probatie-uitstel maar kan worden herroepen als de betrokkene zich vrijwillig en foutief aan de voorwaarden heeft onttrokken; de wijzigende houding van de eiser waarnaar het arrest verwijst, kan een herroeping wegens niet-naleving van de probatievoorwaarden niet verantwoorden.
  6. In zoverre het middel is afgeleid uit de vergeefs met het eerste middel aangevoerde onwettigheid, is het niet ontvankelijk.
  7. Artikel 6 EVRM en artikel 195 Wetboek van Strafvordering zijn vreemd aan de aangevoerde grieven. In zoverre faalt het middel naar recht.
  8. De rechter oordeelt onaantastbaar of de niet-naleving van een probatievoorwaarde aan de betrokkene kan worden verweten. Het Hof gaat wel na of rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  9. Het arrest stelt vast dat de eiser niet alleen de feiten ontkent waarvoor hij werd veroordeeld, maar ook dat hij, anders dan door hem werd voorgehouden op de openbare rechtszitting van 30 maart 2023, op de rechtszitting van 31 maart 2021 wel degelijk akkoord is gegaan met het opleggen van probatievoorwaarden, waaronder het volgen van de cursus agressiebeheersing, wat volgens het proces-verbaal van die laatste rechtszitting uitdrukkelijk als probatievoorwaarde werd gevorderd. Het arrest oordeelt dat die houding, omschreven als een steeds wijzigende houding, reden genoeg is om het hem verleende probatie-uitstel te herroepen. Volgens de appelrechters kreeg de eiser meer dan kansen genoeg om ervoor te zorgen dat zijn probatietraject goed kon worden beëindigd, maar is dat door zijn eigen toedoen en zijn aangetoonde onbetrouwbaarheid niet gebeurd.
  10. Met die redenen beantwoordt het arrest het door het middel bedoelde verweer. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  11. Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat de niet-naleving van de bewuste probatievoorwaarde aan de eiser is te wijten. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 12 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.