id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231002.3N.3 Rolnummer: S.20.0069.N Zaak: V. contra RSZ Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht - Unierecht Invoerdatum: 2023-10-23 Raadplegingen: 829 - laatst gezien 2026-06-18 07:58 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231002.3N.3 Fiches 1 - 2 Bij het vaststellen van de nationale socialezekerheidswetgeving die krachtens artikel 13.4 Verordening (EG) nr. 883/2004 van toepassing is op een persoon die werkzaam is als ambtenaar in een lidstaat en al dan niet in loondienst een werkzaamheid verricht in een of meer andere lidstaten, moet rekening worden gehouden met de vereisten van artikel 14.5ter Verordening (EG) nr. 987/2009
(1).
(1)Zie concl. OM Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels - 29-04-2004 - Art. 13.4 Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels - 16-09-2009 - Art. 14.5ter Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels - 29-04-2004 - Art. 13.4 Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels - 16-09-2009 - Art. 14.5ter Fiches 3 - 4 Of de werkzaamheden die een persoon als ambtenaar verricht in een lidstaat al dan niet van marginale aard zijn, wordt enkel beoordeeld aan de hand van deze prestaties en niet op basis van alle werkzaamheden, met inbegrip van de prestaties in loondienst en als zelfstandige, die hij in die lidstaat verricht
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels - 29-04-2004 - Art. 13.4 Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels - 16-09-2009 - Art. 14.5ter Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels - 29-04-2004 - Art. 13.4 Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels - 16-09-2009 - Art. 14.5ter Tekst van de beslissing Nr. S.20.0069.N S.V.H., eiser, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.731.645, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 28 juli
- Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 8 september 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Artikel 13.4 van de Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (hierna Verordening (EG) nr. 883/2004) bepaalt dat op degene die werkzaam is als ambtenaar in een lidstaat en al dan niet in loondienst een werkzaamheid verricht in een of meer andere lidstaten de wetgeving van toepassing is van de lidstaat waaronder de dienst ressorteert waarbij hij werkzaam is.
- Artikel 14.5ter Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening nr. 883/2004 (hierna Verordening (EG) nr. 987/2009) bepaalt dat marginale werkzaamheden buiten beschouwing worden gelaten voor de vaststelling van de toepasselijke wetgeving op grond van artikel 13 Verordening (EG) nr. 883/
- Hieruit volgt dat bij het vaststellen van de nationale socialezekerheidswetgeving die krachtens artikel 13.4 Verordening (EG) nr. 883/2004 van toepassing is op een persoon die werkzaam is als ambtenaar in een lidstaat en al dan niet in loondienst een werkzaamheid verricht in een of meer andere lidstaten, rekening moet worden gehouden met de vereisten van artikel 14.5ter Verordening (EG) nr. 987/
- Bijgevolg moet, indien de prestaties die een persoon als ambtenaar verricht in een lidstaat van marginale aard zijn en die persoon tevens al dan niet in loondienst een werkzaamheid verricht in een of meer andere lidstaten, de marginale activiteit buiten beschouwing worden gelaten om te bepalen onder welke nationale socialezekerheidswetgeving de betrokken persoon ressorteert.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eiser gedeeltelijk onder de socialezekerheidsregeling voor ambtenaren valt en hierdoor als gelijkgestelde ambtenaar moet worden beschouwd in de zin van artikel 13.4 Verordening (EG) nr. 883/2004; - de verweerder terecht verwijst naar de Praktische Gids over de toepasselijke wetgeving waarin onder deel II met betrekking tot de uitoefening van werkzaamheden in twee of meer lidstaten is af te leiden dat de situatie met marginale activiteiten niet speelt bij de toepassing van voormeld artikel 13.4, maar wel bij de werkzaamheden verricht in loondienst en / of zelfstandigen; - uit de formulering van artikel 13.4 Verordening (EG) nr. 883/2004 volgt dat de betrokken persoon-ambtenaar uitsluitend met de lidstaat waarmee hij is verbonden een band onderhoudt; - deze band vermijdt dat hij onder de kwalificatie valt van een sociale zekerheidswetgeving van de lidstaat naar wiens grondgebied hij is uitgezonden; - de eiser als ambtenaar of hiermee gelijkgestelde onderworpen is aan de Belgische sociale zekerheid en de uitzonderingsbepaling bij marginale activiteiten niet telt, ook al zou de RSZ-onderwerping hierdoor verschillende malen moeten wijzigen.
- De appelrechters die aldus oordelen dat artikel 14.5ter Verordening (EG) nr. 987/2009 niet van toepassing is op artikel 13.4 Verordening (EG) nr. 883/2004, waardoor de eiser, tewerkgesteld als gelijkgestelde ambtenaar in de zin van de Belgische socialezekerheidswetgeving, ook wanneer de prestaties die hij verricht als ambtenaar slechts marginaal zijn aan de Belgische socialezekerheidswet moet worden onderworpen, verantwoorden deze beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel Ontvankelijkheid
- De verweerder voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het onderdeel heeft geen belang omdat het opkomt tegen een ten overvloede gegeven reden.
- Door het aannemen van de grieven uit het eerste onderdeel zijn de redenen waarop het tweede onderdeel kritiek uitoefent, niet langer overtollig. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
- Zoals uiteengezet in het antwoord op het eerste onderdeel, volgt uit de artikelen 13.4 Verordening (EG) nr. 883/2004 en 14.5ter Verordening (EG) nr. 987/2009 dat, indien de prestaties die een persoon als ambtenaar verricht in een lidstaat van marginale aard zijn en die persoon tevens al dan niet in loondienst een werkzaamheid verricht in een of meer andere lidstaten, de marginale activiteit buiten beschouwing moet worden gelaten om te bepalen onder welke nationale socialezekerheidswetgeving de betrokken persoon ressorteert.
- Of de werkzaamheden die een persoon als ambtenaar verricht in een lidstaat al dan niet van marginale aard zijn, wordt enkel beoordeeld aan de hand van deze prestaties en niet op basis van alle werkzaamheden, met inbegrip van de prestaties in loondienst en als zelfstandige, die hij in die lidstaat verricht.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - zelfs indien artikel 14.5ter Verordening (EG) nr. 987/2009 op het statuut van ambtenaar of hiermee gelijkgestelde toepasselijk zou zijn, de eiser nog niet kan aantonen dat zijn tewerkstelling in België minder dan 5 pct. van zijn arbeidstijd uitmaakt of minder dan 5 pct. van zijn totale loon; - uit de Dimona-fiche blijkt dat de eiser voor andere Belgische werkgevers prestaties heeft geleverd; - hij daarenboven heeft verklaard activiteiten als zelfstandige te hebben uitgevoerd; - het overzicht van prestaties bij Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen, als gelijkgestelde ambtenaar, aldus onvoldoende is om de marginaliteit in het licht van de Verordening (EG) nr. 987/2009 te kunnen beoordelen.
- De appelrechters die aldus te kennen geven dat de beoordeling of de werkzaamheden die een persoon als ambtenaar verricht in een lidstaat al dan niet van marginale aard zijn, gebeurt op basis van alle werkzaamheden die deze persoon heeft verricht in deze lidstaat, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. (…) Kosten Overeenkomstig artikel 1017, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek dient de verweerder te worden veroordeeld tot de kosten. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de verweerder tot de kosten. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Gent. Bepaalt de kosten voor de eiser op 448,89 euro en op de som van 24 euro ten gunste van het Begrotingsfonds tot juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Eric de Formanoir en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 2 oktober 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231002.3N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231002.3N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div