← België

JADE HOLDING contra Quicksteel

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230928.1N.15 Rolnummer: C.23.0043.N Zaak: JADE HOLDING contra Quicksteel Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2023-10-12 Raadplegingen: 1326 - laatst gezien 2026-06-19 01:51 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Artikel XX.108, § 3, vierde lid WER, dat de termijn bepaalt om hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van faillietverklaring of ieder vonnis waarbij het tijdstip van staking van betaling wordt vastgesteld, heeft als bijzonder recht voorrang op het gemene procesrecht en is van toepassing op het vonnis waarbij het verzet tegen een bij verstek gewezen vonnis van faillietverklaring niet ontvankelijk, dan wel ongegrond wordt verklaard

(1).
(1)Zie Cass. 7 november 2008, AR C.07.0619.N, AC 2008, nr. 620; Zie Cass. 9 februari 2007, AR C.05.0308.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070209.2, AC 2007, nr.
  1. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GERECHTELIJK AKKOORD Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XX.108, § 3, vierde lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0043.N JADE HOLDING nv, met zetel te 8400 Oostende, Wielingenstraat 1/2C, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0689.959.218, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177, bus 7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  2. QUICKSTEEL bv, met zetel te 8560 Wevelgem, Bankstraat 27, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0546.872.736,
  3. Caroline VANWYNSBERGHE, advocaat, met kantoor te 8400 Oostende, Koningsstraat 45, in haar hoedanigheid van curator over het faillissement van JADE HOLDING nv, met zetel te 8400 Oostende, Wielingenstraat 1/2C, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0689.959.218 verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 5 september
  4. Eerste-advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 11 augustus 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  5. Krachtens artikel XX.108, § 3, vierde lid, WER is de termijn om hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van faillietverklaring of ieder vonnis waarbij het tijdstip van staking van betaling wordt vastgesteld, vijftien dagen te rekenen vanaf de bekendmaking bedoeld in artikel XX.
  6. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat deze wetsbepaling artikel 14 van de Faillissementswet overneemt. Zij beoogt de faillissementsprocedure te uniformiseren en de snelle en efficiënte afwikkeling ervan te verzekeren. Zij is bijgevolg ook van toepassing op het vonnis waarbij het verzet tegen een bij verstek gewezen vonnis van faillietverklaring niet ontvankelijk, dan wel ongegrond wordt verklaard. Deze wetsbepaling heeft als bijzonder recht voorrang op het gemene procesrecht.
  7. Uit de vaststellingen van de appelrechter blijkt dat: - de eiseres bij verstekvonnis van 8 maart 2021 van de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Oostende, failliet werd verklaard; - de eiseres op 19 maart 2021 tegen het vonnis van 8 maart 2021 verzet heeft gedaan; - het verzet van de eiseres bij vonnis van 1 juli 2021 ongegrond werd verklaard; - het vonnis op verzet van 1 juli 2021 op verzoek van de curator op 16 augustus 2021 betekend werd aan de eiseres; - een uittreksel van dit vonnis op 13 december 2021 gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad; - de eiseres bij verzoekschrift van 27 december 2021, ingeschreven op de daartoe bestemde rol op 28 december 2021, beroep heeft ingesteld tegen het vonnis op verzet van 1 juli
  8. De appelrechter oordeelt dat de termijn om hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van 1 juli 2021 waarbij het verzet van de eiseres tegen het bij verstek gewezen vonnis van faillietverklaring ongegrond wordt verklaard, niet geregeld wordt bij artikel XX.108, § 3, vierde lid, WER, maar wel door het gemene procesrecht, in het bijzonder de artikelen 53, 54 en 1051 Gerechtelijk Wetboek op grond waarvan de beroepstermijn één maand bedraagt en ingaat na de betekening van het vonnis op verzet van 1 juli
  9. Door aldus te oordelen, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing dat het hoger beroep van de eiseres tegen het vonnis van 1 juli 2021 laattijdig en dus ontoelaatbaar is, niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 28 september 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230928.1N.15 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070209.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.