← België

P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.15 Rolnummer: P.22.1763.N Zaak: P. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 543 - laatst gezien 2026-06-18 17:38 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230912.2N.15 Fiche 1 De aard van de door artikel 6 Pandemiewet van 14 augustus 2021 bedoelde misdrijven wordt bepaald door de straf die de rechter oplegt; uit de artikelen 1 en 38 Strafwetboek volgt dat indien de rechter een geldboete oplegt van minder dan 26 euro en dus een politiestraf, dit misdrijf een overtreding is en indien de rechter een geldboete oplegt van 26 euro of meer en dus een correctionele straf, dit misdrijf een wanbedrijf is

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 1 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 38 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie - 14-08-2021 - Art. 6 - 01 ELI link Pub nr 2021021663 Fiches 2 - 3 Wanneer de wet voor een misdrijf als minimumstraf een politiestraf bepaalt en als maximumstraf een correctionele straf, dan kan het misdrijf dat bij toepassing van die wet wordt bestraft met een politiestraf niet worden beschouwd als een wanbedrijf dat in een overtreding wordt omgezet in de zin van artikel 21, eerste lid, 5°, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, maar houdt dit misdrijf een overtreding in zoals bedoeld door artikel 21, eerste lid, 6°, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering; de omstandigheid dat de rechter hierbij verzachtende omstandigheden in aanmerking neemt, doet hieraan geen afbreuk
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Termijnen Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21, eerste lid, 5° en 6° - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21, eerste lid, 5° en 6° - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1763.N J. P. R. P., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Walter Damen, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2600 Antwerpen (Berchem), Elisabethlaan 122, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Tongeren, van 16 november
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Op 28 augustus 2023 heeft advocaat-generaal Dirk Schoeters ter griffie van het Hof een schriftelijke conclusie ingediend. Op de rechtszitting van 12 september 2023 heeft raadsheer Steven Van Overbeke verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het bestreden vonnis verklaart het hoger beroep van de eiser ontvankelijk. In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 21, eerste lid, 6°, en 25 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering.
  3. Artikel 6, § 1, eerste en tweede lid, van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie (hierna Pandemiewet van 14 augustus 2021) bepaalt: “Misdrijven tegen de maatregelen die met toepassing van de artikelen 4 en 5 zijn genomen, worden bestraft met: 1° een geldboete van één euro tot 500 euro; 2° een werkstraf van 20 tot 300 uur; 3° een autonome probatie van zes maanden tot twee jaar; 4° een straf onder elektronisch toezicht van een maand tot drie maanden; 5° een gevangenisstraf van een dag tot drie maanden. De in het eerste lid, 2° tot 5°, bepaalde straffen mogen niet samen worden toegepast.”
  4. De aard van de door artikel 6 Pandemiewet van 14 augustus 2021 bedoelde misdrijven wordt bepaald door de straf die de rechter oplegt. Uit de artikelen 1 en 38 Strafwetboek volgt dat indien de rechter: - een geldboete oplegt van minder dan 26 euro en dus een politiestraf, dit misdrijf een overtreding is; - een geldboete oplegt van 26 euro of meer en dus een correctionele straf, dit misdrijf een wanbedrijf is.
  5. Wanneer de wet voor een misdrijf als minimumstraf een politiestraf bepaalt en als maximumstraf een correctionele straf, dan kan het misdrijf dat bij toepassing van die wet wordt bestraft met een politiestraf niet worden beschouwd als een wanbedrijf dat in een overtreding wordt omgezet in de zin van artikel 21, eerste lid, 5°, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, maar houdt dit misdrijf een overtreding in zoals bedoeld door artikel 21, eerste lid, 6°, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering. De omstandigheid dat de rechter hierbij verzachtende omstandigheden in aanmerking neemt, doet hieraan geen afbreuk.
  6. Volgens artikel 21, eerste lid, 6°, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering verjaart de strafvordering voor overtredingen, andere dan deze die na omzetting van een wanbedrijf in een overtreding zijn omgezet, door verloop van zes maanden, te rekenen van de dag waarop het misdrijf is gepleegd.
  7. Artikel 25, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de voorafgaande bepalingen van toepassing zijn op de verjaring van de strafvordering betreffende de misdrijven omschreven door bijzondere wetten, voor zover die wetten niet anders bepalen. De Pandemiewet van 14 augustus 2021 voorziet niet in een eigen stelsel van verjaring van de strafvordering.
  8. Het beroepen vonnis veroordeelt de eiser met aanneming van verzachtende omstandigheden tot een geldboete van 25,00 euro, verhoogd met 70 opdeciemen en aldus gebracht op 200,00 euro of een vervangende gevangenisstraf van drie dagen, wegens een op 16 november 2021 gepleegde inbreuk op de verplichting tot het dragen van een mondmasker zoals bedoeld in artikel 22 van het koninklijk besluit van 28 oktober 2021 houdende de nodige maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie te voorkomen of te beperken, zoals hier van toepassing. Door de bevestiging van het beroepen vonnis legt het bestreden vonnis aan de eiser bij toepassing van artikel 6, § 1, eerste lid, Pandemiewet van 14 augustus 2021 aldus een politiestraf op en veroordeelt hem bijgevolg voor een overtreding als bedoeld door artikel 21, eerste lid, 6°, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering.
  9. Zelfs rekening houdend met daden van stuiting en eventuele periodes van schorsing van de verjaring van de strafvordering, is op de datum van het bestreden vonnis de verjaring van de strafvordering voor het voormelde feit bereikt. Door de verjaring van de strafvordering niet vast te stellen, schendt het bestreden vonnis de voormelde wetsbepalingen. Middelen
  10. De middelen behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens in zoverre dit het hoger beroep van de eiser ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 12 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230912.2N.15 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250916.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.