← België

F.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 oktober 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231010.2N.2 Rolnummer: P.23.0717.N Zaak: F. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-11-10 Raadplegingen: 577 - laatst gezien 2026-06-15 08:55 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche De rechter oordeelt op basis van de hem overgelegde en aan tegenspraak onderworpen gegevens onaantastbaar of een beklaagde verdovende middelen in zijn bezit had voor persoonlijk gebruik dan wel met het oog op verkoop; hij kan bij die beoordeling wel degelijk de hoeveelheid verdovende middelen betrekken; de overweging B.6.4 in het arrest nr. 158/2004 van het Grondwettelijk Hof van 20 oktober 2004 laat niet toe anders te oordelen

(1).
(1)GwH 20 oktober 2004, arrest 158/2004, BS 28 oktober 2004, JT 2005, 66, JLMB 2004, 1773, NJW 2004, 1314, RW 2004-05, 699 en T. Strafr. 2005,
  1. Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Wettelijke bepalingen: Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 2bis, § 1 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0717.N G.J.M.F, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Sam Vlaminck, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Kasteelpleinstraat 30, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 19 april
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. Het arrest spreekt de eiser vrij van de feiten omschreven onder de telastlegging B. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is eisers cassatieberoep niet ontvankelijk bij gebrek aan belang. Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: met, enerzijds, het oordeel dat uit geen enkele onderzoeksdaad is gebleken dat de eiser verdovende middelen heeft verhandeld, en, anderzijds, de veroordeling van de eiser wegens het bezit van verdovende middelen met het oog op de verkoop, is het arrest tegenstrijdig gemotiveerd; het Grondwettelijk Hof oordeelde met het arrest nr. 158/2004 van 20 oktober 2004 (B.6.4) dat het ontbreken van een ondubbelzinnige en welomschreven hoeveelheid in de wet met betrekking tot het begrip gebruikershoeveelheid in strijd is met het legaliteitsbeginsel; bijgevolg kan uit de hoeveelheid verdovende middelen niet op wettige wijze een vermoeden van toekomstige handel worden afgeleid.
  5. De rechter oordeelt op basis van de hem overgelegde en aan tegenspraak onderworpen gegevens onaantastbaar of een beklaagde verdovende middelen in zijn bezit had voor persoonlijk gebruik dan wel met het oog op verkoop. Hij kan bij die beoordeling wel degelijk de hoeveelheid verdovende middelen betrekken. De overweging B.6.4 in het arrest nr. 158/2004 van het Grondwettelijk Hof van 20 oktober 2004 laat niet toe anders te oordelen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Een rechterlijke beslissing is tegenstrijdig gemotiveerd in de zin van artikel 149 Grondwet indien zij redenen of beschikkingen bevat die elkaar uitsluiten of opheffen.
  7. Het arrest (p. 7, zesde alinea) oordeelt eensdeels dat na doorgedreven onderzoek, met onder meer telefonieonderzoek, observatie en direct afluisteren, uit geen enkel onderzoeksresultaat is gebleken dat de eiser op enig ogenblik in de incriminatieperiode verdovende middelen heeft verhandeld. Het arrest (p. 7, eerste tot en met derde alinea) veroordeelt hem anderdeels voor het bezit van verdovende middelen met het oog op de verkoop ervan, waarbij het verwijst naar eisers verklaring aan de politie dat hij geen drugs gebruikt en de verdovende middelen ook niet tijdelijk heeft bewaard voor een ander, alsook naar de hoeveelheid aangetroffen drugs. Die reden en die beschikking samen gelezen met de dragende motieven ervan, sluiten elkaar niet uit of heffen elkaar niet op. De aangevoerde tegenstrijdigheid bestaat bijgevolg niet. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 94,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 10 oktober 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231010.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.