← België

T. contra P.

Obsah (4)Art. 179Art. 182Art. 226Art. 227

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

Art. 179

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 182

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: DAGVAARDING Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 179

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 182

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 5 - 7 Indien een burgerlijke partij voor de correctionele rechtbank een rechtstreekse dagvaarding uitbrengt voor zowel een als een misdaad omschreven feit als een als een wanbedrijf omschreven feit, heeft de vaststelling door die correctionele rechtbank en in hoger beroep het hof van beroep dat de strafvervolging niet regelmatig aanhangig is gemaakt enkel betrekking op het als een misdaad omschreven feit en niet op het als een wanbedrijf omschreven feit; er kan op grond van samenhang niet worden geoordeeld dat de strafvervolging ook voor het als een wanbedrijf omschreven feit niet regelmatig is aanhangig gemaakt. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 179

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 182

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 226

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 227

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: DAGVAARDING Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 179

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 182

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 226

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 227

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: SAMENHANG Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 179

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 182

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 226

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 227- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.

P.22.0707.N E. T., burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Alain Vanryckeghem, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, tegen L. M. C. P., beklaagde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 20 april

  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 179 en 182 Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt dat wanneer verschillende vorderingen wegens onderscheiden feiten via een enkele akte bij het vonnisgerecht worden gebracht, de samenhang voorlopig is vastgesteld en dat de feitenrechter in een dergelijk geval de samenhang zelf niet voor het eerst kan vaststellen en dit ongeacht de kwalificatie die eraan in die akte is gegeven; het bestaan van een vooraf bepaalde samenhang die de feitenrechter elke beoordelingsbevoegdheid ontneemt, valt echter niet te rijmen met de regel dat de rechter eerst moet nagaan of de zaak bij hem aanhangig is gemaakt en pas nadien of hij wel bevoegd is en met de regel dat de aanhangigmaking van de zaak wordt bepaald door de in de telastlegging bedoelde zaken en niet door de eraan in de akte van aanhangigmaking gegeven kwalificatie.
  3. Vooraleer de correctionele rechtbank en in hoger beroep het hof van beroep zich over hun bevoegdheid kunnen uitspreken, dienen zij eerst te onderzoeken of de vervolging regelmatig aanhangig is gemaakt Indien de strafvervolging niet regelmatig aanhangig is gemaakt, is de problematiek van de bevoegdheid niet aan de orde.
  4. Geen enkele bepaling laat een burgerlijke partij toe een strafvervolging aanhangig te maken voor de correctionele rechtbank met een rechtstreekse dagvaarding voor een feit dat is omschreven als een misdaad.
  5. Indien een burgerlijke partij een rechtstreekse dagvaarding uitbrengt voor een als een misdaad omschreven feit, dient de correctionele rechtbank en in hoger beroep het hof van beroep vast te stellen dat de strafvervolging voor dat feit niet regelmatig is aanhangig gemaakt.
  6. Indien een burgerlijke partij voor de correctionele rechtbank een rechtstreekse dagvaarding uitbrengt voor zowel een als een misdaad omschreven feit als een als een wanbedrijf omschreven feit, heeft de vaststelling door die correctionele rechtbank en in hoger beroep het hof van beroep dat de strafvervolging niet regelmatig aanhangig is gemaakt enkel betrekking op het als een misdaad omschreven feit en niet op het als een wanbedrijf omschreven feit. Er kan op grond van samenhang niet worden geoordeeld dat de strafvervolging ook voor het als een wanbedrijf omschreven feit niet regelmatig is aanhangig gemaakt.
  7. Het arrest dat oordeelt dat de telastlegging B (misdaad van valsheid in geschriften) niet rechtsgeldig werd aanhangig gemaakt en vervolgens beslist dat de appelrechters evenmin bevoegd zijn om kennis te nemen van de telastlegging A (het wanbedrijf van lasterlijke aangifte), die met eenzelfde akte bij het vonnisgerecht werd aangebracht en gelet op de door hen aangenomen samenhang tussen de beide telastleggingen, verantwoorden die beslissing niet naar recht. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  8. De overige grieven die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie, behoeven geen antwoord. Omvang van de cassatie
  9. De vernietiging van de beslissing over de door de eiseres tegen de verweerster gerichte burgerlijke rechtsvordering voor wat betreft het feit omschreven onder de telastlegging A, brengt de vernietiging mee van de beslissing op de tegen de verweerster voor het feit omschreven onder de telastlegging A ingestelde strafvordering, waarbij de appelrechters zich onbevoegd verklaren om uitspraak te doen over die strafvordering voor dat feit. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre de appelrechters zich onbevoegd verklaren betreffende het feit omschreven onder de telastlegging A. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot de helft van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, anders samengesteld. Bepaalt de kosten in het geheel op 343,39 euro, waarvan 94,05 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 26 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230926.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060906.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.