id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.8 Rolnummer: P.22.1673.N Zaak: F. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 379 - laatst gezien 2026-06-17 14:40 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Het Wegverkeersreglement is van toepassing op de volledige rijbeweging van een bestuurder van een voertuig die vanop een private parkeerplaats de openbare weg oprijdt en wanneer de bestuurder hierbij de beplanting of een andere afsluiting beschadigt die deze parkeerplaats van de openbare weg scheidt, is er bijgevolg sprake van een ongeval dat zich heeft voorgedaan op een openbare plaats zoals bedoeld in de artikelen 28 en 33, § 1, Wegverkeerswet; de omstandigheid dat die beplanting of afsluiting geen deel uitmaakt van de openbare weg en zij zich niet bevindt op een plaats die toegankelijk is voor het publiek of voor een zeker aantal personen, doet hieraan geen afbreuk. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 1 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 28 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 33, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 33 - Artikel 33.1 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 28 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 33, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 28 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 28 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 33, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1673.N C. F. F. T., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Michael Wallace, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 7 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 7 EVRM, artikel 15 IVBPR, artikel 149 Grondwet, de artikelen 28 en 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet en de artikelen 1 en 10.1.3° Wegverkeersreglement: de veroordeling van de eiser wegens vluchtmisdrijf en wegens het niet kunnen stoppen voor een voorzienbare hindernis is niet naar recht verantwoord; de bewezenverklaring van een inbreuk op artikel 10.1.3° Wegverkeersreglement vereist immers dat het ongeval zich heeft voorgedaan op de openbare weg, terwijl het voor de bewezenverklaring van een vluchtmisdrijf noodzakelijk is dat er zich een verkeersongeval op een openbare plaats heeft voorgedaan; de eiser heeft zich met zijn voertuig via de haag van de afgesloten parking, die geen deel uitmaakt van de openbare weg en evenmin als een openbare plaats kan worden beschouwd, naar de openbare weg begeven; het ongeval heeft zich aldus niet voorgedaan op de openbare weg noch op een openbare plaats, zodat de appelrechters zich ten onrechte bevoegd verklaren om kennis te nemen van de strafvordering; het bestreden vonnis stelt ook nergens vast dat het ongeval zich heeft voorgedaan op een openbare plaats ; het ongeval heeft zich voorgedaan in het plantsoen, dat evenmin deel uitmaakt van de openbare weg noch een openbare plaats inhoudt.
- De strafbaarstelling van vluchtmisdrijf is volgens artikel 33, § 1, Wegverkeerswet van toepassing op elke bestuurder van een voertuig of van een dier die, wetend dat dit voertuig of dit dier oorzaak van dan wel aanleiding tot een verkeersongeval op een openbare plaats is geweest, alsook op elkeen die, wetend dat hijzelf oorzaak van dan wel aanleiding tot een verkeersongeval op een openbare plaats is geweest, de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld te wijten is.
- Volgens artikel 28 Wegverkeerswet worden onder “openbare plaats” verstaan de openbare weg, de terreinen toegankelijk voor het publiek en de niet-openbare terreinen die voor een zeker aantal personen toegankelijk zijn. De rechter oordeelt onaantastbaar of een plaats onder het begrip “openbare plaats” in de zin van die bepaling valt.
- Artikel 1, eerste lid, Wegverkeersreglement bepaalt dat dit reglement geldt voor het verkeer op de openbare weg en het gebruik ervan, door voetgangers, voertuigen, trek-, last- of rijdieren en vee. Een openbare weg is een weg open voor het verkeer, onafhankelijk van de officiële benaming, het uitzicht en het eigendomsrecht, waar het publiek in het algemeen toegelaten is om er te komen of er minstens wordt geduld.
- Het Wegverkeersreglement is van toepassing op de volledige rijbeweging van een bestuurder van een voertuig die vanop een private parkeerplaats de openbare weg oprijdt. Wanneer de bestuurder hierbij de beplanting of een andere afsluiting beschadigt die deze parkeerplaats van de openbare weg scheidt, is er bijgevolg sprake van een ongeval dat zich heeft voorgedaan op een openbare plaats zoals bedoeld in de artikelen 28 en 33, § 1, Wegverkeerswet. De omstandigheid dat die beplanting of afsluiting geen deel uitmaakt van de openbare weg en zij zich niet bevindt op een plaats die toegankelijk is voor het publiek of voor een zeker aantal personen, doet hieraan geen afbreuk.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis (p. 4) oordeelt onder meer als volgt: - de verbalisanten stelden een proces-verbaal op over de vaststellingen die zij deden naar aanleiding van de melding dat een voertuig door een haag reed en daarna de vlucht nam; - ter plaatse legde de uitbater van de daar gevestigde “wellness” aan de inspecteurs uit dat hij had gezien dat het voertuig, waarop hij een briefje met zijn contactgegevens op de voorruit had achtergelaten op het ogenblik dat hij de bareel van de parkeerplaats sloot, door de haag was gereden om op die manier de op dat ogenblik afgesloten private parkeerplaats te verlaten, en dat het voertuig daarna de vlucht had genomen; - de verbalisanten zagen afgereden takken op het voetpad liggen. Een situatieschets en foto’s van de plaatsgesteldheid werden aan het proces-verbaal gehecht. Op de foto's is de beschadigde haag te zien, naast het afgesloten private parkeervak, en afgerukte takken op het voetpad, alsook een groot bord dat was geplaatst aan het parkeervak met de tekst: “Privé parking, uitsluitend voor klanten, enkel tijdens het gebruik van de wellness! Bij overtreding 20,00 euro voor het verwijderen van de wielklem, wegsleepregel van kracht”; - de eiser verklaarde dat hij zijn auto geparkeerd had op de parkeerplaats van de residentie omdat hij een kennis was gaan bezoeken, dat hij, toen hij ‘s avonds terugkwam om zijn auto op te halen, merkte dat er een hek gesloten was vlak voor de auto en dat iemand had geprobeerd om hem te blokkeren; - de rijbeweging die de eiser uitvoerde om met zijn auto de rijbaan op te rijden, vertrekkende vanop een aan deze straat grenzende private parkeerplaats, ook als hij daarbij door de beplanting reed en daarbij het voetpad dwarste, was een maneuver, geregeld door onder meer de artikelen 12.4 en 12.5 Wegverkeersreglement, en valt overeenkomstig artikel 138, 6°, Wetboek van Strafvordering onder de bevoegdheid van de politierechtbank. Wanneer een bestuurder van een motorvoertuig tijdens het uitvoeren van zijn maneuver schade veroorzaakt en daarna de vlucht neemt in de zin van artikel 33 Wegverkeerswet, komt de beoordeling daarvan toe aan de politierechtbank. Dat de parkeerplaats was voorzien van een bord met de hoger geciteerde tekst en van een beugel, doet daaraan geen afbreuk. Met die redenen geven de appelrechters te kennen dat er sprake is van een verkeersongeval op een openbare plaats en dat eisers rijbeweging zich heeft voorgedaan op de openbare weg en verantwoorden zij naar recht het in het middel bekritiseerde oordeel. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 14 IVBPR, artikel 149 Grondwet en artikel 1 Wegverkeersreglement : met het oordeel dat het oprijden van de rijbaan en het dwarsen van het voetpad onder meer wordt geregeld door de artikelen 12.4 en 12.5 Wegverkeersreglement, verklaren de appelrechters zich ten onrechte bevoegd; de eiser werd hiervoor niet vervolgd noch veroordeeld en kon er zich ook niet op verdedigen.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser onder de telastlegging A werd vervolgd en veroordeeld wegens vluchtmisdrijf zoals bedoeld in artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet en onder de telastlegging B wegens het als bestuurder van een voertuig op de openbare weg niet in alle omstandigheden hebben kunnen stoppen voor een hindernis die kon worden voorzien, zoals bedoeld in artikel 10.1.3° Wegverkeersreglement. Voor die misdrijven is de politierechtbank en in hoger beroep de correctionele rechtbank bevoegd op grond van artikel 138, 6°, Wetboek van Strafvordering. Het middel kan bijgevolg niet tot cassatie leiden en is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 12 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div