id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230919.2N.14 Rolnummer: P.23.0661.N Zaak: MC-Transport contra T. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 465 - laatst gezien 2026-06-18 20:59 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 De rechter oordeelt onaantastbaar of er sprake is van een situatie met een kennelijk onredelijk karakter in de zin van artikel 1022, derde lid, Gerechtelijk Wetboek als grondslag om af te wijken van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding; het enkele feit dat het openbaar ministerie, nadat het voor het onderzoeksgerecht de verwijzing van een inverdenkinggestelde naar het vonnisgerecht heeft gevorderd en voor de eerste rechter de veroordeling van die beklaagde, geen hoger beroep instelt tegen de door de eerste rechter met redenen omklede vrijspraak van die beklaagde, levert voor de burgerlijke partij die wel hoger beroep heeft ingesteld tegen de afwijzing van haar op die strafvordering geënte burgerlijke rechtsvordering geen situatie op met een kennelijk onredelijk karakter; de burgerlijke partij dient er mee rekening te houden dat het openbaar ministerie na een met redenen omklede vrijspraak geen hoger beroep instelt. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0661.N MC-TRANSPORT bv, met zetel te 9200 Dendermonde, Hoogveld 19, burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Joris Van Cauter, advocaat bij de balie Gent, tegen 1. G. T. J. T., beklaagde, 2. T. G. bv, beklaagde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 4 april 2023. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1. Het arrest (p. 13-14, randnrs. 12.2 - 12.3) oordeelt dat de vordering van de verweerders tot de veroordeling van de eiseres tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding voor de procedure in eerste aanleg ongegrond is. Het oordeelt eveneens dat de vordering van de verweerster tot de veroordeling van de eiseres tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding voor de procedure in hoger beroep eveneens ongegrond is. In zoverre ook gericht tegen die beslissingen, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel 2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek, artikel 162bis Wetboek van Strafvordering en artikel 2 Tarief Rechtsplegingsvergoeding, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motiveringsplicht van de rechter: het arrest dat het verzoek van de eiseres tot vermindering van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding afwijst, gaat enkel in op het criterium van de geringe complexiteit van de zaak, maar niet op het eveneens ingeroepen criterium van het kennelijk onredelijk karakter van de situatie; het arrest kan een gemotiveerd verzoek tot afwijking van het basisbedrag dat is gesteund op meerdere van de in artikel 1022, derde lid, Gerechtelijk Wetboek vermelde criteria, niet afwijzen louter op grond van één van de ingeroepen criteria. 3. Het arrest (p. 14, randnr. 12.4, derde alinea) oordeelt dat de eiseres door het instellen van hoger beroep niet handelde in het algemeen belang, maar in haar persoonlijk belang, dat het belang dat een partij heeft niet mag worden verward met de grond van de burgerlijke rechtsvordering, die het bestaan van schade impliceert, dat het feit dat het openbaar ministerie geen hoger beroep instelde derhalve niet meebrengt dat de eiseres handelde in haar algemeen belang en ten slotte dat het gegeven dat de eiseres in die omstandigheden een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd kan zijn niet meebrengt dat zij zou worden beperkt in de uitoefening van haar legitiem recht om hoger beroep in stellen. Het arrest (p. 14, randnr. 12.4, vijfde alinea) oordeelt verder dat gelet op de omvang van de zaak, het belang van de zaak voor de verweerder en de meerdere procedurehandelingen die de verweerder in deze zaak diende mee te maken, aan de verweerder het basisbedrag kan worden toegekend. Met die redenen beantwoordt het arrest niet enkel de aanvoering van de eiseres betreffende de geringe complexiteit van de zaak, maar ook die betreffende het voorgehouden kennelijk onredelijk karakter van de situatie. Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het arrest, mist feitelijke grondslag. Tweede middel 4. Het middel voert schending aan van artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek, artikel 162bis Wetboek van Strafvordering en artikel 2 Tarief Rechtsplegingsvergoeding: het arrest kan niet wettig oordelen dat de situatie van de eiseres niet kennelijk onredelijk is; de eiseres tekende hoger beroep aan daar zij er rechtmatig mocht van uitgaan dat het openbaar ministerie ook in hoger beroep de vervolging van de verweerders zou nastreven; hoewel het openbaar ministerie de verwijzing van de verweerders naar het vonnisgerecht had gevorderd en ook in eerste aanleg een veroordeling had gevraagd, wijzigde zij plots haar beleid en besliste zonder reden en zonder enige motivering de strafvordering niet langer te benaarstigen; dit is een beleidskeuze van het openbaar ministerie waaraan de eiseres vreemd is en waarvan zij op het ogenblik van haar hoger beroep geen kennis had. 5. De rechter oordeelt onaantastbaar of er sprake is van een situatie met een kennelijk onredelijk karakter in de zin van artikel 1022, derde lid, Gerechtelijk Wetboek als grondslag om af te wijken van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding. 6. Het enkele feit dat het openbaar ministerie, nadat het voor het onderzoeksgerecht de verwijzing van een inverdenkinggestelde naar het vonnisgerecht heeft gevorderd en voor de eerste rechter de veroordeling van die beklaagde, geen hoger beroep instelt tegen de door de eerste rechter met redenen omklede vrijspraak van die beklaagde, levert voor de burgerlijke partij die wel hoger beroep heeft ingesteld tegen de afwijzing van haar op die strafvordering geënte burgerlijke rechtsvordering geen situatie op met een kennelijk onredelijk karakter. De burgerlijke partij dient er mee rekening te houden dat het openbaar ministerie na een met redenen omklede vrijspraak geen hoger beroep instelt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 7. Voor het overige is het middel afgeleid uit deze vergeefs aangevoerde onwettigheid en bijgevolg niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 100,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 19 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230919.2N.14 Gerelateerde publicatie(
- s)geciteerd door: ECLI:BE:CTBRL:2024:ARR.20241203.1 ECLI:BE:CTBRL:2025:ARR.20251118.1 ECLI:BE:CTBRL:2025:ARR.20251202.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.