← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231003.2N.3 Rolnummer: P.23.0715.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 719 - laatst gezien 2026-06-18 17:25 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het misdrijf invoer van verdovende middelen zoals strafbaar gesteld op grond van de Drugswet vereist dat de verdovende middelen daadwerkelijk worden overgebracht naar het Belgische grondgebied; bijgevolg is die invoer voltooid vanaf het ogenblik dat de verdovende middelen de Belgische grens overschrijden maar dat belet niet dat het welslagen van de invoer ook na die overschrijding nog een geheel van materiële handelingen kan vereisen, waaronder het uithalen van de verdovende middelen uit de containers waarin zij het land zijn ingevoerd; dergelijke handelingen kunnen zodanig cruciaal zijn voor het slagen van de invoer dat zij, mede gelet op de op het spel staande belangen en risico's, noodzakelijkerwijze vóór de invoer moeten zijn afgesproken zodat onder meer de handelingen die met deze uithaling gepaard gaan, daden van deelneming aan de invoer kunnen uitmaken

(1).
(1)Cass. 14 juni 2022, AR P.22.0276.N, AC 2022, nr. 415, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.
  1. Thesaurus CAS: MISDRIJF - DEELNEMING VERDOVENDE MIDDELEN Fiche 3 De appelrechter kan de schuldigverklaring van een beklaagde aan een telastlegging motiveren door de overname van de redenen van het beroepen vonnis die hij nog steeds passend acht om het voor hem gevoerde verweer te beantwoorden, ongeacht of die redenen worden bekritiseerd; de loutere omstandigheid dat de appelrechter voor die telastlegging in een andere tijdbepaling voorziet, doet daaraan geen afbreuk. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Tekst van de beslissing Nr. P.23.0715.N A.S., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Stanislas Eskenazi, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 21 april
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 324bis en 324ter Strafwetboek: het arrest verklaart de eiser schuldig aan de telastlegging C (betrokkenheid bij een criminele organisatie), maar het verwijst daarvoor enkel naar de vage, algemene en onvolledige motivering in het beroepen vonnis; daardoor laat het na te antwoorden op het verweer dat de eiser daarover in zijn appelconclusie heeft aangevoerd, alsook te motiveren op welke feitelijke en concrete elementen die beslissing is gesteund zodat het Hof wordt belet zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen.
  4. In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is, of opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het appelgerecht, is het niet ontvankelijk.
  5. Geen enkele verdragsrechtelijke, grondwettelijke of andere bepaling of algemeen rechtsbeginsel verbiedt een appelrechter een voor hem ontwikkeld verweer over een schuldigverklaring te beantwoorden door verwijzing naar de overwegingen van het beroepen vonnis en de overname van die redenen. Op die wijze maakt de appelrechter zich de met het beroepen vonnis gegeven redenen met betrekking tot de schuldigverklaring eigen, zonder dat hij die redenen moet verduidelijken, preciseren, concretiseren of citeren. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Met van het beroepen vonnis overgenomen redenen grondt het arrest eisers schuldverklaring aan het geheel van de telastleggingen (invoer van cocaïne in vereniging, diefstal van een container met een valse sleutel en betrokkenheid bij een criminele organisatie) op concrete overwegingen (beroepen vonnis, p. 3-6) en preciseert het verder dat die feiten bewezen zijn op basis van de vaststellingen van de verbalisanten, de verklaringen van de medewerkers en verantwoordelijken bij T., het gps-tracking-systeem, de uitlezing van het gsm-toestel van de eiser, de frauduleuze e-mailcommunicatie die de eiser heeft bijgebracht en de ongeloofwaardige verklaringen van de eiser.
  7. Met betrekking tot de telastlegging C oordeelt het arrest vervolgens in het bijzonder dat: - het op basis van de gegevens van het strafdossier vaststaat dat de eiser handelde in het kader van een gestructureerde vereniging in de zin van artikel 324bis, eerste lid, Strafwetboek; - de activiteiten van de organisatie erop gericht waren grote hoeveelheden cocaïne in te voeren; - dergelijke feiten uit hun aard een grote mate van organisatie vereisen, alsook een intensieve duurzame samenwerking tussen verschillende actoren, zowel in België als in het land van herkomst van de lading cocaïne; - de eiser geen argumenten aanreikt die niet reeds door de eerste rechter zijn beantwoord, onder meer op zijn verweer dat hij als enige persoon werd gedagvaard. Het geheel van die redenen, die niet algemeen of vaag zijn, verantwoordt waarom de appelrechters de eiser schuldig verklaren aan de telastlegging van betrokkenheid aan een criminele organisatie en laten het Hof toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen. Aldus beantwoordt het arrest ook het bedoelde verweer en is het regelmatig met redenen omkleed, zonder dat het moet antwoorden op alle tot staving van dat verweer aangevoerde argumenten die geen zelfstandig verweer uitmaken. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  8. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wetboek van Strafvordering, artikel 66 Strafwetboek en de artikelen 2bis, § 1, 4 en 6, eerste lid, Drugwet: het arrest verklaart de eiser schuldig wegen strafbare deelneming aan de telastlegging A (invoer van cocaïne in vereniging) en verwijst daarvoor enkel naar de motivering in het beroepen vonnis; enerzijds oordeelt het arrest voor het eerst dat dit ten laste gelegde feit voltooid was bij het toekomen van het schip in de haven van Antwerpen op 11 maart 2021, terwijl anderzijds de overgenomen motivering enkel betrekking heeft op navolgende feiten vanaf 15 maart 2021; aldus kan de eiser die geen actieve daad heeft gesteld voor of tijdens de afloop van het feit op 11 maart 2021, geen strafbare deelneming worden verweten en is het arrest algemeen, onvolledig en tegenstrijdig gemotiveerd; het steunt zonder dat de eiser daarover tegenspraak heeft kunnen voeren op feitelijke vaststellingen die niet tot de saisine van de eerste rechter behoorden; daardoor antwoordt het arrest ook niet op het verweer dat de eiser daarover in zijn appelconclusie heeft aangevoerd en kan het Hof zijn wettigheidstoezicht niet uitoefenen.
  9. In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is, of opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het appelgerecht, is het niet ontvankelijk.
  10. Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 22 maart 2023 volgt dat het appelgerecht de partijen heeft verzocht om een standpunt in te nemen over “de mogelijke heromschrijving van de incriminatieperiode van de telastlegging A, met name als volgt: op 11 maart 2021”. In zoverre het middel aanvoert dat aan de eiser desbetreffend het recht op tegenspraak werd ontzegd, mist het feitelijke grondslag.
  11. Artikel 66, derde lid, Strafwetboek bepaalt dat als daders van een misdaad of wanbedrijf worden gestraft zij die door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder hun bijstand niet had kunnen worden gepleegd.
  12. De schuldigverklaring als mededader in de zin van artikel 66, derde lid, Strafwetboek vereist dat de mededader zijn medewerking verleent aan de misdaad of het wanbedrijf op een in die bepaling bedoelde wijze, hij weet dat hij zijn medewerking aan die misdaad of dat wanbedrijf verleent en hij het opzet heeft aan die misdaad of dat wanbedrijf zijn medewerking te verlenen.
  13. Het misdrijf invoer van verdovende middelen zoals strafbaar gesteld op grond van de Drugwet vereist dat de verdovende middelen daadwerkelijk worden overgebracht naar het Belgische grondgebied. Bijgevolg is die invoer voltooid vanaf het ogenblik dat de verdovende middelen de Belgische grens overschrijden. Dat belet niet dat het welslagen van de invoer ook na die overschrijding nog een geheel van materiële handelingen kan vereisen, waaronder het uithalen van de verdovende middelen uit de containers waarin zij het land zijn ingevoerd. Dergelijke handelingen kunnen zodanig cruciaal zijn voor het slagen van de invoer dat zij, mede gelet op de op het spel staande belangen en risico’s, noodzakelijkerwijze vóór de invoer moeten zijn afgesproken. Bijgevolg kunnen onder meer de handelingen die met deze uithaling gepaard gaan, daden van deelneming aan de invoer uitmaken.
  14. De appelrechter kan de schuldigverklaring van een beklaagde aan een telastlegging motiveren door de overname van de redenen van het beroepen vonnis die hij nog steeds passend acht om het voor hem gevoerde verweer te beantwoorden, ongeacht of die redenen worden bekritiseerd. De loutere omstandigheid dat de appelrechter voor die telastlegging in een andere tijdbepaling voorziet, doet daaraan geen afbreuk.
  15. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  16. Met van het beroepen vonnis overgenomen redenen grondt het arrest eisers schuldigverklaring aan de telastlegging A op concrete overwegingen (beroepen vonnis, p. 3-6) en preciseert het dat onder meer dat feit bewezen is op basis van de vaststellingen van de verbalisanten, de verklaringen van de medewerkers en verantwoordelijken bij T., het gps-tracking-systeem, de uitlezing van het gsm-toestel van de eiser, de frauduleuze e-mailcommunicatie die de eiser heeft bijgebracht en de ongeloofwaardige verklaringen van de eiser. Met die redenen, waaruit niet blijkt dat zij zijn gesteund op feiten die niet bij de eerste rechter aanhangig waren en waaruit blijkt dat de eiser de constitutieve bestanddelen van de hem verweten deelneming aan de invoer van verdovende middelen in zich verenigt, beantwoorden de appelrechters eisers verweer en is hun beslissing regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  17. De aangevoerde tegenstrijdigheid is afgeleid uit de voormelde vergeefs aangevoerde onwettigheden. In zoverre is het middel evenmin ontvankelijk.
  18. Voor het overige heeft het middel dezelfde strekking als het eerste middel en is het om de daar vermelde redenen te verwerpen. Ambtshalve onderzoek
  19. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
  20. Ingevolge de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep, verkrijgt het arrest kracht van gewijsde. In zoverre eisers cassatieberoep ook gericht is tegen de beslissing waarbij zijn onmiddellijke aanhouding wordt bevolen, heeft het bijgevolg geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 97,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 3 oktober 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231003.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.