← België

POLITIEZONE DILSEN-STOKKEM-MAASEIK contra R.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 15

- 52 ELI link Pub nr 1992000606 Wet 5 augustus 1992

Art. 15bis

- 52 ELI link Pub nr 1992000606 Wet 5 augustus 1992

Art. 45- 52 ELI link Pub nr 1992000606 Tekst van de beslissing Nr.

S.23.0010.N POLITIEZONE DILSEN-STOKKEM-MAASEIK, publiekrechtelijke vennootschap met rechtspersoonlijkheid, vertegenwoordigd door het Politiecollege, met kantoor te 3680 Maaseik, Maastrichtersteenweg 21, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0267.373.273, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen B.R., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt, van 3 oktober

  1. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 6 september 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede onderdeel
  2. Krachtens artikel 2, eerste lid, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel wordt onder arbeidsongeval verstaan, het ongeval dat zich tijdens en door de uitoefening van het ambt heeft voorgedaan en dat een letsel veroorzaakt. Krachtens artikel 2, tweede lid, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel, wordt het ongeval overkomen tijdens de uitoefening van het ambt, behoudens tegenbewijs, geacht door de uitoefening van het ambt te zijn overkomen.
  3. Het ongeval overkomt de ambtenaar tijdens de uitvoering van het ambt als hij op het ogenblik dat het ongeval zich voordoet, onder het gezag van de tewerkstellende overheid staat. De gezagsverhouding duurt in beginsel zolang de ambtenaar ten gevolge van het verrichten van de arbeid in zijn persoonlijke activiteit en vrijheid wordt beperkt. De gezagsuitoefening moet niet bestendig en daadwerkelijk zijn, maar slechts mogelijk zijn.
  4. Artikel 123, eerste lid, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, bepaalt dat de politieambtenaren te allen tijde en in alle omstandigheden bijdragen tot de bescherming van de medeburgers en tot de bijstand die deze laatsten mogen verwachten, alsook, wanneer de omstandigheden het vereisen, tot het doen naleven van de wet en tot het behoud van de openbare orde. Ingevolge de artikelen 15 en 15bis Wet Politieambt hebben de politieambtenaren een algemene bevoegdheid inzake het opsporen van misdrijven, de daders ervan te vatten en bewijzen ervan te verzamelen. Krachtens artikel 45 Wet Politieambt hebben de leden van het operationeel kader van de lokale en federale politie de bevoegdheid om hun opdrachten uit te oefenen op het geheel van het grondgebied van het Rijk. Uit deze bepalingen volgt dat de hoedanigheid van politieambtenaar van het operationeel kader van de lokale politie en de hieraan verbonden ambtsplichten niet beperkt zijn tot de diensturen, noch tot de geografische omschrijving van de politiezone. Een politieambtenaar die buiten zijn diensturen en buiten zijn zone politioneel optreedt, blijft betreffende de gestelde ambtshandelingen onderworpen aan het gezag van zijn korpschef, alsook aan het tuchtgezag en de tuchtoverheid van zijn lokale politiezone.
  5. Het arrest stelt vast dat: - de verweerder tijdens zijn dienst ingelicht werd van strafbare feiten die door zijn neef ten aanzien van diens vader werden gepleegd, meer bepaald inbraak, diefstal en vernielingen; - de verweerder de wachtleider van de lokale politiezone Carma, waar de feiten zich voordeden, daarvan verwittigde; - de verweerder na afloop van zijn dienst in kennis werd gesteld van een ernstige wending, namelijk dat zijn neef die een drugprobleem had, dreigde om diens vader te vermoorden; - de verweerder opnieuw de politiezone Carma hiervan verwittigde en zich in samenspraak met de wachtleider van deze zone ter plaatse begaf; - de verweerder eerst ter plaatse was en in afwachting van de komst van de agenten van de politiezone Carma in gesprek ging met zijn neef, zonder ambtshandelingen te stellen; - de verweerder in actie kwam op het ogenblik dat zijn neef, bij het zien aankomen van de politievoertuigen van de politiezone Carma, in paniek sloeg en wegvluchtte in de richting van diens woning waarover de verweerder had vernomen dat er een mes was verstopt en er zich twee minderjarigen zouden bevinden; - de verweerder bij het achtervolgen van zijn neef door de balustrade van de buitentrap is gevallen en daarbij verschillende letsels heeft opgelopen. Het stelt verder vast en oordeelt dat: - gelet op de ernst en de hoogdringendheid van de feiten, de politiezone Carma op de tussenkomst van de verweerder rekende om het politieoptreden tot een goed einde te brengen; - de verweerder in het kader van het gecoördineerd politieoptreden verplicht was om ter plaatse te blijven omdat de collega’s van de politiezone Carma op zijn aanwezigheid rekenden; - de verweerder zich moest schikken naar de aanwijzingen van de wachtleider van de politiezone Carma; - door zijn deelname aan het politieoptreden van de politiezone Carma buiten zijn diensturen, de persoonlijke vrijheid van de verweerder beperkt bleef; - de virtuele gezagsverhouding met de eiseres, zijn eigen politiezone, tijdens dit politieoptreden is blijven bestaan; - de eiseres de mogelijkheid had om een tuchtprocedure op te starten, minstens om hierover opmerkingen te maken in verweerders personeelsdossier, met mogelijke implicaties voor zijn verdere loopbaan; - het argument van de eiseres dat de verweerder nooit expliciet werd opgevorderd door zijn eigen politiezone, dan ook niet dienstig is. Het arrest kon op die grond naar recht oordelen dat de persoonlijke vrijheid van de verweerder tijdens het politieoptreden op 13 oktober 2019 omstreeks 17.15 uur werd beperkt, dat het ongeval gebeurde op een ogenblik dat hij onder het virtueel gezag stond van de eiseres en dat het ongeval zich voordeed tijdens de uitvoering van het ambt. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. (…) Kosten
  6. Overeenkomstig artikel 16, eerste lid, tweede zin, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel dient de eiseres te worden veroordeeld tot de kosten. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 820,22 euro en op de som van 24 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Eric de Formanoir en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 2 oktober 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231002.3N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231002.3N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.