← België

H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231003.2N.17 Rolnummer: P.23.1331.N Zaak: H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 493 - laatst gezien 2026-06-19 02:17 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Bij het verlenen van een bevel tot aanhouding mag de onderzoeksrechter enkel aannemen dat er lastens de inverdenkinggestelde ernstige aanwijzingen van schuld zijn en dus niet vaststellen dat diens schuld aan de feiten waarvoor dat bevel wordt verleend, vaststaan; in dat laatste geval ligt een miskenning van het vermoeden van onschuld voor. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.2 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1331.N I en II S.F.K.H. inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Caroline Heymans, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 21 september 2023. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep II 1. Volgens artikel 419 Wetboek van Strafvordering kan, behoudens in hier niet toepasselijke gevallen, niemand een tweede maal cassatieberoep instellen tegen dezelfde beslissing. 2. Zowel de raadsman van de eiser als de eiser zelf hebben op 22 september 2023 cassatieberoep ingesteld. Het cassatieberoep II is niet ontvankelijk. Middel 3. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.2 EVRM, alsmede miskenning van het recht op een eerlijk proces en het vermoeden van onschuld: zonder aanvulling met eigen redenen neemt het arrest de redenen van de aan het arrest gehechte vordering van het openbaar ministerie geheel over en oordeelt het zelf ten onrechte dat het bevel tot aanhouding het vermoeden van onschuld niet miskent; nochtans oordeelt de onderzoeksrechter in het bevel tot aanhouding dat “[de eiser] uit alle macht de hem ten laste gelegde feiten ontkent, hoewel er ontegensprekelijk duidelijke vaststellingen zijn door de politie en de genaamde B. duidelijke bekentenissen aflegt”, alsook dat “[de eiser] gekend is voor gelijkaardige feiten, waaromtrent de rechtbank te Dendermonde zich nog moet uitspreken”; het arrest zelf oordeelt bovendien dat “de eiser niet aan zijn proefstuk toe is wat betreft eerdere aanvaringen met politie en gerecht, inzonderheid wat eerdere gelijkaardige feiten van drughandel betreft en waaruit hij maar weinig lessen lijkt te hebben getrokken”; door aldus te oordelen stelt het onderzoeksgerecht vast dat de schuld van de eiser aan de feiten waarvoor een bevel tot aanhouding werd verleend, vaststaat; bijgevolg is de beslissing tot handhaving van de voorlopige hechtenis niet naar recht verantwoord. 4. Bij het verlenen van een bevel tot aanhouding mag de onderzoeksrechter enkel aannemen dat er lastens de inverdenkinggestelde ernstige aanwijzingen van schuld zijn en dus niet vaststellen dat diens schuld aan de feiten waarvoor dat bevel wordt verleend, vaststaan. In dat laatste geval ligt een miskenning van het vermoeden van onschuld voor. Dat is het geval met de in het middel aangehaalde reden die het bevel tot aanhouding bevat. 5. Het arrest dat oordeelt zoals in het middel weergegeven, miskent het vermoeden van onschuld. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre het eisers hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep I voor het overige. Verwerpt het cassatieberoep II. Veroordeelt de eiser tot de kosten van het cassatieberoep II en tot een tiende van de kosten van het cassatieberoep I. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 128,76 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 3 oktober 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231003.2N.17 Gerelateerde publicatie(
  2. s)zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231017.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.