← België

G.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 5

.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - INZAGE VAN HET DOSSIER Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HOGER BEROEP Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.2 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.3 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Fiches 9 - 11 Indien evenwel stukken die door hun aard niet of moeilijk aan het strafdossier kunnen worden toegevoegd, zoals een harde schijf met camerabeelden, als overtuigingsstuk worden neergelegd ter griffie van de correctionele rechtbank, staat het aan de inverdenkinggestelde of zijn raadsman en aan het onderzoeksgerecht om, zo het dit nodig acht, om de overlegging van of de toegang tot dat stuk te verzoeken; uit de enkele omstandigheid dat een inverdenkinggestelde door de aard van het overtuigingsstuk en de technische moeilijkheden om er kennis van te nemen, slechts een beperkte toegang heeft gehad tot dit stuk, volgt niet dat zijn rechten noodzakelijk onherstelbaar zijn miskend; het staat aan het onderzoekgerecht onaantastbaar te oordelen of rekening houdend met de concrete gegevens van de zaak zoals het belang dat het overtuigingsstuk heeft voor de beslissing tot handhaving van de hechtenis, de beperkte toegang tot dit stuk de rechten van de verdachte onherstelbaar heeft miskend en het Hof gaat na of het onderzoeksgerecht uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - INZAGE VAN HET DOSSIER RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Tekst van de beslissing Nr. P.23.1334.N R.M.G.G., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Loïc Cerulus, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 19 september

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 5.2, 5.3 en 5.4 EVRM, de artikelen 21, § 3, 22, vierde lid, en 30, § 3 en § 4, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging: met het oordeel dat niet tot eisers invrijheidstelling moet worden overgegaan wegens het niet geheel kunnen inzage nemen van de bestanden op drie harde schijven met camerabeelden, verantwoordt het arrest de beslissing om eisers voorlopige hechtenis te handhaven niet naar recht en is die beslissing ook niet regelmatig met redenen omkleed; de harde schijven zijn ter correctionele griffie neergelegd als overtuigingsstukken en maken deel uit van het strafdossier; het recht van verdediging van de eiser vereist dat hij alle bestanden met beelden kan inkijken; met het oog op die kennisneming werd door het appelgerecht tot tweemaal toe en met instemming van de eiser uitstel van de behandeling van de zaak verleend, maar de eiser kreeg slechts gedurende vier uren tijd om kennis te nemen van alle camerabeelden, wat onvoldoende was; bovendien konden niet alle bestanden worden afgespeeld; door dat gebrek aan tijd en faciliteiten werd de eiser belet voor het onderzoeksgerecht tegenspraak te voeren; het arrest beantwoordt evenmin zijn desbetreffend in appelconclusie aangevoerde verweer.
  3. Uit artikel 5.2, 5.3 en 5.4 EVRM, de artikelen 21, § 3, 22, vierde lid, en 30, § 3, en § 4, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet, alsmede het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging, volgt dat: - het onderzoeksgerecht dat heeft te beslissen over de handhaving van de voorlopige hechtenis in beginsel uitspraak moet doen op grond van een volledig dossier; - een volledig dossier een dossier is dat alle stukken van het onderzoek bevat die verband houden met de handhaving van de voorlopige hechtenis van de inverdenkinggestelde en waarover de onderzoeksrechter beschikt; - de inverdenkinggestelde kennis kan nemen van dit volledig dossier zoals het ter inzage wordt gelegd met het oog op behandeling door de raadkamer en van de nieuwe stukken voor wat betreft de behandeling door de kamer van inbe¬schuldigingstelling.
  4. Indien evenwel stukken die door hun aard niet of moeilijk aan het strafdossier kunnen worden toegevoegd, zoals een harde schijf met camerabeelden, als overtuigingsstuk worden neergelegd ter griffie van de correctionele rechtbank, staat het aan de inverdenkinggestelde of zijn raadsman en aan het onderzoeksgerecht om, zo het dit nodig acht, om de overlegging van of de toegang tot dat stuk te verzoeken.
  5. Uit de enkele omstandigheid dat een inverdenkinggestelde door de aard van het overtuigingsstuk en de technische moeilijkheden om er kennis van te nemen, slechts een beperkte toegang heeft gehad tot dit stuk, volgt niet dat zijn rechten noodzakelijk onherstelbaar zijn miskend.
  6. Het staat aan het onderzoekgerecht onaantastbaar te oordelen of rekening houdend met de concrete gegevens van de zaak zoals het belang dat het overtuigingsstuk heeft voor de beslissing tot handhaving van de hechtenis, de beperkte toegang tot dit stuk de rechten van de verdachte onherstelbaar heeft miskend.
  7. Het Hof gaat na of het onderzoeksgerecht uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt.
  8. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  9. Het arrest (nr 3.2) oordeelt dat: - de eiser de in het middel bedoelde kritiek voor het eerst heeft aangevoerd in hoger beroep en niet bij eerdere verschijningen voor de raadkamer, laatst op 23 augustus 2023; - de eiser op generlei wijze aannemelijk maakt dat er sprake zou zijn van slechte wil in het kader van het hem verlenen van inzage in de betreffende overtuigingsstukken, laat staan van een bewust onmogelijk maken van de inzage; - tot tweemaal toe aan de eiser de kans werd geboden om een uitstel te verzoeken met het oog op verdere inzage van het strafdossier waaronder alle overtuigingsstukken, waarop telkens werd ingegaan; - uit het navolgend proces-verbaal nr. 6002/2023 blijkt dat de eiser op 14 september 2023 werd overgebracht naar het politiebureau waar hem gedurende vier uren de gevraagde overtuigingsstukken (drie harde schijven) ter beschikking werden gesteld; - de materiële onmogelijkheid om inzage te nemen van de inhoud van de overtuigingsstukken niet belet dat de eiser zich in casu kan verdedigen, te meer daar die stukken camerabeelden betreffen die in eisers woonst werden opgenomen en aldaar in beslag werden genomen en waar hij in principe dus kennis van heeft. Op grond van het geheel van die redenen kan het arrest wettig eisers verweer betreffende onvoldoende inzage in de ter griffie neergelegde harde schijven met camerabeelden verwerpen, beantwoordt het dat verweer en is het regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 3 oktober 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231003.2N.20 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.15 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230606.2N.25 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.