← België

K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230919.2N.9 Rolnummer: P.23.0816.N Zaak: K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 655 - laatst gezien 2026-06-18 22:49 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit artikel 6.3 EVRM volgt voor een beklaagde niet het recht om te worden berecht door een rechtscollege met als taal van de rechtspleging de taal die de beklaagde kent of waarin hij zich gemakkelijker uitdrukt. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In eerste aanleg - Strafzaken Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 3 - 5 De rechter oordeelt onaantastbaar of de politieambtenaar die de door artikel 40, eerste lid, Wegverkeerswet bedoelde kennisgeving heeft gedaan, aan de betrokkene ter uitvoering van artikel 40, vierde lid, Wegverkeerswet de informatie heeft bezorgd betreffende de rechtsmiddelen die tegen de bij verstek gewezen veroordeling kunnen worden aangewend

(1); de vaststelling dat die informatie aan de betrokkene daadwerkelijk is bezorgd, vereist niet dat de betrokkene een kopie heeft ondertekend van die informatie als bewijs van de ontvangst ervan; evenmin vereist die vaststelling dat de kennisgeving is gebeurd door een gerechtsdeurwaarder.
(1)Over de vereiste van art. 40 Wegverkeerswet zie Cass. 3 januari 2023, AR P.22.1390.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230103.2N.9, AC 2023, nr. 3; Cass. 11 oktober 2022, AR P.22.0652.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.2, AC 2022, nr. 618; Cass. 25 mei 2022, AR P.22.0201.F ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220525.2F.17, AC 2022, nr. 374; Cass. 19 mei 2020, AR P.20.0148.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200519.2N.4, AC 2020, nr. 302; T. Strafr. 2021, 221; GwH 11 oktober 2018, arrest 134/2018, BS 12 maart
  1. Thesaurus CAS: VERZET Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 187 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 40, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 187 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 40, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 40 Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 187 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 40, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 6 - 8 Noch uit artikel 6 EVRM noch uit artikel 40 Wegverkeerswet volgt dat de door artikel 40, eerste lid, Wegverkeerswet bedoelde kennisgeving aan de betrokkene in het Nederlands taalgebied van een verval van het recht tot sturen uitgesproken met een in het Nederlands gewezen verstekbeslissing moet gebeuren in het Frans indien de betrokkene alleen die taal machtig is en dat de informatie betreffende de rechtsmiddelen die hij kan aanwenden tegen de verstekbeslissing eveneens in het Frans dient te worden verstrekt; het staat in een dergelijk geval aan de betrokkene om een vertaling te vragen van de kennisgeving en van de informatie betreffende de rechtsmiddelen die hij kan aanwenden. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In eerste aanleg - Strafzaken Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 40 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 40 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 40 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 40 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0816.N L. K. W. K., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Sophia Robillard, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 26 april
  2. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 40 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis kon uit de bij toepassing van artikel 40 Wegverkeerswet door een politieambtenaar op 5 september 2022 aan de eiseres persoonlijk gedane kennisgeving van het met het verstekvonnis van 1 juli 2020 uitgesproken verval, niet afleiden dat zij daardoor kennis kreeg van de betekening op 25 november 2020 van dit verstekvonnis en dat haar verzet bijgevolg laattijdig is; de communicatie tussen de eiseres die het Nederlands niet beheerst en de politieambtenaar verliep in het Frans, maar de haar overgelegde documenten waren in het Nederlands opgesteld; zij heeft die getekend zonder dat haar daarbij informatie werd verstrekt en zonder die documenten te begrijpen; uit artikel 6.3 EVRM volgt dat de eiseres die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt het recht heeft om in die taal te worden berecht en in een taal die zij verstaat op de hoogte te worden gebracht van de aard en de reden van de tegen haar ingebrachte beschuldiging; op basis van het dossier kan evenmin worden geverifieerd of haar een kopie van de rechten van een versteklatende partij werd overhandigd; een kennisgeving door een politieambtenaar biedt niet dezelfde waarborgen als die door een gerechtsdeurwaarder; er kan worden aangenomen dat de politieambtenaar geen uitleg heeft verstrekt over het rechtsmiddel dat de eiseres kon aanwenden en de daarvoor geldende termijn, daar deze in het Nederlandse taalgebied tewerkgestelde ambtenaar mogelijks geen Frans sprak of moeilijkheden had om zich in deze taal uit te drukken.
  4. In zoverre het middel uitgaat van loutere veronderstellingen, is het niet ontvankelijk.
  5. Uit artikel 6.3 EVRM volgt voor een beklaagde niet het recht om te worden berecht door een rechtscollege met als taal van de rechtspleging de taal die de beklaagde kent of waarin hij zich gemakkelijker uitdrukt.
  6. De rechter oordeelt onaantastbaar of de politieambtenaar die de door artikel 40, eerste lid, Wegverkeerswet bedoelde kennisgeving heeft gedaan, aan de betrokkene ter uitvoering van artikel 40, vierde lid, Wegverkeerswet de informatie heeft bezorgd betreffende de rechtsmiddelen die tegen de bij verstek gewezen veroordeling kunnen worden aangewend.
  7. De vaststelling dat die informatie aan de betrokkene daadwerkelijk is bezorgd, vereist niet dat de betrokkene een kopie heeft ondertekend van die informatie als bewijs van de ontvangst ervan. Evenmin vereist die vaststelling dat de kennisgeving is gebeurd door een gerechtsdeurwaarder.
  8. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  9. Het bestreden vonnis stelt vast dat de kennisgeving van de met het verstekvonnis van 1 juli 2020 uitgesproken verval alle informatie bevat betreffende dit vonnis, dat de kennisgeving vermeldt dat een afschrift van het bericht en een kennisgeving betreffende de rechten van de persoon die in België bij verstek werd veroordeeld aan de eiseres werd gegeven en dat de eiseres de kennisgeving van het verval ook effectief heeft ondertekend. Op grond van die redenen kan het bestreden vonnis oordelen dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat de eiseres haar rechten niet heeft ontvangen en dat er geen twijfel over bestaat dat deze rechten betrekking hadden op de vormvoorwaarden en de termijnen van de verzetsprocedure overeenkomstig de artikelen 171 en 187 Wetboek van Strafvordering. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  10. Noch uit artikel 6 EVRM noch uit artikel 40 Wegverkeerswet volgt dat de door artikel 40, eerste lid, Wegverkeerswet bedoelde kennisgeving aan de betrokkene in het Nederlands taalgebied van een verval van het recht tot sturen uitgesproken met een in het Nederlands gewezen verstekbeslissing moet gebeuren in het Frans indien de betrokkene alleen die taal machtig is en dat de informatie betreffende de rechtsmiddelen die hij kan aanwenden tegen de verstekbeslissing eveneens in het Frans dient te worden verstrekt.
  11. Het staat in een dergelijk geval aan de betrokkene om een vertaling te vragen van de kennisgeving en van de informatie betreffende de rechtsmiddelen die hij kan aanwenden.
  12. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  13. Het bestreden vonnis oordeelt dat de kennisgeving in het Nederlands van het in het Nederlands gewezen verstekvonnis regelmatig is en dat indien de eiseres het Nederlands onvoldoende machtig zou zijn, zij om een vertaling kon verzoeken. Op grond daarvan oordeelt het dat het verzet van de eiseres van 24 januari 2023 tegen het op 25 november 2020 betekende verstekvonnis, waarbij zij op 5 september 2022 kennis kreeg van de betekening en van de rechten van een versteklatende partij, laattijdig is. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 19 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230919.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260310.2N.7 precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200519.2N.4 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220525.2F.17 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.2 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230103.2N.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240514.2N.10 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240626.2F.18 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.20 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.