← België

D. contra K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231003.2N.2 Rolnummer: P.23.0719.N Zaak: D. contra K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 774 - laatst gezien 2026-06-17 08:22 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit artikel 149 Grondwet volgt voor de rechter die een beklaagde schuldig verklaart als deelnemer aan een misdrijf, de verplichting om in de bewoordingen van de artikelen 66 of 67 Strafwetboek of in gelijkaardige bewoordingen de deelnemingsvorm vast te stellen die hij bewezen acht; het arrest dat de eiser schuldig verklaart als dader of mededader in de zin van artikel 66 Strafwetboek, maar nalaat in de bewoordingen van artikel 66 Strafwetboek of in gelijkaardige bewoordingen de deelnemingsvorm vast te stellen die het bewezen acht, is niet regelmatig met redenen omkleed

(1).
(1)Zie ook Cass. 5 december 1949, AC 1950,
  1. Thesaurus CAS: MISDRIJF - DEELNEMING Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 66 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 66 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0719.N P.C.J.D.J., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Luc Arnou, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, tegen
  2. E.K., burgerlijke partij,
  3. M.P., burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 19 april 2023, op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 11 oktober
  4. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 149 Grondwet
  5. Uit artikel 149 Grondwet volgt voor de rechter die een beklaagde schuldig verklaart als deelnemer aan een misdrijf, de verplichting om in de bewoordingen van de artikelen 66 of 67 Strafwetboek of in gelijkaardige bewoordingen de deelnemingsvorm vast te stellen die hij bewezen acht.
  6. Het arrest verklaart de eiser schuldig als dader of mededader in de zin van artikel 66 Strafwetboek aan het feit omschreven onder de telastlegging A.1, maar het laat na in de bewoordingen van artikel 66 Strafwetboek of in gelijkaardige bewoordingen de deelnemingsvorm vast te stellen die het bewezen acht. Aldus is de schuldigverklaring van de eiser als dader of mededader in de zin van artikel 66 Strafwetboek aan het feit omschreven onder de telastlegging A.1 niet regelmatig met redenen omkleed. Omvang van de cassatie
  7. De vernietiging van eisers schuldigverklaring aan het feit omschreven onder de telastlegging A.1, leidt tot de vernietiging van zijn schuldigverklaring aan het feit omschreven onder de telastlegging D, gelet op de nauwe verband tussen deze beslissingen, van de aan de eiser opgelegde bestraffing met inbegrip van de veroordeling tot de bijdragen en de vergoeding, van de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerders tegen de eiser en van de beslissing waarbij zijn onmiddellijke aanhouding is bevolen. Middelen van de eiser
  8. De middelen van de eiser die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest waarbij de eiser schuldig wordt verklaard aan de feiten omschreven onder de telastleggingen A.1 en D, hem een bestraffing wordt opgelegd met inbegrip van de veroordeling tot de bijdragen en de vergoeding, er uitspraak wordt gedaan over de burgerlijke rechtsvordering van de verweerders tegenover de eiser en de onmiddellijke aanhouding van de eiser wordt bevolen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 3 oktober 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231003.2N.2 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240625.2N.29 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.