id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230919.2N.11 Rolnummer: P.23.1145.N Zaak: E. contra T. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 674 - laatst gezien 2026-06-18 18:23 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Wraking is het recht dat de wet aan een partij toekent om de berechting te weigeren door een of meer leden van het gerecht waarbij de zaak aanhangig is in de bij de wet bepaalde gevallen
(1).
(1)Cass. 29 juni 2012, AR C.12.0300.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120629.5, AC 2012, nr. 429; Cass. 28 oktober 2010, AR C.10.0594.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101028.9, AC 2010, nr. 646; J. FLO, “Belangenconflicten: wrakingen en onverenigbaarheden”, in Statuut en deontologie van de magistraat, Die Keure, 2020, 484. Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 2 - 3 Artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat iedere rechter kan worden gewraakt wegens gewettigde verdenking; er is gewettigde verdenking in de zin van deze bepaling indien de aangevoerde feiten bij de verzoeker tot wraking, de partijen en derden de verdenking kunnen wekken dat de betrokken rechter niet op een onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan doen
(1); de rechter wordt tot bewijs van het tegendeel vermoed onpartijdig en onafhankelijk te oordelen; de twijfel die bestaat over de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd zijn, dit wil zeggen redelijk verantwoord overkomen.
(1)Cass. 28 februari 2023, AR P.23.0251.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230228.2N.19, AC 2023, nr. 156; Cass. 8 november 2022, AR P.22.1380.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.24, AC 2022, nr. 713; Cass. 3 mei 2022, AR P.22.0579.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.19, AC 2022, nr. 315, met concl. OM; Cass. 12 mei 2021, AR P.21.0616.F ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210512.2F.12, AC 2021, nr. 346; Cass. 15 januari 2019, AR P.18.1214.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.6, AC 2019, nr. 25, NC 2019, 252, RABG 2019, 623; Cass. 14 november 2018, AR P.18.1148.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181114.4, AC 2018, nr. 635. Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 4 Gewettigde verdenking in de zin van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek vereist niet dat de geviseerde rechter zelf verantwoordelijk is voor de feiten die ten grondslag liggen aan de verdenking; het gegeven dat de ingeroepen grondslag voor de gewettigde verdenking bestaat ten aanzien van meerdere rechters van eenzelfde rechtscollege, belet niet dat die grondslag de door artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek bedoelde wrakingsgrond kan opleveren
(1).
(1)S. DE COSTER, “Commentaar bij artikel 828 Ger. W.”, in Commentaar gerechtelijk recht, Kluwer, 2010, 14, al. 4 en voetnoot
- Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1145.N N. E. H., verzoeker tot wraking, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Louis De Groote, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, burgerlijke kamer, van 11 juli
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek: het arrest oordeelt ten onrechte dat de eiser zich niet beroept op een concrete wrakingsgrond tegenover de drie geviseerde rechters persoonlijk; gewettigde verdenking dekt iedere miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende het recht op behandeling van de zaak door een onpartijdige en onafhankelijke rechter, waarbij een objectieve schijn van partijdigheid volstaat; de eiser heeft in zijn wrakingsverzoeken aangevoerd dat de geviseerde rechters niet voldoen aan de vereisten van onpartijdigheid en onafhankelijkheid aangezien de zaak niet is toegewezen overeenkomstig de wet en het bijzonder reglement van de rechtbank.
- Wraking is het recht dat de wet aan een partij toekent om de berechting te weigeren door een of meer leden van het gerecht waarbij de zaak aanhangig is in de bij de wet bepaalde gevallen.
- Artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat iedere rechter kan worden gewraakt wegens gewettigde verdenking.
- Er is gewettigde verdenking in de zin van deze bepaling indien de aangevoerde feiten bij de verzoeker tot wraking, de partijen en derden de verdenking kunnen wekken dat de betrokken rechter niet op een onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan doen.
- De rechter wordt tot bewijs van het tegendeel vermoed onpartijdig en onafhankelijk te oordelen.
- De twijfel die bestaat over de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd zijn, dit wil zeggen redelijk verantwoord overkomen.
- Gewettigde verdenking in de zin van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek vereist niet dat de geviseerde rechter zelf verantwoordelijk is voor de feiten die ten grondslag liggen aan de verdenking.
- Het gegeven dat de ingeroepen grondslag voor de gewettigde verdenking bestaat ten aanzien van meerdere rechters van eenzelfde rechtscollege, belet niet dat die grondslag de door artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek bedoelde wrakingsgrond kan opleveren.
- De eiser heeft in zijn verzoekschrift tot wraking, dat uitdrukkelijk aangeeft dat het is gesteund op artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek (p. 1, randnr. 1) aangevoerd dat, aangezien de bij de geviseerde rechters aanhangig gemaakte zaak niet werd toebedeeld op grond van vooraf bepaalde, wettelijke, transparante en objectieve criteria, er gewettigde verdenking is in de zin van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek (p. 11, randnr. 28) en dit na een omstandige uiteenzetting van de volgens de eiser relevante feiten (p. 1-8, nr. 2-22) en een onderbouwing van de door hem aangevoerde wrakingsgrond (p. 8-10, nr. 23-27).
- Het arrest (p. 14) dat het wrakingsverzoek ongegrond verklaart op de enkele grond dat de eiser “zich in deze op geen enkele concrete wrakingsgrond ten aanzien [van de geviseerde rechters] persoonlijk (beroept), laat staan dat een wrakingsgrond in hoofde van de voormelde rechters persoonlijk zou worden bewezen”, verantwoordt die beslissing niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond. Overige grieven
- De overige grieven behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, burgerlijke kamer, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 19 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230919.2N.11 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101028.9 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120629.5 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181114.4 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.6 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210512.2F.12 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.19 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.24 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230228.2N.19 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240220.2N.15 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.15 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241220.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div