id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.6 Rolnummer: P.23.0603.N Zaak: D. contra C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 519 - laatst gezien 2026-06-18 17:19 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De rechter beoordeelt onaantastbaar op basis van de regelmatig tijdens het debat overgelegde gegevens of is voldaan aan de in artikel 9, § 1, Interneringswet bepaalde voorwaarden voor internering en meer bepaald of de beklaagde op het ogenblik van de beslissing lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast
(1).
(1)Cass. 11 oktober 2017, AR P.17.0784.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171011.8, AC 2017, nr. 550. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Fiches 3 - 5 Uit de omstandigheid dat een in artikel 5 Interneringswet bedoeld forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek of de actualisering van een eerder deskundigenonderzoek moet voorhanden zijn, volgt niet dat de rechter gebonden is door de in dat verslag opgenomen bevindingen; de rechter beoordeelt immers onaantastbaar de bewijswaarde van een dergelijk verslag, zonder dat hij evenwel de bewijskracht ervan mag miskennen
(1)en niets belet dat de rechter op basis van de verklaringen en de gedragingen van een beklaagde op de rechtszitting de bevindingen van het ingevolge het forensisch psychiatrisch onderzoek opgesteld verslag verwerpt.
(1)Cass. 11 oktober 2017, AR P.17.0784.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171011.8, AC 2017, nr. 550. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Invloed Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 5 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Vrije woorden: Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 5 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Invloed Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 5 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Fiches 6 - 8 De rechter beoordeelt onaantastbaar de noodzaak om een forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek te actualiseren en het loutere feit dat enige tijd ligt tussen de uitvoering van een dergelijk onderzoek en de beoordeling van de interneringsvordering verplicht de rechter niet om een actualisering te bevelen; het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk te verantwoorden zijn
(1).
(1)Cass. 10 november 2020, AR P.20.0694.N, AC 2020, nr. 689, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201110.2N.
- Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Vrije woorden: Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Fiches 9 - 11 De rechter beoordeelt onaantastbaar de wenselijkheid om een college van psychiatrisch forensisch deskundigen aan te stellen en uit het enkele feit dat aan de rechter meerdere verslagen van psychiatrisch forensisch deskundigen zijn overgelegd, waarvan de bevindingen niet of niet volledig gelijklopend zijn, volgt niet dat hij verplicht is een college van deskundigen aan te stellen; het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk te verantwoorden zijn. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Wijze Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Vrije woorden: Wijze Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Wijze Tekst van de beslissing Nr. P.23.0603.N K. D., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Xavier Potvin, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 122 bus 14, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- G. C., burgerlijke partij,
- K. D. W., burgerlijke partij,
- A. bv, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 29 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser doet afstand van zijn cassatieberoep voor wat betreft de beslissing op de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. I. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het op de rechszitting van 12 september ingediende stuk
- Het stuk dat werd ingediend buiten de in artikel 429, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn, is niet ontvankelijk. Afstand en ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De eiser doet zonder berusting afstand van zijn cassatieberoep voor wat de beslissing op de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen met als motief dat hij zijn cassatieberoep niet heeft laten betekenen aan de verweerders.
- Door afstand zonder berusting te doen, geeft de eiser aan dat hij afstand doet van het door hem ingestelde cassatieberoep dat hij onontvankelijk acht, om dan op een later tijdstip alsnog een ontvankelijk cassatieberoep in te stellen.
- De eiser heeft nagelaten zijn cassatieberoep te laten betekenen aan de verweerders, hoewel hij daartoe op grond van artikel 427 Wetboek van Strafvordering gehouden is. Hij kan dit verzuim niet meer regulariseren.
- Bijgevolg wordt van de zonder berusting gedane afstand geen akte verleend.
- In zoverre gericht tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweerders, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 5 en 9 Interneringswet: de appelrechters leggen drie deskundigenverslagen, die alle wijzen op de afwezigheid van een psychopathologie die het oordeelsvermogen van de eiser of de controle over zijn daden teniet doet, naast zich neer; hoewel het laatste verslag dateert van november 2022 en een ander verslag van 1 februari 2022, laten de appelrechters na een actualisering van de verslagen te vragen, dan wel een college van deskundigen aan te stellen.
- Artikel 9, § 2, Interneringswet bepaalt dat de rechter de internering kan bevelen na uitvoering van een in artikel 5 Interneringswet bedoeld forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek of de actualisering van een eerder uitgevoerd deskundigenonderzoek. Artikel 5, § 1, Interneringswet bepaalt dat wanneer er redenen zijn om aan te nemen dat een persoon zich bevindt in een in artikel 9 Interneringswet bedoelde toestand, de in artikel 5, § 1, vermelde overheid een forensisch psychiatrisch onderzoek beveelt. Artikel 5, § 3, Interneringswet bepaalt dat deze overheid een actualisering van het deskundigenonderzoek kan vragen, wanneer dit nodig wordt geacht.
- De rechter beoordeelt onaantastbaar op basis van de regelmatig tijdens het debat overgelegde gegevens of is voldaan aan de in artikel 9, § 1, Interneringswet bepaalde voorwaarden voor internering en meer bepaald of de beklaagde op het ogenblik van de beslissing lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast.
- Uit de omstandigheid dat een in artikel 5 Interneringswet bedoeld forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek of de actualisering van een eerder deskundigenonderzoek moet voorhanden zijn, volgt niet dat de rechter gebonden is door de in dat verslag opgenomen bevindingen. De rechter beoordeelt immers onaantastbaar de bewijswaarde van een dergelijk verslag, zonder dat hij evenwel de bewijskracht ervan mag miskennen. Niets belet dat de rechter op basis van de verklaringen en de gedragingen van een beklaagde op de rechtszitting de bevindingen van het ingevolge het forensisch psychiatrisch onderzoek opgesteld verslag verwerpt.
- De rechter beoordeelt onaantastbaar de noodzaak om een forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek te actualiseren. Het loutere feit dat enige tijd ligt tussen de uitvoering van een dergelijk onderzoek en de beoordeling van de interneringsvordering verplicht de rechter niet om een actualisering te bevelen.
- De rechter beoordeelt onaantastbaar de wenselijkheid om een college van psychiatrisch forensisch deskundigen aan te stellen. Uit het enkele feit dat aan de rechter meerdere verslagen van psychiatrisch forensisch deskundigen zijn overgelegd, waarvan de bevindingen niet of niet volledig gelijklopend zijn, volgt niet dat hij verplicht is een college van deskundigen aan te stellen.
- Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk te verantwoorden zijn.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest bespreekt de drie overgelegde psychiatrische verslagen, namelijk het door de eiser overgelegde forensisch psychiatrisch rapport van dr. N. van 28 april 2022, het psychiatrisch deskundigenverslag van de door de onderzoeksrechter in de zaak II aangestelde dr. S. van 1 februari 2022 en het daarbij horend psychodiagnostisch verslag van 17 januari 2022, en het psychiatrisch deskundigenverslag van dr. D. dat werd opgesteld naar aanleiding van nieuwe feiten in een ander dossier. Het gaat daarbij na wat het advies is van deze deskundigen betreffende de in artikel 9, § 1, 2°, Interneringswet bepaalde voorwaarde dat de eiser op het ogenblik van de beslissing lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast.
- Het arrest oordeelt dat er geen redenen zijn om het verslag van dr. S. te actualiseren aangezien alle verslagen relatief recent zijn en niet meteen in te zien valt dat dr. S. zijn bevindingen zou aanpassen op basis van de actuele informatie die hem niet eerder bekend was. Het arrest verwerpt verder het verzoek tot aanstelling van een college van deskundigen, samengesteld uit de drie vermelde psychiaters of andere psychiaters, omdat dit weinig nuttige bijkomende informatie lijkt te zullen opleveren. Het arrest wijst vervolgens op de informatie die de appelrechters zelf hebben verkregen door de bevraging van de eiser en de observatie van zijn gedrag op de beide behandelingsdagen van de zaak. Daaruit blijkt dat de eiser bij momenten alle zelfcontrole verloor, ontstak in een tirade waarbij geen enkele empathie werd getoond naar de burgerlijke partijen toe, zeer beledigende taal werd geuit tegenover het openbaar ministerie, een paranoïde verhaal werd gebracht over zijn ervaringen met justitie waarbij hij zichzelf vooral in de slachtofferrol duwde, hij zeer bizar gedrag vertoonde zoals het zichzelf vergelijken met Isaac Newton en Albert Einstein en andere megalomane uitlatingen deed over zijn kennis van de cannabisplant. Op basis van die eigen vaststellingen oordelen de appelrechters dat de bevindingen van de psychiaters dr. N. en dr. D. niet kunnen worden gevolgd en zij zich aansluiten bij het advies van dr. S. dat wel degelijk is voldaan aan de in artikel 9, § 1, 2°, Interneringswet bepaalde voorwaarde. Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat er geen noodzaak is tot actualisering van het verslag van dr. S. of tot de aanstelling van een college van deskundigen en dat is voldaan aan de in artikel 9, § 1, 2°, Interneringswet bepaalde voorwaarde. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke opsluiting
- Ingevolge de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep verkrijgt de interneringsbeslissing kracht van gewijsde. In zoverre het cassatieberoep van de eiser ook is gericht tegen de beslissing waarbij de onmiddellijke opsluiting van de eiser is bevolen, heeft zijn cassatieberoep geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 130,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 12 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171011.8 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201110.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div