← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230919.2N.19 Rolnummer: P.23.1284.N Zaak: L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 545 - laatst gezien 2026-06-18 21:03 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230919.2N.19 Fiches 1 - 2 De beslissing waarbij bij toepassing van artikel 33, § 2, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet de onmiddellijke aanhouding wordt bevolen, is geen beslissing die losstaat van de veroordelende beslissing zelf, maar die integendeel ermee samengaat en die er een geheel mee vormt; dat over de vordering tot onmiddellijke aanhouding overeenkomstig artikel 33, § 2, derde lid, Voorlopige Hechteniswet wordt beslist na een afzonderlijk debat onmiddellijk na de uitspraak van de straf doet aan die regel geen afbreuk; de ongedaanverklaring van een verzet houdt in dat dit verzet als vervallen wordt beschouwd en dat het verstekvonnis waartegen het verzet was gericht onaangetast blijft en volle kracht herwint; daaruit volgt dat ingeval van een ongedaanverklaring van het tegen een verstekvonnis ingesteld verzet dat de grondslag vormde voor een beslissing tot onmiddellijke aanhouding, de beslissing tot onmiddellijke aanhouding niet vervalt maar uitwerking blijft hebben

(1).
(1)Zie gelijkluidende concl. OM. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - AANHOUDING Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 187, §§ 6 en 9 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 33, § 2, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VERZET Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 187, §§ 6 en 9 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 33, § 2, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1284.N A. L. T., beklaagde, aangehouden, eiseres, met als raadsman mr. Nicholas De Mot, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 31 augustus
  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 14 september 2023 een schriftelijke conclusie ingediend ter griffie van het Hof. Op de rechtszitting van 19 september 2023 heeft raadsheer Filip Van Volsem verslag uitgebracht en heeft de vermelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan artikel 33 Voorlopige Hechteniswet: het arrest wijst ten onrechte het verzoek van de eiseres tot voorlopige invrijheidstelling af; nadat de eiseres bij verstekvonnis van 14 juli 2023 was veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van drie jaar, werd met een afzonderlijk vonnis haar onmiddellijke aanhouding bevolen; het verzet dat zij heeft aangetekend tegen dit verstekvonnis werd bij vonnis van 3 augustus 2023 ongedaan verklaard; tegen dat laatste vonnis tekende zij hoger beroep aan; het arrest kan niet oordelen dat de onmiddellijke aanhouding die werd bevolen met een afzonderlijk vonnis van 14 juli 2023 uitvoerbaar is gebleven; de ongedaanverklaring van het verzet tegen het verstekvonnis van 14 juli 2023 heeft tot gevolg dat de onmiddellijke aanhouding van die datum die met een afzonderlijk vonnis is bevolen, vervalt, en dat de rechter op verzet na een nieuw afzonderlijk debat desgevallend een nieuw bevel tot aanhouding had kunnen verlenen, wat hier niet is gebeurd.
  3. De beslissing waarbij bij toepassing van artikel 33, § 2, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet de onmiddellijke aanhouding wordt bevolen, is geen beslissing die losstaat van de veroordelende beslissing zelf, maar die integendeel ermee samengaat en die er een geheel mee vormt. Dat over de vordering tot onmiddellijke aanhouding overeenkomstig artikel 33, § 2, derde lid, Voorlopige Hechteniswet wordt beslist na een afzonderlijk debat onmiddellijk na de uitspraak van de straf doet aan die regel geen afbreuk.
  4. De ongedaanverklaring van een verzet houdt in dat dit verzet als vervallen wordt beschouwd en dat het verstekvonnis waartegen het verzet was gericht onaangetast blijft en volle kracht herwint.
  5. Daaruit volgt dat ingeval van een ongedaanverklaring van het tegen een verstekvonnis ingesteld verzet dat de grondslag vormde voor een beslissing tot onmiddellijke aanhouding, de beslissing tot onmiddellijke aanhouding niet vervalt maar uitwerking blijft hebben.
  6. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  7. Het arrest dat oordeelt dat het ongedaan verklaren van het verzet niet tot gevolg heeft dat de onmiddellijke aanhouding vervallen is en bijgevolg het openbaar ministerie niet nogmaals de onmiddellijke aanhouding moet vorderen, verantwoordt die beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 19 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230919.2N.19 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230919.2N.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.