id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231010.2N.13 Rolnummer: P.23.1327.N Zaak: DE STAATSSECRETARIS VOOR ASIEL-EN MIGRA contra B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Internationaal publiekrecht - Burgerlijk recht - Bestuursrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 792 - laatst gezien 2026-06-18 13:21 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 De bepalingen van artikel 8 EVRM en de artikelen 15 en 22 Grondwet verbieden niet dat hij die geniet van het recht op bescherming van de woning daarvan afstand doet, onder meer door een overheid toe te staan om de woning te betreden; een afstand van een grondrecht is evenwel slechts geldig indien die afstand ondubbelzinnig gebeurt, met kennis van zaken, wat wil zeggen op basis van een geïnformeerde toestemming, alsook zonder dwang
(1)Cass. 5 oktober 2022, AR P.22.1200.F ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221005.2F.11, AC 2022, nr. 609, met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, op datum in Pas.. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 15 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, tweede lid, 3° - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 22 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, tweede lid, 3° - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 8 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, tweede lid, 3° - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Thesaurus CAS: WOONPLAATS Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, tweede lid, 3° - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, tweede lid, 3° - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - AANHOUDING Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, tweede lid, 3° - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Tekst van de beslissing Nr. P.23.1327.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Staatssecretaris bevoegd voor Asiel en Migratie, voor wie optreedt de Algemene Directie Vreemdelingenzaken, Directie Opvolging en Ondersteuning, Bureau Geschillen, WTC II, met kantoor te 1000 Brussel, Antwerpsesteenweg 59b, ambtshalve tussengekomen partij, eiser, met als raadsman mr. Stamatina Arkoulis, advocaat bij de balie Brussel, tegen C.N.S.B., vreemdelinge, vastgehouden, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 18 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM en de artikelen 15 en 22 Grondwet: indien de politie zich begeeft naar de verblijfplaats van een vreemdeling die onwettig in het Rijk verblijft, is het niet noodzakelijk dat de vreemdeling voor de woonstbetreding schriftelijk toestemming geeft; geen enkele verdrags- of nationale bepaling schrijft de verplichting voor om met het oog op de woonstbetreding een schriftelijke in plaats van een mondelinge toestemming te vragen; dit blijkt ook niet uit het arrest Sabani van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens; uit het administratief dossier blijkt dat de verweerster ondubbelzinnig en geïnformeerd toestemming gaf; met het oordeel dat uit de in het rechtsplegingsdossier voorhanden zijnde stukken niet naar voldoening van recht kan worden afgeleid dat de verweerster een geïnformeerde toestemming heeft gegeven aan de inspecteurs van politie van de politiezone Regio Turnhout om op 24 april 2023 haar woning te betreden, dat een schending van artikel 15 Grondwet en artikel 8 EVRM aannemelijk is gemaakt en dat bijgevolg de initiële beslissing tot vrijheidsberoving en tot vasthouding van 24 april 2023 en alle daaropvolgende beslissingen zijn aangetast door een onwettigheid, past het arrest deze bepalingen verkeerd toe (eerste onderdeel); door met het administratief verslag geen rekening te houden, hebben de appelrechters niet het door artikel 8 EVRM voorgeschreven nauwkeurig onderzoek verricht; uit de bewoordingen van het proces-verbaal kan wel degelijk worden afgeleid dat de betrokkene een duidelijke toestemming gaf tot woonstbetreding (tweede onderdeel).
- Artikel 8 EVRM bepaalt dat eenieder recht heeft op respect voor zijn woning en dat er slechts inmenging van enig openbaar gezag in de uitoefening van dit recht is toegestaan, voor zover deze inmenging bij wet is bepaald en een noodzakelijke maatregel vormt, onder meer vanuit het oogpunt van de nationale of de openbare veiligheid.
- Artikel 15 Grondwet bepaalt dat de woning onschendbaar is en dat huiszoekingen enkel kunnen plaatsvinden in de gevallen die de wet bepaalt en in de vorm die zij voorschrijft.
- Volgens artikel 22, eerste lid, Grondwet heeft eenieder recht op eerbiediging van zijn privé- en gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald.
- Deze bepalingen verbieden niet dat hij die geniet van het recht op bescherming van de woning daarvan afstand doet, onder meer door een overheid toe te staan om de woning te betreden.
- Een afstand van een grondrecht is evenwel slechts geldig indien die afstand ondubbelzinnig gebeurt, met kennis van zaken, wat wil zeggen op basis van een geïnformeerde toestemming, alsook zonder dwang.
- De door artikel 8 EVRM vereiste wettelijke basis om de inmenging van het openbaar gezag in de uitoefening van het recht op eerbiediging van de woonst te rechtvaardigen, is de wet van 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijheidsbeneming mag worden verricht (hierna Huiszoekingswet).
- Artikel 2, eerste lid, Huiszoekingswet bepaalt dat geen vrijheidsbeneming in een voor het publiek niet toegankelijke plaats mag worden verricht vóór vijf uur ’s morgens en na negen uur ’s avonds.
- Artikel 2, tweede lid, 3°, Huiszoekingswet bepaalt dat het in artikel 2, eerste lid, Huiszoekingswet vastgestelde verbod geen toepassing vindt ingeval van verzoek of toestemming van de persoon die het werkelijk genot heeft van de plaats of de persoon bedoeld in artikel 46, 2°, Wetboek van Strafvordering.
- Artikel 3 Huiszoekingswet bepaalt dat het verzoek of de toestemming waarvan sprake in artikel 2, tweede lid, 3°, Huiszoekingswet voorafgaand en schriftelijk aan de opsporing of huiszoeking wordt gegeven.
- Uit de voormelde bepalingen volgt dat het verzoek of de toestemming als bedoeld door artikel 2, tweede lid, 3°, Huiszoekingswet aan politieambtenaren om een niet voor het publiek toegankelijke plaats zoals een woning te betreden om in het kader van de Vreemdelingenwet over te gaan tot de bestuurlijke vrijheidsberoving van een vreemdeling die onwettig in het Rijk verblijft, voorafgaand en schriftelijk moet worden gegeven. Een mondelinge toestemming volstaat niet.
- Die regel geldt zowel voor woonstbetredingen verricht vóór vijf uur ’s morgens en na negen uur ’s avonds, als voor woonstbetredingen overdag.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het gegeven dat de verweerster slechts mondeling toestemming heeft gegeven voor de woonstbetreding met het oog op haar bestuurlijke vrijheidsberoving, verantwoordt naar recht de beslissing dat niet blijkt dat de verweerster een geïnformeerde toestemming heeft gegeven aan de inspecteurs van de politiezone Regio Turnhout om op 24 april 2023 haar woning te betreden en de daaruit afgeleide beslissing dat haar vasthouding onwettig is. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Voor het overige is het middel gericht tegen overtollige redenen en kan het, al was het gegrond, niet tot cassatie leiden. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Eerste en derde middel
- Het eerste middel voert schending aan de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek en artikelen 1319 en 1320 oud Burgerlijk Wetboek: met het oordeel dat uit de in het rechtsplegingsdossier voorhanden zijnde stukken niet naar voldoening van recht kan worden afgeleid dat de verweerster een geïnformeerde toestemming heeft gegeven aan de inspecteurs van politie van de politiezone Regio Turnhout om op 24 april 2023 haar woning te betreden, miskent het arrest de bewijskracht van het administratief dossier, het administratief rapport en het proces-verbaal van 24 april 2023; uit die stukken blijkt dat de verweerster ondubbelzinnig mondeling toestemming heeft verleend en dit met kennis van zaken en zonder dwang; de verweerster is vrijwillig en ongeboeid meegegaan naar het politiekantoor; de verweerster wist via het bevel om het grondgebied te verlaten dat indien zij dit bevel zou negeren de politie zich naar haar adres zou begeven en haar zou overbrengen naar het politiecommissariaat. Het eerste onderdeel van het derde middel voert schending aan van artikel 8.28, laatste lid, Burgerlijk Wetboek: het arrest laat na rekening te houden met de bewoordingen van het administratief verslag waaruit blijkt dat de aanhouding van de eiser wel degelijk rechtmatig gebeurde. Het tweede onderdeel van het derde middel voert schending aan van artikel 8.5 Burgerlijk Wetboek: het bewijs van een onrechtmatige aanhouding is niet met een redelijke mate van zekerheid geleverd; het opgestelde proces-verbaal heeft een bijzondere bewijswaarde en er kan niet worden aangenomen dat de inhoud ervan niet overeenstemt met de realiteit.
- Zoals blijkt uit het antwoord op het tweede middel is de beslissing van het arrest naar recht verantwoord gelet op de afwezigheid van een voorafgaande en schriftelijke toestemming tot woonstbetreding. De middelen, al waren ze gegrond, kunnen niet tot cassatie leiden en zijn dan ook niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 25,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 10 oktober 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231010.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231212.2N.14 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250506.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221005.2F.11 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240618.2N.7 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250422.2N.25 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div