← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230926.2N.15 Rolnummer: P.23.1196.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 595 - laatst gezien 2026-06-19 05:05 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 De wetgever heeft geen bijzondere bewijsregeling voorgeschreven voor de vaststelling van de schuld aan het door artikel 37bis¸ § 1, 1°, Wegverkeerswet bedoelde misdrijf en het staat dan ook aan de rechter om over die schuld te oordelen op basis van de hem regelmatige overgelegde en aan tegenspraak onderworpen gegevens, waarvan hij de bewijswaarde onaantastbaar beoordeelt; het vermoeden van onschuld belet niet dat de rechter zijn overtuiging betreffende de schuld mede steunt op het gegeven dat een beklaagde, hoewel hij daartoe de gelegenheid had, heeft nagelaten om de resultaten van een speekselanalyse te betwisten door het vragen van een tegenexpertise, alsook op de ongeloofwaardigheid van het resultaat van de analyse van een urinestaal dat de beklaagde heeft laten afnemen

(1).
(1)Zie i.v.m.de speekseltest: Cass. 9 november 2022, AR P.22.0980.F ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221109.2F.7, AC 2022, nr. 717; Cass. 20 mei 2014, AR P.13.1776.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140520.3, AC 2014, nr.
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 37 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37bis, § 1, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37bis, § 1, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.2 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37bis, § 1, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1196.N Z. C. J. D., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Hasselt, van 1 juni
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM en artikel 326 Wetboek van Strafvordering: met het oordeel dat de eiser gebruik had moeten maken van de mogelijkheid om op eigen kosten op een speekselstaal een tegenexpertise te laten uitvoeren in een labo waar de eerste analyse gebeurde dan wel in een ander erkend labo, gaat het bestreden vonnis in tegen het principe van het vrije bewijsstelsel; het bestreden vonnis had, in plaats van geen bewijswaarde te hechten aan de analyse van het urinestaal dat de eiser de dag na de afname van het speekselstaal had laten afnemen en laten analyseren in het labo van een ziekenhuis, gelet op het vermoeden van onschuld, tot de onschuld van de eiser moeten besluiten; er is redelijke twijfel.
  4. De wetgever heeft geen bijzondere bewijsregeling voorgeschreven voor de vaststelling van de schuld aan het door artikel 37bis¸ § 1, 1°, Wegverkeerswet bedoelde misdrijf.
  5. Het staat dan ook aan de rechter om over die schuld te oordelen op basis van de hem regelmatige overgelegde en aan tegenspraak onderworpen gegevens, waarvan hij de bewijswaarde onaantastbaar beoordeelt.
  6. Het vermoeden van onschuld belet niet dat de rechter zijn overtuiging betreffende de schuld mede steunt op het gegeven dat een beklaagde, hoewel hij daartoe de gelegenheid had, heeft nagelaten om de resultaten van een speekselanalyse te betwisten door het vragen van een tegenexpertise, alsook op de ongeloofwaardigheid van het resultaat van de analyse van een urinestaal dat de beklaagde heeft laten afnemen.
  7. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  8. In zoverre het middel opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de bewijswaarde van de aan de rechter overgelegde gegevens, is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 26 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230926.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140520.3 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221109.2F.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.