id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230926.2N.7 Rolnummer: P.22.1679.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 370 - laatst gezien 2026-06-15 08:54 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit de bepalingen van de artikelen 11, § 1, eerste lid, en 12, eerste lid, 1°, Wapenwet volgt dat houders van een door een bevoegde overheid uitgereikt jachtverlof bepaalde vergunningsplichtige vuurwapens zonder de in artikel 11, § 1, Wapenwet bedoelde vergunning voorhanden mogen hebben, namelijk lange wapens die toegelaten zijn daar waar het desbetreffende jachtverlof geldig is op grond van de toepasselijke jachtreglementering; uit die bepalingen volgt evenwel niet dat de vrijstelling van de vergunningsplicht slechts van toepassing is op het voorhanden hebben van die wapens op de plaatsen waar het desbetreffende jachtverlof geldig is
(1).
(1)Omzendbrief van 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving, BS 2 december 2011; N. DEMEYERE, “Vergunningsplichtige wapens”, Comm. Straf., nrs. 171-
- Thesaurus CAS: WAPENS Wettelijke bepalingen: Wet 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens - 08-06-2006 - Art. 11, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 2006009449 Wet 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens - 08-06-2006 - Art. 12, eerste lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 2006009449 Thesaurus CAS: JACHT Wettelijke bepalingen: Wet 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens - 08-06-2006 - Art. 11, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 2006009449 Wet 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens - 08-06-2006 - Art. 12, eerste lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 2006009449 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1679.N L. E. L. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jan De Winter, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 14 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest: - verklaart het hoger beroep van de eiser ontvankelijk; - spreekt de eiser vrij van de telastlegging A in de mate deze betrekking heeft op een geweer Anschutz .22 long rifle met serienummer (…), een jachtwapen Pioneer dubbele loop 12 met serienummer (…) en een jachtwapen kaliber 12 met serienummer (…); - beveelt de teruggave aan de eiser van de vuurwapens, neergelegd op de correctionele griffie van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, onder OS-nummer (…), nrs. 1, 2 en
- In zoverre ook tegen die beslissingen gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 11, § 1, en 12, eerste lid, 1°, Wapenwet: met het oordeel dat het grendelgeweer .22 met serienummer (…) niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend en dat uit artikel 12, eerste lid, 1°, Wapenwet blijkt dat het voorhanden hebben van de in die bepaling bedoelde wapens maar toegestaan is daar waar het jachtverlof geldig is, zodat het jachtverlof uitgereikt door het Waals Gewest niet van tel is voor het bezit van de jachtwapens in het Vlaams Gewest, verantwoordt het arrest eisers veroordeling wegens het in de telastlegging A bedoelde misdrijf van het zonder voorafgaande vergunning voorhanden hebben van een vergunningsplichtig vuurwapen, in de mate deze telastlegging betrekking heeft op het voormelde grendelgeweer .22, niet naar recht; de reglementering van de jacht en van de voorwaarden waaronder deze mag worden beoefend, betreft een gewestelijke bevoegdheid en moet worden onderscheiden van de federale wetgeving die het voorhanden hebben van vuurwapens reglementeert; de appelrechters dienden aldus wel degelijk na te gaan of het Waalse jachtverlof waarover de eiser beschikt, toelaat om te jagen met het grendelgeweer .22; dienvolgens hadden de appelrechters moeten oordelen dat met dit vuurwapen mag worden gejaagd in het Waals Gewest op grond van artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 22 september 2005 houdende regeling van het gebruik van vuurwapens en munitie met het oog op het uitoefenen van de jacht, alsmede van enkele jachtprocessen of -technieken.
- Het arrest verklaart de eiser schuldig aan de telastlegging A, in zoverre deze betrekking heeft op het zonder voorafgaande vergunning voorhanden hebben van een alarmrevolver en een grendelgeweer .22 met serienummer (…), en de telastlegging B, die betrekking heeft op het niet of onvoldoende in acht nemen van veiligheidsmaatregelen in verband met meerdere vuurwapens, en veroordeelt hem hiervoor, na te hebben vastgesteld dat de bewezen feiten de uiting zijn van eenzelfde misdadig opzet, tot een geldboete van 300,00 euro, vermeerderd met 70 opdeciemen en aldus gebracht op 2.400,00 euro of een vervangende gevangenisstraf van vijfenveertig dagen en de verbeurdverklaring van de alarmrevolver en het grendelgeweer .22 met serienummer (…). Met uitzondering van de voormelde verbeurdverklaring is die straf wettig verantwoord door de bewezenverklaring van de telastlegging A, in zoverre deze betrekking heeft op het zonder voorafgaande vergunning voorhanden hebben van een alarmrevolver, en de telastlegging B. Uit het arrest blijkt immers niet dat deze straf mede werd beïnvloed door de bewezenverklaring van de telastlegging A, in zoverre deze betrekking heeft op het zonder voorafgaande vergunning voorhanden hebben van het grendelgeweer .22 met serienummer (…). Behoudens in zoverre het betrekking heeft op de beslissing tot verbeurdverklaring van het grendelgeweer .22 met serienummer (…) en op de aan die verbeurdverklaring ten grondslag liggende bewezenverklaring van de telastlegging A met betrekking tot dit wapen, is het middel bij gebrek aan belang bijgevolg niet ontvankelijk.
- Bij toepassing van artikel 11, § 1, eerste lid, Wapenwet is het particulieren verboden zonder een voorafgaande vergunning, verleend door de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de verzoeker, een vergunningsplichtig vuurwapen of de daarbij horende munitie voorhanden te hebben.
- Volgens artikel 12, eerste lid, 1°, Wapenwet is deze vergunningsplicht evenwel niet van toepassing op houders van een jachtverlof, die lange wapens daar toegelaten waar het jachtverlof geldig is, evenals de daarbij horende munitie mogen voorhanden hebben, op voorwaarde dat de in die bepaling vermelde parameters werden nagegaan.
- Uit die bepalingen volgt dat houders van een door een bevoegde overheid uitgereikt jachtverlof bepaalde vergunningsplichtige vuurwapens zonder de in artikel 11, § 1, Wapenwet bedoelde vergunning voorhanden mogen hebben, namelijk lange wapens die toegelaten zijn daar waar het desbetreffende jachtverlof geldig is op grond van de toepasselijke jachtreglementering. Uit die bepalingen volgt evenwel niet dat de vrijstelling van de vergunningsplicht slechts van toepassing is op het voorhanden hebben van die wapens op de plaatsen waar het desbetreffende jachtverlof geldig is.
- Door te oordelen dat uit artikel 12, eerste lid, 1°, Wapenwet “blijkt dat het voorhanden hebben van deze wapens maar toegestaan is daar waar het jachtverlof geldig is” en dat “[h]et jachtverlof uitgereikt door het Waals Gewest […] dus niet van tel [is] voor het bezit van de jachtwapens in het Vlaams Gewest”, schendt het arrest de in het middel aangehaalde wetsbepalingen.
- Het middel is in zoverre gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de verbeurdverklaring beveelt van het grendelgeweer .22 met serienummer (…), neergelegd op de correctionele griffie van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, onder OS-nummer (…), nr. 3 en in zoverre het de telastlegging A met betrekking tot dit wapen bewezen verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot vier vijfden van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 214,89 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 26 september 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230926.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div