← België

C. contra S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231003.2N.6 Rolnummer: P.23.1278.N Zaak: C. contra S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 492 - laatst gezien 2026-06-17 16:37 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Bij gebrek aan andersluidende bepalingen zijn op het hoger beroep tegen beslissingen zoals bedoeld in titel II, hoofdstuk III, Jeugdbeschermingswet de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering van toepassing, en in beginsel bijgevolg ook de bepalingen van artikel 204 van dat wetboek; de omstandigheid dat de beroepen beslissing betrekking heeft op een beschikking van de jeugdrechter en niet op een vonnis van de jeugdrechtbank, doet hieraan geen afbreuk; dit doet niets af aan de bevoegdheid van de jeugdrechter om bij toepassing van artikel 51, eerste lid, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp in het belang van de minderjarige de maatregelen op elk moment in te trekken of te vervangen. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING Wettelijke bepalingen: Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 52ter - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 58 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 61bis - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 62 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 203 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 204 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Decreet 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp - 12-07-2013 - Art. 51, eerste lid - 43 ELI link Pub nr 2013035791 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 52ter - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 58 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 61bis - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 62 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 203 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 204 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Decreet 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp - 12-07-2013 - Art. 51, eerste lid - 43 ELI link Pub nr 2013035791 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Wettelijke bepalingen: Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 52ter - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 58 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 61bis - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 62 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 203 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 204 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Decreet 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp - 12-07-2013 - Art. 51, eerste lid - 43 ELI link Pub nr 2013035791 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1278.N J.C.-G., eiseres, met als raadsman mr. Sander Van Hulle, advocaat bij de balie Brussel, mede in de zaak 1. G.S., vader van de minderjarige, 2. A.S., minderjarige. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, jeugdkamer, van 21 augustus 2023. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 204 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 58 en 62 Jeugdbeschermingswet: met het oordeel dat het hoger beroep van de vader van de minderjarige niet werd ingesteld tegen een vonnis maar tegen een beschikking van de jeugdrechter, verantwoordt de appelrechter niet naar recht de beslissing dat het door de vader van de minderjarige ingestelde hoger beroep tegen de beschikking van de jeugdrechter van 28 juni 2023, niettegenstaande de afwezigheid van een grievenformulier, ontvankelijk is. 2. Volgens artikel 58 Jeugdbeschermingswet zijn beslissingen van de jeugdrechtbank gewezen in de aangelegenheden bedoeld in titel II, hoofdstuk III, van die wet binnen de wettelijke termijnen vatbaar voor hoger beroep, waarbij voor de procedures in die aangelegenheden evenals voor de in artikel 63ter, eerste lid,
  2. a)en c), bedoelde procedures bij toepassing van artikel 62 Jeugdbeschermingswet, behoudens afwijking, de wetsbepalingen betreffende de vervolgingen in correctionele zaken gelden. 3. Het aan de betrokkenen bij toepassing van de artikelen 52ter en 61bis Jeugdbeschermingswet mee te delen afschrift van de beslissing vermeldt de rechtsmiddelen die ertegen openstaan, evenals de vormen en termijnen die hierbij moeten worden nageleefd. 4. Artikel 203 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het recht van hoger beroep vervalt indien de verklaring van hoger beroep niet binnen de in die bepaling voorgeschreven termijn gedaan is op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen, terwijl de appellant bij toepassing van artikel 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering op straffe van verval van het hoger beroep binnen diezelfde termijn en op diezelfde griffie een verzoekschrift moet indienen dat nauwkeurig de grieven bepaalt die tegen het vonnis worden ingebracht, met inbegrip van de procedurele grieven. 5. Bij gebrek aan andersluidende bepalingen zijn op het hoger beroep tegen beslissingen zoals bedoeld in titel II, hoofdstuk III, Jeugdbeschermingswet de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering van toepassing, en in beginsel bijgevolg ook de bepalingen van artikel 204 van dat wetboek. De omstandigheid dat de beroepen beslissing betrekking heeft op een beschikking van de jeugdrechter en niet op een vonnis van de jeugdrechtbank, doet hieraan geen afbreuk. Dit doet niets af aan de bevoegdheid van de jeugdrechter om bij toepassing van artikel 51, eerste lid, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp in het belang van de minderjarige de maatregelen op elk moment in te trekken of te vervangen. 6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de vader van de minderjarige hoger beroep heeft ingesteld tegen de beschikking van de jeugdrechter van 28 juni 2023, die de bij vonnis van 23 mei 2023 opgelegde maatregelen heeft gewijzigd, waarbij dit hoger beroep werd aangetekend door een op 3 juli 2023 ter griffie afgelegde verklaring van zijn raadsman, zonder dat een verzoekschrift met grieven werd ingediend. 7. Het oordeel dat dit hoger beroep ontvankelijk is omdat het niet werd ingesteld tegen een vonnis maar tegen een beschikking en er derhalve geen grievenformulier is vereist om op een regelmatige wijze hoger beroep aan te tekenen, schendt de voormelde wetsbepalingen en is bijgevolg niet naar recht verantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, jeugdkamer, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 3 oktober 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231003.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.