← België

H. contra A.L.G. Genk Noord

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

Art. 2bis

- 01 ELI link Pub nr 1921022450 Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... -

Art. 4

- 01 ELI link Pub nr 1921022450 Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... -

Art. 6

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 66, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... -

Art. 2bis

- 01 ELI link Pub nr 1921022450 Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... -

Art. 4

- 01 ELI link Pub nr 1921022450 Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... -

Art. 6, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Tekst van de beslissing Nr.

P.23.0482.N M. H., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jan Swennen, advocaat bij de balie Limburg, tegen

  1. ALG GENK NOORD nv, met zetel te 3600 Genk, Essenlaan 5/5, burgerlijke partij,
  2. FLUVIUS SYSTEEM OPERATOR cv, met zetel te 9090 Melle, Brusselsesteenweg 199, burgerlijke partij, verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep Antwerpen, correctionele rechtbank kamer, van 10 maart
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 31 augustus 2023 een schriftelijke conclusie ingediend ter griffie van het Hof. Op de rechtszitting van 19 september 2023 heeft raadsheer Peter Hoet verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  4. De appelrechters spreken de eiser vrij van de feiten omschreven onder de telastleggingen I.1 en I.4 en verklaren zich onbevoegd om kennis te nemen van de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster
  5. In zoverre ook gericht tegen deze beslissingen, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  6. Het arrest beslist de afhandeling van de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster 1 af te splitsen en de behandeling ervan vast te stellen op de rechtszitting van 19 mei
  7. Dit is geen eindbeslissing zoals bedoeld in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en die beslissing valt evenmin onder artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep voorbarig en bijgevolg evenmin ontvankelijk. Middel
  8. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 66 Strafwetboek: het arrest oordeelt dat de eiser zodanige hulp heeft verleend dat de misdrijven van teelt en verkoop van cannabis niet zonder zijn bijstand konden worden gepleegd, zoals ze in concreto hebben plaatsgevonden, en dat hij derhalve minstens als mededader in de zin van artikel 66, tweede lid, Strafwetboek moet worden beschouwd; om onder deze bepaling schuldig te worden verklaard, moeten de appelrechters de concrete positieve daad vaststellen waaruit blijkt dat hij de misdrijven onder de telastlegging F rechtstreeks heeft uitgevoerd of aan die uitvoering heeft meegewerkt; de betrokkenheid van een persoon bij de exploitatie van een cannabisplantage impliceert geen noodzakelijke hulp of bijstand bij de verkoop van de opbrengsten van de exploitatie; het arrest stelt niet vast waarin concreet de deelnemingsgedraging van de eiser met betrekking tot het misdrijf verkoop van cannabis bestaat; de deelnemingsgedraging wordt louter afgeleid uit de aan de eiser toegeschreven gedraging met betrekking tot de teelt van cannabis; het strafonderzoek toont niet aan dat de eiser enigszins betrokken was bij de opbouw van de plantage, bij de communicatie inzake de teelt en bij de verkoop van de geoogste cannabis.
  9. Uit het geheel van redenen die het arrest bevat betreffende de schuldigverklaring van de eiser volgt dat de vermelding in het arrest (p. 33, derde alinea) van artikel 66, tweede lid, Strafwetboek een verschrijving is, die moet worden gelezen als artikel 66, derde lid, Strafwetboek. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  10. Artikel 66, derde lid, Strafwetboek stelt deelneming aan een misdaad of wanbedrijf strafbaar, met name wanneer de beklaagde door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp heeft verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd. Behoudens in hier niet toepasselijke gevallen kan alleen een positieve daad die aan de uitvoering van het misdrijf voorafgaat of ermee samengaat, dergelijke deelneming aan een misdaad of een wanbedrijf opleveren.
  11. Voor de toepassing van deze bepaling is vereist dat de verstrekte hulp of bijstand wetens en willens werd verleend en dat deze hulp of bijstand noodzakelijk is, zonder dat het daarbij van belang is of die hulp of bijstand groot of klein is.
  12. Het is niet vereist dat deze deelnemingsgedraging gericht is op alle constitutieve bestanddelen van het hoofdmisdrijf.
  13. Hieruit volgt dat met eenzelfde hulp of bijstand aan verschillende misdrijven kan worden deelgenomen in de zin van artikel 66, derde lid, Strafwetboek. Een daad van deelneming aan het misdrijf van de teelt van verdovende middelen kan een daad van deelneming vormen van het misdrijf van de verkoop van die verdovende middelen.
  14. De rechter oordeelt onaantastbaar of de verstrekte hulp of bijstand al dan niet noodzakelijk is en of deze wetens en willens werd verleend voor de verschillende misdrijven, waaraan hij de deelnemers schuldig verklaart.
  15. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  16. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  17. Het arrest oordeelt onder meer: - wat de feiten van verkoop van cannabis betreft, zoals geviseerd onder de telastleggingen F.2 en F.3, de teelt van cannabis, met de omvang zoals reeds uiteengezet, waarbij gebruik werd gemaakt van constructies ter afscherming van de initiatiefnemers (onder meer via het huren van diverse panden onder verschillende namen (onder andere een valse identiteit), het gebruik van huurvoertuigen als werkvoertuigen, …) evident enkel ertoe strekt om grote winsten te genereren bij de verkoop van geoogste cannabis via het illegale circuit; - op basis van de gegevens in de strafinformatie moet er met betrekking tot de ontmantelde cannabis plantages te (…) en te (…) telkens één oogst zijn geweest; - wat de plantage te (…) betreft, komt uit de strafinformatie naar voren dat er op deze locatie maar één kweekcyclus is geweest en dat de oogst van deze kweek kort voor de huiszoeking in de voorliggende zaak werd geript, zodat de eiser met betrekking tot deze plantage niet kan hebben gedeeld in de winst afkomstig van de verkoop van de geoogste cannabis; - dit verklaart dat voor de verkoop van cannabis afkomstig van deze plantage door het openbaar ministerie dan ook geen vervolging werd ingesteld; - op grond van de dossiergegevens staat het vast dat de eiser middels het verrichten van hand- en spandiensten deelnam aan de teelt van cannabis louter met oog op het realiseren van financieel geldgewin uit de verkoop van de oogst; - zijn handelen was noodzakelijk opdat kon worden overgegaan tot de verkoop van de cannabis; - de eiser heeft gelet op het voormelde wetens en willens aan de uitvoering van de aan de orde zijnde feiten F.1 en F.3 meegewerkt door zodanige hulp te verlenen dat deze misdrijven niet zonder zijn bijstand hadden kunnen worden gepleegd, zoals ze in concreto hebben plaatsgevonden; - wat de verzwarende omstandigheid van vereniging betreft, zoals vermeld onder de telastleggingen F.2 en F.3, wordt verwezen naar wat reeds werd vermeld in verband met de feiten van teelt en bezit van cannabis voor de eiser. Op grond van deze redenen kan het arrest wettig oordelen dat de eiser mededader is aan de telastleggingen F.2 en F.
  18. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  19. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep, Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 236,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 19 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230919.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230919.2N.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240312.2N.7 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250527.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.